Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 111

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 111

4 minuten leestijd

veel wetenschappers is dat dan ook een andere belangrijke functie van de droom: veel van wat we overdag hebben meegemaakt of geleerd, keert terug in de droom, en wordt vervolgens opgeslagen in het lang-termijngeheugen. Het aminergisch systeem verzorgt het registreren en opnemen van informatie, het cholmergisch systeem neemt de vastlegging voor zijn rekening. Maar van dat laatste herinneren we ons bij het ontwaken helemaal niets. Terwijl we informatie aan het vastleggen zijn in het lange-termijngeheugen, laat het kortetermijngeheugen het afweten. Wanneer we niet of te weinig dromen, plegen we een te zware aanslag op het aminergisch systeem. We putten onze geestelijke vermogens helemaal uit. Iedereen die een bepaalde periode slecht geslapen heeft, zal dat verschijnsel kennen: een afnemend vermogen tot concentratie en een toenemende vergeetachtigheid. Een paar stappen verder en we beginnen dingen te verzinnen die er helemaal niet zijn. J. Allan Hobson vertelt bijvoorbeeld in zijn boek 'The Chemistry of Conscious States' hoe hij een aantal dagen niet aan slapen was toegekomen, en dat hij, net aangekomen op zijn vakantieadres, hout moest hakken. Toen hij aan die zware klus, waar hij als vermoeid man ernstig tegenop zag, wilde beginnen, ontwaarde hij ineens een helper naast zich. Een paar seconden later was die helper weer verdwenen. Neurobiologisch gezien betekent zoiets dat het cholinergisch systeem zichzelf niet langer laat onderdrukken door het aminergisch systeem, en de scepter begint te zwaaien. De hersenen gaan, niet gehinderd door de werkelijkheid, hun eigen beelden genereren. Dat kan dus zelfs gebeuren op een moment dat de betrokkene nog wakker is. En dan begint het echt tijd te worden voor een goede nachtrust, eentje met veel dromen. Magritte Van het raadselachtige karakter van de droom is door het neurobiologisch onderzoek weinig overgebleven. De beelden die we genereren, hebben geen diepere betekenis. De helper die Hobson

zich voorstelde was gewoon een helper, en geen vermomming van zijn vader, om een stokpaardje van de droomduiding van stal te halen. Het is wat het is. Toch is die benadering niet ontluisterend. Er blijft altijd voldoende ruimte voor persoonlijke betekenisgeving. Het is immers niet zo vreemd dat iemand die moe is een hulpje fantaseert. De neurobiologische weigering tot diepzinnigheid doet misschien meer recht aan het raadselachtige karakter van de droom dan het werk van veel uitleggers. Het is te vergelijken met de surrealistische schilderijen van iemand als René Magritte. Daarop zijn bijvoorbeeld tegen een achtergrond van huizen meneertjes met bolhoeden uit de lucht naar beneden aan het vallen (of staan ze stil in de lucht, of stijgen ze zelfs op ten hemel? - niemand weet het); of er staat op een ander schilderij een glas water op een paraplu, niet de meest logische plek voor een glas water. Wie denkt het raadsel te kunnen oplossen, banaliseert in zekere zin de schilderijen. Een weigering om te interpreteren, bevordert het genot van de onwaarschijnlijke combinatie van beelden. De beelden zijn mysterieus en dat blijven ze; er is geen code die te kraken valt. En in onze droom zijn we allemaal een beetje als Magritte: onvermoeibare schakelaars van verrassende beelden. De hallucinaties in dromen zijn niet gevaarlijk, ze zijn onschuldig en soms grappig. Een enkele keer zijn ze zelfs meer dan dat. Tussen gek en geniaal bestaat weinig verschil, heet het in de volksmond. Dat blijft allemaal de vraag, maar in de droom is daar zeker iets van waar. Onze dromen vormen ideeënmachines, vrijplaatsen waar allerlei

oplossingen voor de problemen waar we in het dagelijks leven mee worstelen, kunnen worden uitgeprobeerd. Als we geestelijk vast zitten, kunnen we in onze droom nieuwe wegen verkennen. Dankzij dromen kan zelfs wetenschappelijk vooruitgang worden geboekt. Zo verklaarde de Duitse biochemicus August Kekule von Stradonitz (18291896) ooit dat hem in zijn droom een slang was verschenen; die slang deed hem niet denken aan de Hof van Eden, maar bracht hem de oplossing van zijn wetenschappelijk probleem: de ringvormige structuur van benzeen. In onze droom koppelen we alle mogelijke beelden aan elkaar, de meest onwaarschijnlijke associaties komen tot stand. De meeste van die associaties herkennen we bij het wakker worden onmiddellijk als klinkklare onzin. Maar soms, een heel enkele keer, kan in de droom net die ene schakeling van beelden tot stand komen, waarnaar je op zoek was en die je in wakende toestand nooit had kunnen bedenken. In die zin opereert de uit zijn dromen ontwakende mens niet veel anders dan de wetenschapper: die stelt talloze hypotheses op, onderzoekt ze, en verwijst het merendeel direct weer naar de prullenbak. Totdat dat ene briljante idee zich aandient.

Literatuur: J. Allan Hobson, 'The Dreaming Brain', Basic Books, 1988; J. Allan Hobson, 'The Chemistry of Conscious States', Little, Brown & Company, 1996; Mels de Jong, 'Sprekend nog m e t de nacht', Swets & Zeitlinger, 1991; Michel Jouvet, 'Slapen en d r o m e n ' . Contact, I 994.

wcs

MAART/APRIL 1998

35

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 111

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's