Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 247

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 247

5 minuten leestijd

"Mijn verontrusting heeft bovendien een algemenere basis. We leven in een cultuur die de individualisering hoog in het vaandel draagt. Het draait om het hebben van een prettig leven en wanneer het leven niet meer prettig is, komen die vragen naar de dood op. In onze cultuur bestaan weinig waarborgen om die tendenzen in te dammen. Het belangrijkste motief voor een euthanasiewens is bovendien niet pijn maar ontluistering. Het heeft te maken met angst voor eenzaamheid en afhankelijkheid. Bij dementie is het de angst om in de ogen van anderen aan waardigheid te verliezen. Dat zegt net zoveel over degene die dementeert als over de omgeving die zoiets niet accepteert."

"Alles draait in onze cultuur om een prettig leven, en wanneer het leven niet meer prettig is, komen die vragen naar de dood op." Hoe heeft het in de geneeskunde zo ver kannen komenl "We zitten momenteel in een heel tegenstrijdige situatie. Enerzijds is het gezag van de arts in de samenleving sterk gedaald. Men kijkt weinig meer op tegen de dokter en daar heb ik weinig bezwaar tegen. Anderzijds zijn de verwachtingen enorm opgeschroefd. Men verwacht en eist veel meer van een dokter. Niet alleen moet die ziekte wegnemen, maar er ook voor zorgen dat je niet ongelukkig bent en wanneer je dat toch bent, het niet blijft. Dat is in mijn ogen een grensoverschrijding. "In de psychiatrie spitst de discussie over het vak zich toe op de definiëring van het werkterrein. Het is niet ongebruikelijk dat terrein te omschrijven als het 'biopsychosociale veld'. Dat betekent: we gaan over alles. Alle gebieden van het menselijk leven reken je dan tot het eigen werkterrein. Men verwijst daarbij vaak naar een bekende definitie van de World Health Organisation die er op neer komt dat gezondheid alleen te vinden is in volledige ontplooiing en welbevinden. ledere vorm van onbehagen moet in die opvatting door een arts worden opgelost. Dat megalomane concept stuurt het denken van zowel artsen als patiënten. Als ik daar kritiek op heb, zegt men: in de praktijk wijst zich dat vanzelf, je moet daar niet zo moeilijk over doen." Is dat dan niet zoi "Het blijkt dat het zich in de praktijk niet vanzelf wijst. Je kunt grensoverschrijdingen bij artsen constateren, niet alleen op het gebied van euthanasie, maar ook op dat van de seksualiteit, en op nog veel meer terreinen. Artsen voelen zich overbetrokken, ze kunnen geen afstand meer nemen. En als de arts geen grenzen kan stellen, doet de patiënt dat evenmin. Dat de patiënt in de huisartspraktijk steeds veeleisender wordt, duidt niet alleen op mondigheid maar ook op verwendheid. "Het valt mij op hoe snel het zicht op de core business van de arts, te weten het ziektebegrip, teloor is gegaan. Helaas heeft de psychiatrie ook hier voorop gelopen. Twintig jaar geleden bestonden er nog stromingen als de anti-psychiatrie, die een anti-medische opstand behelsde. In die tijd wilde men in Amerika van de eeuwige discussies af die het vak dreigden te

verlammen. Om tot een consensus te kunnen komen voor een omschrijving van ziekten, heeft men het idee dat klachten en stoornissen voortkomen uit processen in het organisme, losgelaten. Dat was ook niet onbegrijpelijk omdat men toen nog veel minder wist over de oorzaken van stoornissen. "Die aanpak heeft tot belangrijke misverstanden geleid. Men kijkt alleen naar problemen die moeten worden opgelost, niet naar wat daaraan ten grondslag ligt. Dat zie je bij depressie. Volgens de de officiële omschrijving wordt depressie gekenmerkt door ten eerste een depressieve stemming en ten tweede door verlies aan plezier. Dat eerste is raar want daar definieer je een begrip met zichzelf. En wat het tweede deel van de definitie betreft, eigenlijk gaat het om iets heel anders dan verlies van plezier. Plezier, maar ook angst, verdriet en woede zijn allemaal signalen die biologisch iets betekenen. Die gevoelens hebben een evolutionair nut. Angst is een signaal dat mij attent maakt op gevaar en mij op mijn hoede doet zijn. Verdriet heeft de biologische functie om te signaleren dat je een onherstelbaar verlies lijdt, wanneer je bijvoorbeeld je partner door een ongeluk bent kwijtgeraakt. In een bepaalde situatie is verdriet of angst een normaal gevoel. Depressie is het onvermogen een dergelijk gevoel te hebben. Het is niet alleen het verlies van plezier - oma die geen aardigheid meer beleeft aan haar kleinkinderen - maar evenzeer het onvermogen om verdriet te beleven, het niet kunnen rouwen. Je wordt als het ware dood van binnen en kunt niets meer ervaren; het is een kwalitatieve verandering. Herstel betekent weer in staat zijn verdriet en woede te ervaren. Het betekent juist ook de terugkeer van het vermogen om te kunnen lijden."

"Dat de patiënt in de huisartspraktijk steeds veeleisender wordt, duidt niet alleen op mondigheid maar ook op verwendheid." Is het grote misverstand de gedachte dat de arts zulk lijden zou moeten wegnemenl "Precies. Met het ontbreken van een goed gefundeerd biologisch concept van ziekte definieert men nu gezondheid als sterk en gelukkig zijn. Alles wat niet sterk en gelukkig is, is ongezond. Biologisch gezien is dat onzin. Het enige wat telt zijn de normale functies van een menselijk organisme. Die functies lopen uiteen tot het handhaven van je lichaamstemperatuur en het uitscheiden van urine, tot het kunnen beoordelen van de omgeving en in staat zijn de daarbij behorende emoties te hebben. De psychiatrie verschilt in zulke zaken niet wezenlijk van andere takken van de geneeskunde. Het verschil is dat de psychiater zich specialiseert in de mentale functies van het brein. Het kan zijn dat, ondanks een adequaat functioneren van het organisme, mensen zich toch ongelukkig voelen. Mensen kunnen zelfs ziek zijn wegens een onvermogen om ongelukkig te zijn. Dat valt te zien bij manisch-depressieven. In hun manische periode zijn ze buitengewoon gelukkig, terwijl daar geen enkele aanleiding toe is. Dat is echt een stoornis, eentje die ongelukken kan veroorzaken.

wcs

JULI/AUGUSTUS

1998

15

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 247

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's