VU Magazine 1998 - pagina 108
psychoanalyse biedt er een moderne variant van. Alleen zijn het daar niet de goden die afzender waren van de boodschap, maar zijn we het zelf. Onze onbewuste verlangens spreken in de droom een geheimzinnige taal; een taal die voor de goede, naast de divan gezeten verstaander, echter goed te duiden valt. Hartslag In de moderne neurobiologie ligt dat allemaal anders. Dit vakgebied heeft de afgelopen paar decennia een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt, die nog lang niet voltooid is. De neurobiologie heeft ons uit de droom van de raadselachtigheid geholpen. De droom is het product van chemische processen in onze hersens, luidt de prozaïsche stelling van de neurobiologie. Dan nog is het weliswaar moeilijk om het geheim van de droom te ontsluieren, raaar dat is vooral een technisch probleem: de onderzoeker heeft immers geen rechtstreekse toegang tot het brein, het is lastig om er achter te komen wat daar nu precies gaande is. Maar de droom zelf is nauwelijks geheimzinnig. In 1953 kreeg het fysiologisch droomonderzoek een enorme impuls. In dat jaar werd het verschijnsel van de REMslaap ontdekt. In een bepaalde fase van de slaap bleken mensen met hun oogleden snel op en neer te gaan, vandaar de naam Rapid Eye Movement. Ook vertoonden mensen dan een onregelmatiger hartslag en een verhoogde hersenactiviteit. In deze REM-slaap vindt het dromen plaats. In andere fasen van de slaap staan de hersenen evenmin stil, maar de gedachten komen dan overeen met die van het wakkere leven, alleen hebben ze een meer obsessieve vorm; we herkauwen dwangmatig allerlei gedachten. In de REM-slaap daarentegen heeft de droom, in al zijn bizarre en associatieve gedaantes, zijn zetel. De REM-slaap is er niet alleen tegen het ochtendgloren, maar vindt vier of vijf keer per nacht plaats. ledere slaapcyclus van diepe naar ondiepe vormen van slaap bestaat uit ongeveer negentig minuten, en bij een gemiddelde slaapduur van zeven tot acht uur per nacht dromen we dus zo'n vijf maal. In de eerste slaap-
32
wcs
MAART/APRIL
1998
cyclus dromen we maar ongeveer vijf minuten, tegen het wakker worden aan, duurt de REM-slaap veel langer. Uit het moderne hersenonderzoek is bovendien gebleken dat ons brein bestaat uit vele miljarden neuronen. Dit zijn allemaal individuele hersenelementen die boodschappen verzenden aan hun nabije of verder weg gevestigde buren. Ieder neuron communiceert met tenminste tienduizend andere neuronen, alsof elke burger voortdurend en gelijktijdig met tienduizend andere burgers aan het bellen is. En er wordt niet zomaar af en toe een boodschap verzonden: het zijn er maar liefst honderd tot driehonderd per seconde. Niet voor niets zijn er deskundigen die het brein vergelijken met een 'babbelbox' van werkelijk kolossale omvang. Wanneer die activiteit ook maar met enig geluid gepaard zou gaan, zou dat een ware kakofonie opleveren. Maar in werkelijkheid voltrekt die bedrijvigheid zich in doodse stilte; alle actie gaat geruisloos aan ons voorbij. Toch merken we er iets van. Het niet onbelangrijke resultaat van die oneindige nijverheid noemen we ons bewustzijn. Het bewustzijn is onze subjectieve gewaarwording van al die miljarden druk met hun buren communicerende neuronen. Dit systeem valt niet stil te leggen. Hoe zou dat ook mogelijk zijn in zo'n mammoetbedrijf? Er is altijd gedacht dat 's nachts de hersenen tot rust komen en bij het wakker worden weer actief worden, maar dat blijkt niet waar te zijn. De zenuwactiviteit gaat altijd maar door, dag en nacht. De neuronen reageren normaal gesproken op signalen die van buiten komen: als het regent, dringt dat tot het bewustzijn door omdat we nattig-
heid voelen, en het brein zendt als reactie hierop signalen uit aan het lichaam, die het mogelijk maken dat we een paraplu opsteken. Het brein vertaalt de van buiten komende signalen in de taal die het verstaat. De hersens vormen één groot informatieverwerkend bedrijf. Zelfcreërend vermogen De zenuwen reageren dus op signalen die van buiten komen. Maar soms hebben ze die buitenwereld niet eens nodig. Ook zonder die externe prikkels blijft de neuronenactiviteit onophoudelijk voortgaan. De informatieverwerking gaat rustig verder zelfs wanneer er geen enkele informatie meer wordt aangeleverd. In de slaap zijn de neuronen nauwelijks minder actief dan wanneer we wakker zijn. Het systeem praat als het ware met zichzelf. Met die interne communicatie is echter iets vreemds aan de hand. Die dreigt namelijk in de droom volledig op hol te slaan. Wanneer we wakker zijn, blijft ons communicatie-systeem gebonden aan de dwang van de realiteit. Het is leuk om voor eventjes te denken dat we kunnen vliegen of dat we vorsten zijn met een hofhouding, maar bij enig nadenken zullen we het wel nalaten om vanaf een rotsblok voor de vrije vlucht te kiezen, of de familieleden als de eigen ondergeschikten te behandelen. De val is hard, zowel letterlijk als figuurlijk. Tegelijkertijd krijgt ons lichaam de opdracht zich niets van de droom aantrekken. Wanneer we op de hielen worden gezeten door brontosaurus of boeman, zeggen al onze instincten maar één ding: rennen! Dat gebeurt daadwerkelijk in de droom, want daarin is ons niets bekend over het uitsterven der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's