VU Magazine 1998 - pagina 333
beeld Sigmund Fieud, in diens kennis van het menselijke onderbewuste. Zeven vormen van intelligentie dus. Een aantal dat betrekkelijk willekeurig is, want Gardner en zijn onderzoeksmedewerkers zijn inmiddels al weer een stuk verder. Zij constateerden op een zeker moment maar liefst twintig uiteenlopende vormen van intelligentie. En wie weet is dit nog maar het begin van een fors oplopende reeks. Waar zal het eindigen: honderden, duizenden? Er heeft een wonderbaarlijke vermenigvuldiging van de intelligentie plaatsgevonden; zoals in de bijbel het getal zeven ook altijd duidt op een onbestemde, schier eindeloze hoeveelheid. Maar wat betekent intelligentie dan nog? De zich voortzettende deling dreigt het intelligentie-begrip uit te hollen. Hebben al die verschillende varianten nog wel iets met elkaar te maken? Wanneer het antwoord ontkennend luidt, is het zinloos om het begrip nog in de mond te nemen, In dat geval verdient het aanbeveling dit overkoepelende begrip af te breken en op te splitsen, zoals een multinational de verschillende onderdelen van het concern laat verzelfstandigen en onder een eigen vlag laat voortleven. Small is beautifuU. Of is er toch zoiets als het wezen van de intelligentie, iets dat zich vervolgens op vele terreinen in steeds weer andere gedaantes kan manifesteren? Wie zegt dat er vele vormen van intelligentie bestaan, verraadt in taalgebruik in ieder geval dat een zekere gemeenschappelijkheid moet bestaan; een kern met afsplitsingen, een stam met vertakkingen. Weetjes Om de kern van het intelligentie-begrip te kunnen benaderen is een omtrekkende beweging vereist. Het is noodzakelijk om even te buurten bij aanverwante begrippen, die net even anders zijn maar vanuit hun verwantschap wel enig licht kunnen werpen op het verschijnsel. Knap. Het jongetje dat in de klas altijd het eerste zijn vinger opsteekt, wordt knap genoemd, of slim. De meester stelt een vraag en het knapste jongetje van de klas weet natuurlijk onmiddellijk het antwoord. Opvallend is vooral de snel-
heid waarmee hij leert, hij heeft een vlug verstand en is in staat daar zijn voordeel mee te doen. De knappe kop schijnt in zijn hoofd een hele encyclopedie te hebben opgeslagen. Hij is een ideale quizkandidaat. Meer moeite heeft hij wanneer het om iets anders gaat dan het oppikken van kleine weetjes. Met brede samenhangen kan hij slecht uit de voeten. Hij kan alle feiten uit het leven van Hitler moeiteloos opsommen, maar wanneer het gaat om het verschil tussen het Duitse en Italiaanse fascisme, dan houdt hij zijn mond. Want voor dat soort zaken is zijn verstand niet traag en abstract genoeg. Bijdehand. Vooral meisjes worden als zodanig betiteld. Een bijdehandje is niet direct een uitblinker op school maar
heeft wel altijd een antwoord paraat. Als het moet, kan zij moeiteloos mensen op hun nummer zetten. Zij laat zich niet intimideren en in een hoek drukken. Een bijdehandje is vaak ook een brutaaltje. Ze beschikt over praktische mensenkennis, zal nooit een verjaardag vergeten, en altijd iemand opbellen op het moment dat dit het hardste nodig is. Erudiet. Alles weet de erudiet van de grote filosofen, de grote literatoren, de belangrijke maatschappelijke stromingen. Bij voorkeur declameert hij gedichten uit het blote hoofd. Hij is een ideale leraar, maar als auteur van origineel werk heeft hij zijn tekortkomingen. Zijn geschriften dreigen te
bezwijken onder zijn kennis. Moeizaam strompelt zijn werk voort, gebukt onder duizenden voetnoten en literatuurverwijzingen. Op onberispelijke wijze weet hij het gedachtengoed van vele auteurs weer te geven en met elkaar te vergelijken. Maar wanneer iemand vraagt wat hij er zelf van vindt zwijgt hij. Wijs. Door de overbekende schade en schande zo geworden. Wijsheid komt met de jaren, zegt men dan, en een jonge wijze is inderdaad een absurditeit. Wijsheid duidt op rijpheid en doorleefdheid. De kwaliteit van de wijze is de kunst van het relativeren, hij probeert menselijke ondeugden en gebreken eerder te begrijpen dan te veroordelen. Er heeft zich een gevoel van onthechting van de wijze meester gemaakt, hij is niet
zozeer deelnemer aan het maatschappelijk gewoel als wel de beschouwer ervan. Het verleden interesseert hem meer dan de toekomst die, gezien zijn leeftijd, toch al niet veel voor hem in petto heeft. Het handelen laat hij graag aan anderen over. Rationeel. Soms houdt men hem voor een mens van het koude verstand, maar dat is hij niet, de rationalist. Hij is iemand van het evenwichtig nadenken, van het zorgvuldig tegen elkaar afwegen van pro en contra, van het uitputtend gebruik van de kritische vermogens. Emoties maken hem niet bang, maar hij vertrouwt ze ook niet bij voorbaat. Voor het blind achterna hollen van plotselinge ingevingen, is men bij de
wcs
SEPTEMBER/OKTOBER 1998
29
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's