Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 217

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 217

5 minuten leestijd

verleden kan de overheid nu eenmaal minder direct nut ontlenen voor haar beleid dan aan het heden. Maar 'De vreugden van Houssaye' is vooral geschreven voor de liefhebber die de geschiedenis om de geschiedenis zelve bemint. Het boek moest een programma zijn dat tegelijkertijd geen programma kan zijn, want de historische interesse en zeker de historische sensatie zijn niet zomaar af te dwingen door systematisch te werk te gaan. Hoewel een aantal stilistische kwaliteiten, het nauwkeurig kiezen van een anekdote, een krachtig citaat en de nodige couleui locale daarbij natuurlijk wel kunnen helpen. Tollebeek: "Het verleden kan zich soms bijna zintuiglijk manifesteren en dat aspect van de geschiedenis verdient alle aandacht. Misschien kun je het nog het best vergelijken met jeugdherinneringen. In het leven als volwassene wordt men volstrekt geconditioneerd vanwege alle heisa en drukte. Het denken wordt grotendeels in beslag genomen door alles wat men moet en de snel veranderende samenleving legt nog eens allerlei nieuwe waarden en normen op die maar weinig overeenkomen met de vroegere beleving. Het is dan vaak niet makkelijk die beleving terug te halen en in zijn authentieke vorm te ervaren. Natuurlijk kun je wel een rationele reconstructie van je jeugd maken, maar dat echte gevoel van vroeger is iets heel anders." Tollebeek heeft de historische sensatie ooit vergeleken met het geluid van de zee in een schelp. Wat je hoort is echter niet de zee, maar het oor. Hij geeft toe dat de historische sensatie inderdaad niet meer is dan een illusie, de illusie dat je terug kunt keren in het verleden. Maar, zegt hij, als in een aangrenzende kamer muziek wordt gemaakt, kunnen de vage muziekflarden die je hoort, wel degelijk een bepaald gevoel in je wakker maken. "Daar moet je niet teveel kenniswaarde aan toekennen. De historische sensatie is geen noodzakelijke voorwaarde voor, wel een soort symbolische verdichting van de historische interesse."

Vals pathos De historicus is niet zozeer op zoek naar het bekende in het verleden, maar juist naar het volstrekt vreemde en eigene

ervan. De historische interesse lijkt daarmee volstrekt belangeloos, doch het kan ook het besef zijn dat we van het totaal vreemde meer leren dan van het eigene. In zoverre zou je het werk van de historicus kunnen vergelijken met dat van de antropoloog. Tollebeek geeft echter nog een ander mogelijkheid: "Het ontdekken van iets dat niet meer past in het heden veroorzaakt een frictie die het gevoel oproept van volstrekte vreemdheid van een voorwerp. Dat geeft een sensatie. Dat moet echter niet mystieks of lyrisch worden opgevat; die sensatie is juist heel alledaags." Toch roept het de vraag op of we in een tijd dat onze beelden van het verleden zo 'vervuild' zijn geraakt door allerlei fantasiebeelden van dat verleden, in films bijvoorbeeld, nog wel zo makkelijk contact kunnen maken met dat verleden. Is het hoofd niet al bezet? Tollebeek is daar niet zo bang voor: "De historische sensatie is heel elementair en te vergelijken met ontroering en met de esthetische ervaring bij kunst. Het is gevaarlijk er over te theoretiseren. Want dan wordt er al snel vals pathos. Iets wat je bij Huizinga zag gebeuren, voor wie de historische sensatie iets mystieks kreeg en een bijna goddelijke ervaring werd." Toch was Huizinga's mystieke ervaring misschien minder opgeblazen dan zij nu lijkt. Immers in een samenleving waar het aanzien van de kerk en de staat tanende was, was het niet zo verwonderlijk dat de geschiedschrijving met allerlei ethische vragen werd opgezadeld. Onze moraal is immers niets anders dan het geheel van opgedane ervaringen. Daarom zou je het verleden ook kunnen zien als het onderbewuste van het heden, waarin de histoire present en de histoire passé dus samenkomen. Is de historische sensatie dan misschien een door een onbewust aanwezige ethiek gestuurde intuïtie? Tollebeek denkt van niet want de intuïtie is daarvoor te bedacht. Intuïtie, zegt hij, is de vertaalslag tussen de ervaring en de taal. Maar het is meer dan alleen een individuele aanraking met het verleden. Hij gelooft in het bestaan van een soort 'collectief onderbewuste', al is ook dat een term waar hij zuinig

mee wil omgaan. "Een Aziaat zal minder makkelijk het gevoel van herkenning krijgen als hij door Polen trekt, omdat hij veel minder met de Europese geschiedenis te maken heeft. Wat niet wegneemt dat een Aziaat misschien wel een beter boek over het Poolse verleden kan schrijven. Daarvoor is afstand misschien juist een voordeel." Toch, en dat wil hij nogmaals benadrukken, staat de historische interesse vooral op zichzelf. Ze is geen afgeleide van andere interesses. En omdat het besef daarvan toeneemt, ook bij collegahistorici, vindt hij het geen toeval dat tegenwoordig de aandacht voor de Romantiek zo groot is. En wellicht om dezelfde reden is er nu ook meer belangstelling voor mentaliteitsgeschiedenis. Die zoekt niet naar een platte, gehomogeniseerde tijdgeest, maar wil juist aandacht schenken aan de verschillen en aan de gelaagdheid van het verleden. "In Nederland is de mentaliteitsgeschiedenis trouwens populairder dan in België. In België heb je nog meer de klassieke sociale geschiedenis die de verschillende delen van de samenleving apart onder de loep neemt." Maar ook de interesse voor geschiedenis in het algemeen is eerder toe- dan afgenomen, meent hij. "Tot voor enkele decennia hadden mensen veel meer het idee dat de geschiedenis een continue lijn is. Je bestudeerde de geschiedenis vanuit de gedachte dat je uit dat verleden was voortgekomen; het verleden en het heden lagen in eikaars verlengde. Het postmoderne historische besef gaat veel meer uit van breuken, omdat alles in de samenleving zo snel verandert. Dit postmoderne besef is daardoor veel warriger, veel eclectischer. Maar het biedt ook meer mogelijkheden voor een zuiverder historisch interesse, omdat het heden er een minder belangrijke rol in speelt."

Van Jo Tollebeek verscheen in I 996 'De ekster en de kooi' en in 1994 'De ijkmeesters', beide bij Bert Bakker, 1994. Samen met Tom Verschaffei schreef hij 'De vreugden van Houssaye' (Wereldbibliotheek, 1992).

Fotografie: Rene Koster.

WCS MEl/lUNI 1998

65

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 217

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's