VU Magazine 1998 - pagina 35
Met de Romantiek, een tijdvak dat ruwweg loopt van de Franse tot de Russische Revolutie, treedt de mens in alle kunsten met zijn emoties in het volle licht. Kunst wordt vanaf dat moment met een grote K geschreven. En de kunstenaar is niet langer een ambachtelijk geschoold vakman die gewoon zijn werk doet, maar een supermens die rechtstreekse contacten onderhoudt met het hogere. De musicus ontwikkelt zich in de Romantiek van iemand die dienstbaar is aan het verhaal van een ander wiens (vaak religieuze) emoties hij zo objectief mogelijk tracht te verklanken, tot de hoofdpersoon in zijn eigen kunstwerk die in klank en ritme uitdrukking geeft aan zijn eigen, subjectieve, niet zelden zeer heftige (en meestal zeer seculiere), gemoedsaandoeningen.
Sehnsucht Aiie Eikelboom, docent aan de Utrechtse Hogeschool voor Kunsten, die de avond leidt, strijkt veelvuldig door zijn lange grijze baard als hij ons, aan de hand van werk van vader f.S. en zoon C.Ph.E. Bach, op de breuk in de Barok wijst. Maar ook zonder dat gebaar geloven wij hem graag: je hoort gewoon dat vader in zijn 'Hohe Messe', hoe geniaal ook, probeert het oude liedje nieuw leven in te blazen, terwijl zoonlief even later, heel gênant, zijn privé-gevoelens botviert in een stuk waarin de stemming meermalen omslaat en de de balans volledig zoekt lijkt. Mozart en Haydn zullen er straks nog aan te pas moeten komen om met hun classicisme dat ontketende gevoelsleven weer wat in het gareel te krijgen, en zo Beethoven c.s. de kans te geven ruim baan te maken voor de échte Romantiek. Romantiek, dat is verlangen naar iets onbereikbaars - Sehnsucht dus - naar het verleden, een ver land, een droom, naar een vrouw desnoods. Onbevredigd dwepen is de mode. En voor iemand er erg in heeft is de muziek tot de meest romantische aller kunsten uitgegroeid en steekt zij in dat opzicht zelfs de poëzie - als het om romantisch dwepen gaat toch ook niet mis - naar de kroon.
Tijdens de Romantiek groeit ook de publieke verwachting, dat de componist in ieder stuk opnieuw iets volstrekt ongehoords zal brengen. Wie zichzelf herhaalt, wordt afgeschreven. Ook het orkest wordt een meer flexibele eenheid en breidt zich uit tot ongekende omvang, de ontwikkeling van muziekinstrumenten wordt ter hand genomien (bijvoorbeeld van piano forte tot orkestvleugel), met als doel vooral een bredere klank en een groter volume te bewerkstelligen. En, uiteraard in samenhang daarmee, ontstaat het virtuozendom waarbij een pianist, strijker of blazer de hele trucendoos mag opentrekken in concerten voor solo-instrument en orkest. Steeds sneller, steeds harder, steeds groter, en steeds meeslepender. Het publiek hoort het ademloos aan en weet: dit kan zo niet goed blijven gaan... (GJP)
Deze tekst is gebaseerd op een lezing van A r i e Eikelboom, docent kerkmuziek en muziekgeschiedenis aan de Hogeschool voor Kunsten U t r e c h t , uit de serie 'De hoge G', najaar '97 georganiseerd door de Thomas More Academie.
Eikelboom illustreert deze boude stelling met de ontwikkeling van het lied; romantisch genre bij uitstek. Was bij Beethoven, die ondanks zijn symfonisch imago, ook nogal wat liederen componeerde, de muziek nog een onderdanig begeleider van de tekst, bij Schubert krijgt zij ook een illustrerende taak. Bij een liederencomponist als Hugo Wolff vertellen tekst en muziek het verhaal op volstrekt gelijkwaardige wijze, terwijl Mendelssohn in zijn befaamde 'Lieder ohne Worte' zelfs helemaal geen tekst meer nodig heeft.
wcs
JANUARI/FEBRUARI
1998
35
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's