VU Magazine 1998 - pagina 321
^ê^SÉS^^MSmé
EI zijn ook landen waai mensen geen geld hebben om klapschaatsen te kopen. Waaiom zouden zigzagstrips en doping wel mogen en een chiiuigische ingieep nieü "Als we het erover eens zijn dat het een betrekkelijk ongevaarlijke ingreep is, dan zou dat inderdaad bespreekbaar kunnen zijn." Wat is vooi u een geschikte stiaf bij de constateiing van dopinggehiuikl "Wanneer iemand in een wielerploeg doping gebruikt, zou je de hele ploeg naar huis moeten kunnen sturen. Zo schep je een sociale controle binnen de groep. In het algemeen vind ik dat je niet alleen de sporter moet aanpakken, maar vooral het circuit om hem heen.
manipuleren. Dat is een volgende stap, die zeker staat te gebeuren. Binnen tien jaar zal het zover zijn: het kunstmatig kweken van talent. Dat is natuurlijk typisch zoiets waarvan je denkt: moeten we dat willen? Zelf zie ik dat niet zo zitten. Je moet je overigens niet voorstellen dat dit op ploegenniveau gebeurt: het duurt natuurlijk een jaar of twintig voordat je het resultaat van gemanipuleerd DNA kunt gebruiken. Zó ver reikt geen enkel sponsorcontract. Maar wellicht zijn er landen die denken dat ze op deze wijze kampioenen kunnen kweken. Of families. Misschien denkt één van mijn nazaten wel: het wordt tijd dat de familie Kuipers weer eens een wereldkampioen krijgt. Nou, ik moet er niet aan denken." Fotografie: Lenny Oosterwijk.
"De dopingcontroles zijn allesbehalve waterdicht. Op dit moment is het zelfs zo dat wanneer je het urinemonster van een sporter naar laboratorium X stuurt en hetzelfde monster naar laboratorium Y, er bij de ene een positief resultaat kan uitkomen en bij het andere een negatief. Dat heeft met detectiegrenzen te maken. De apparatuur in sommige laboratoria is zo gevoelig dat je al positief bent wanneer je één of twee moleculen van een bepaalde stof in je bloed of urine hebt. Het is de vraag of je geen grenzen moet stellen aan die gevoeligheid. Het wordt nu een beetje te gek. Wanneer je vlees hebt gegeten met anabolen erin, ben je in het ene lab positief en in het andere negatief."
" D e sportprestatie wordt voor ongeveer 70 procent bepaald door de genen, voor de rest door de omgeving. Dat is eigenlijk heel weinig." Selecteien clubs stiaks hun pupillen omdat uit hun genenpaspoort blijkt dat ze aanleg hebhen vooi een bepaalde spoitl "Of het zo zal gaan weet ik niet. Het is zeker zo dat de moleculaire biologie en de genetica een rol gaan spelen. De sportprestatie wordt voor ongeveer 70 procent bepaald door de genen, voor de rest door de omgeving. Dat is eigenlijk heel weinig. Talent ontdekken door genetisch onderzoek zou in bepaalde situaties heel nuttig kunnen zijn. Maar er is natuurlijk nog een andere manier, namelijk door de desbetreffende persoon te laten sporten. Wie talent heeft, zal beter zijn dan de rest. Ik denk dat DNA-analyse geen efficiënte manier is om talent te recruteren. Het kan hooguit een bevestiging opleveren van wat je al wist. "Een belangrijker aspect is genetische manipulatie. Als we weten welke genen belangrijk zijn voor de ontwikkeling van bepaalde sportieve eigenschappen, dan zouden we die kunnen
wcs
WÊM^
SEPTEMBER/OKTOBER
K
17
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's