Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 354

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 354

3 minuten leestijd

G e r t J. Peelen

Dichter bij de

waarheid Staat de taal ons in de weg bij het begrijpen van de wereld? 0£ is taal juist de enige weg waarlangs de zwijgende werkelijkheid alsnog een stem kan krijgen, ook al is dat bij nader inzien toch steeds weer de ónze? Over het pogen de werkelijkheid te verbeelden in k u n s t en wetenschap.

Eigenlijk was ik december vorig jaar voor de schilderijen van Edward Hopper op weg naar Whitney's Museum of American Art in New York. De onderneming liep echter niet uit op een feest der herkenning maar op een kleine verrassing. Dwalend door de zalen van het kleine museum, dat al zijn Hoppers op dat moment naar het depot had verbannen, stuitte ik op het werk van Richard Diebenkorn, een Amerikaanse schilder die, 71 jaar oud, in 1993 het tijdelijke voor het eeuwige verwisselde. Wat me trof was de ontwikkeling in zijn landschappen van drie naar twee dimensies. De manier waarop die overgang in deze expositie zichtbaar was gemaakt,

50

wcs

SEPTEMBER/OKTOBER 1998

vestigde met nadruk nog eens de aandacht op de fascinerende maar problematische relatie tussen kunst en de daarin bedoeld of onbedoeld verbeelde werkelijkheid. Na het Californische landschap aanvankelijk te hebben neergezet met de ruimtelijke werking van een sterk perspectief, heldere belijning en een helle, zware slagschaduwen veroorzakende belichting, laat Diebenkorn geleidelijk aan het beeld kantelen. In schilderijen als 'Cityscape I' uit 1963 is nog volop sprake van een gesuggereerde driedimensionale ruimtelijkheid. De serie 'Ocean Park', die in de jaren zeventig ontstaat, bestaat echter uit kleurrijke vlakken waarvan de scheidslijnen niet langer in een denkbeeldig verdwijnpunt samenkomen, maar nagenoeg uitsluitend verticaal en horizontaal zijn aangebracht. De schilderijen verwijzen nog wel naar de landschappen - een gevolg van onder meer Diebenkorns karakteristieke pastelachtige palet en vanzelfsprekend ook zijn titelkeuze - maar zijn niet langer uit op de pure verbeelding ervan. Ze reduceren de verbeelde werkelijkheid tot tweedimensionale, rechthoekige vlakken en smalle stroken, waarmee de schilder het landschap lijkt te willen terugbrengen tot de kern van de zaak, de kleuren en de vormen die in zijn artistieke, uiteraard volstrekt subjectieve visie de essentie van het landschap weergeven. Door deze abstractie wordt de kijker met zijn neus op het feit gedrukt dat dit geen realistisch bedoelde weergave van de werkelijkheid meer is, laat staan een venster daarop, maar verf op linnen, gevat in een houten lijst. Wordt deze reductie tot het uiterste doorgevoerd, zoals abstracte schilders lang voor Diebenkorn deden, dan houdt het schilderij op afbeelding te zijn. tiet verwijst niet langer naar een werkelijkheid buiten de lijst, maar alleen nog naar zichzelf. Het schilderij is de werkelijkheid geworden.

Hoewel ik de toevallige kennismaking met het werk van Diebenkorn niet graag gemist zou hebben, had ik voor het inzicht in dit onderscheid tussen figuratief en abstract niet naar New York hoeven te reizen. Ik had ook even kunnen wachten tot begin van dit jaar 'De losse pols', een bundel essays van /. Bernlef, verscheen. In een van zijn daarin opgenomen beschouwingen bindt de auteur de strijd aan met het realisme, althans met de bij een groot publiek levende gedachte dat in de kunst alleen dat interessant en van belang zou zijn, wat aantoonbaar naar het leven is getekend. Bernlef geeft zijn uiteenzetting reliëf door daarin de fictieve wereld der Aldebaranen op te voeren, zoals beschreven door Lars Gustafsson in 'De dood van een imker'. Aldebaranen leven in een ver verwijderd zonnestelsel op een planeet waar waarheid heerst. De bewoners houden zich direct met de werkelijkheid bezig zonder gebruikmaking van enige symbolische tussenschakel in de vorm van taal of teken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 354

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's