Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 274

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 274

5 minuten leestijd

Was dit het geval, dan moesten ze óf zeggen wat ze deden toen ze het nieuws hoorden, óf wie het nieuws bracht, óf hoe anderen erop reageerden, óf wat ze zelf deden na het nieuws te hebben gehoord. Er bleek zich in veel gevallen een duidelijk onderscheid af te tekenen tussen de beide groepen proefpersonen. De gewelddadige dood van de zwarte activist Medgar Evers in 1963 bleek bij geen enkele ondervraagde blanke tot een flashbulb-herinnering te hebben geleid, maar wel bij vijf zwarten. Ook de moord op de zwarte leider Malxolm X in 1965 riep bij zwanen meer flashbulbs op: veertien, tegen één blanke. Hetzelfde patroon tekende zich af rond de dood van Maltin Luther King: dertien blanke flashbulbs, dertig zwarte. De dood van John F. Kennedy en Robert Kennedy bleek bij beide onderzoeksgroepen ongeveer even sterk in het geheugen gegrift. Al met al leidt een grote persoonlijke betrokkenheid tot een helderder herinnering, concludeerden Brown en Kulik in 1977. Twintig jaar later werd die bevinding stevig ondermijnd door de Britse psycholoog Daniel Wright. Hij liet 2136 landgenoten als onderdeel van een grotere enquête ondervragen naar hun reactie op twee belangrijke gebeurtenissen in Groot-Brittannië: het aftreden van Margaret Thatcher als premier, in november 1990, en de ramp in het voetbalstadion van Hillsborough, in april 1989, waarbij 96 mensen onder het oog van de televisiecamera's tegen de dranghekken werden doodgedrukt. Beide gebeurtenissen waren al eerder onderwerp geweest van fiashbulbonderzoek. In 1994 was daaruit gebleken dat 86 procent van de proefpersonen zich 11 maanden na het aftreden van Thatcher dezelfde details herinnerde als twee weken na de gebeurtenis. Vijf maanden na de voetbalramp kon 90 procent van de ondervraagden zich nog herinneren wat ze aan het doen waren toen ze het nieuws hoorden. Daniel Wright stelde zijn vragen 19 maanden na Thatchers aftreden en 38 maanden na Hillsborough: hoe helder ze hun eigen situatie voor de geest konden halen, hoe

42

wcs

JULI/AUGUSTUS

1998

belangrijk ze de gebeurtenis vonden en hoe emotioneel hun reactie was. Uit het onderzoek bleek dat sterkere emoties in dit geval niet automatisch tot betere herinneringen leidden. De proefpersonen konden zich het aftreden van Thatcher beter herinneren dan de voetbalramp, maar die laatste gebeurtenis vonden ze wel belangrijker en ook leidde hij tot heviger emoties. In het geval van Thatcher waren die emoties overigens krachtiger naarmate de proefpersonen in hogere sociale klassen verkeerden, wat wel verklaarbaar is gezien de samenstelling van Thatchers aanhang. Daarnaast registreerde Wright in het geval van de reacties op de voetbalramp een verschil tussen mannen en vrouwen. Mannen meldden helderder herinneringen dan vrouwen, maar zeiden minder emotioneel te hebben gereageerd. Ook vonden mannen de voetbalramp relatief minder belangrijk. Het feit dat de onderzochte vrouwen heftiger reageerden op een gebeurtenis die ze zich betrekkelijk slecht konden herinneren, is in tegenspraak met wat Brown en Kulik vonden. En het viel Wright bovendien op dat de proefpersonen die zich de meeste details omtrent hun persoonlijke situatie voor de geest konden halen, zelf oordeelden dat ze niet meer dan een 'redelijke herinnering' aan de gebeurtenis hadden. Dat is bepaald niet van het kaliber flashbulb, concludeert Wright, waar het volgens hem toch zeker om een 'zeer levendige herinnering' zou moeten gaan.

Fotoalbum Ook de psycholoog Ulric Neisser van de Cornell Universiteit in Ithaca, New York, gelooft er niets van dat er een mechanisme in het geheugen zit dat schokkende momenten in ons leven verplaatst naar een soort fotoalbum in de grijze cellen. En zelfs als dat zou gebeuren, dan betwijfelt Neisser of de 'foto's' de tand des tijds kunnen doorstaan. Inmiddels zijn er studies verricht waarbij proefpersonen met tussenpozen van maanden of jaren zijn ondervraagd over hun herinneringen aan een ingrijpend evenement. Zweedse proefpersonen die werden ondervraagd over

hun flashbulb-herinneringen aan de gewelddadige dood van hun premier Olof Palme, wisten in 1986 zonder uitzondering te vertellen hoe ze het nieuws hoorden. Een jaar later wist nog maar 72 procent zich dit te herinneren. In 1986 wist 92 procent wat ze op dat moment aan het doen waren, een jaar later 72 procent. Neisser benutte zelf het ongeluk met de Space Shuttle 'Challenger' op 28 januari 1986 voor een vergelijkbaar onderzoek. De verschillen tussen de antwoorden die kort na de ramp én een kleine drie jaar later werden opgetekend, waren levensgroot. En dat terwijl uit een andere studie, uitgevoerd door de communicatie-onderzoeker Robert Kubey van de Universiteit van Chicago binnen 48 uur na het ongeluk onder 105 Amerikaanse studenten, bleek dat 87,6 procent van hen had verklaard dat ze zich waarschijnlijk gedurende de rest van hun leven zouden herinneren waar ze waren toen ze het nieuws hoorden. Neisser denkt dat de herinneringen het karakter van een vertelling krijgen; het gaat om gebeurtenissen die mensen graag met elkaar delen (vandaar dat ik dringend naar de buurvrouw moest vanwege Diana). En verhalen veranderen van vorm en inhoud naarmate ze vaker en langer worden verteld. Zélfs als het om flashbulb-herinneringen gaat. Hoe het komt dat we ons bij flashbulbs zoveel bijkomende details voor de geest kunnen halen en bij andersoortige herinneringen in veel mindere mate, is echter nog steeds niet zeker. De psycholoog Martin Conway van de Universiteit van Bristol denkt dat beelden met een emotionele lading een ander 'pad' door de hersenen volgen, naar een plek waar ze zorgvuldiger en langduriger worden bewaard. Ook wat hem betreft wordt het ontstaan van een flashbulb niet bepaald door de mogelijke gevolgen die de ingrijpende gebeurtenis heeft voor een persoon, zoals Brown en Kulik dachten. Het gaat erom dat iemand door een schokkend nieuwsfeit in zijn hart wordt getroffen. De hersenen bevinden zich daar een heel eind vandaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 274

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's