VU Magazine 1998 - pagina 177
Polio en de pokken waren nog gemakkelijk. Maar het ontwikkelen van vaccins tegen meer complexe ziekteverwekkers blijft een van de grootste uitdagingen. "Soms moeten we de Schepping proberen te verbeteren."
"Het perfecte vaccin is goedkoop, biedt na één dosis een levenslange bescherming en kan via de mond of de neus worden toegediend", vat Ben van der Zeijst de droom van iedere vaccinoloog samen. Als kersverse directeur van de sector vaccins aan het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne ~ in de volksmond 'het RIVM' ~ weet hij
als geen ander dat de wetenschap nog ver van dit ideaal is verwijderd. Vorig jaar had het Bilthovense instituut, dat verantwoordelijk is voor het rijksvaccinatieprogramma, nog tegenvallende resultaten met het kinkhoestvaccin. "Volkomen onverwacht", aldus de directeur, wiens voorganger door de grote aandacht van de media het woord kinkhoest niet meer kan horen. Achter Van der Zeijst hangt een computertekening van de boosdoener, de Bordetella pertussis-, een ovaalvormige bacterie met langwerpige uitsteeksels, die het organisme gebruikt om zich vast te hechten aan lichaamscellen. Sinds 1952 is er een vaccin tegen het voor kinderen gevaarlijke kinkhoest. Hiervoor maakt het RIVM gebruik van gedode bacillen. Van der Zeijst: "Vóór de
introductie van het vaccin stierven er jaarlijks per miljoen inwoners zo'n 150 mensen. Daarna daalde dit aantal naar 0,2 per miljoen. Tot we in 1996 plots een fikse stijging zagen in het aantal gevallen van kinkhoest. Onderzoek wees uit dat het niet aan het vaccin lag, maar dat de bacil, die inmiddels duizenden volwassen Nederlanders heeft besmet, is gemuteerd. Deze lijkt daardoor niet meer op de bacteriestammen in het vaccin. Door het te sterk veranderde uiterlijk van de B. pertussis bood de inenting die deze mensen in hun kinderjaren kregen, blijkbaar onvoldoende bescherming. Het afweersysteem werkt namelijk op basis van herkenning. Als een ziekteverwekker het lichaam voor het eerst binnenkomt, duurt het enkele dagen voordat het immuunstelsel voldoende strijdkrachten heeft verzameld om de indringer uit te schakelen. Naast het produceren van afweercellen die speciaal op de bacil gericht zijn, maakt het lichaam ook geheugencellen aan. Zodra dezelfde ziektekiem zich opnieuw aandient, komen deze geheugencellen onmiddellijk in actie, waardoor het organisme de kans niet krijgt om schade
aan te richten. Van dit principe maken vaccins handig gebruik. Ze roepen een immuunrespons op zonder de ziekte zelf te veroorzaken, zodat bij een bezoek van de echte boosdoener het lichaam voldoende wapens bij de hand heeft. De kunst is om het afweersysteem voldoende te stimuleren; niet te weinig en zeker niet te veel. Je kunt daarvoor een dood organisme gebruiken, wat in het geval van kinkhoest gebeurde. Maar dan zijn er meerdere injecties nodig en is de bescherming niet levenslang. Nog beter is het over een methode te beschikken waarbij een levend, maar verzwakt organisme wordt toegediend. Het vaccin tegen mazelen, de bof en rode hond is daar een voorbeeld van. In andere gevallen heb je de bacterie zelf niet eens nodig, zoals bij difterie en tetanus. De hiervoor verantwoordelijke bacillen zijn niet de feitelijke boosdoeners, maar de toxinen die ze uitscheiden. Die veroorzaken uiteindelijk de schade in het lichaam met de ziekte tot gevolg. Daarom bevatten sommige vaccins alleen deze eiwitten.
W a k e n d e sensoren
We lopen een rondje om het gebouw op het RivM-terrein waar de vaccins tegen kinkhoest, difterie en tetanus in grote hoeveelheden worden aangemaakt. Voor een toevallige passant is er bitter weinig zichtbaar en zelfs wie de moeite neemt op zijn tenen door de hoge, spiegelende ruiten te gluren, ziet eigenlijk niets. Alleen een tweede raam en de dubbele muren. En met een beetje moeite sluizen, waardoorheen volledig ingepakt personeel naar een volgende, stofvrije ruimte met stalen tanks wandelt. "Dit is een gebouw in een gebouw", legt de directeur uit, die zelf zijn afdeling nog niet van deze kant had bekeken. De constructie is niet zozeer bedacht om de buitenwereld tegen schadelijke bacteriën en virussen te beschermen, als wel om de productieruimten te vrij-
wcs MEi/ruNi 1998
25
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's