VU Magazine 1998 - pagina 120
Hoe verbeeld je de slaap? Voor volwassenen lijkt die vraag al onmogelijk niets zo alledaags en tegelijk ongrijpbaar als slapen - dus wat moeten kinderen ermee aan? Vaak leiden onmogelijke vragen echter tot verrassende resultaten, als je maar over genoeg fantasie en inventiviteit beschikt, en je bereid bent wat moeite te doen om een antwoord los te peuteren. Over die eigenschappen beschikt Ignace Schretlen - beeldend kunstenaar, huis-
in het
duister
arts en publicist te 's-Hertogenbosch - in hoge mate. Hij is de auteur van 'Een heel groot bed', een alleraardigst lees- en kijkboek met informatieve teksten en prachtig plaatwerk, waarin kinderen van een basisschool in Rosmalen op zijn verzoek, en gestimuleerd door het enthousiaste onderwijzend personeel, de slaap in beeld hebben gebracht. Helemaal nieuw is de aanpak van Schretlen niet. Veertig jaar eerder vroeg een promovenda in Duitsland iets soortgelijks aan een aantal elf- tot zeventienjarigen. Anders dan de onderzoekster destijds verwachtte speelde niet het zandmannetje de hoofdrol in het in opdracht vervaardigde werk, maar een wazige, wat vormeloze droomfiguur die steevast in zwevende staat boven de slaper was afgebeeld. Schretlens proefpersoontjes zijn aanmerkelijk jonger: hun leeftijd ligt tussen de vier en de twaalf jaar. De slaap blijkt geen angstaanjagend zwart gat, maar een prettige toestand van rust en vrede, waaraan zij zich vol vertrouwen en haast met plezier lijken over te geven. Ook in dit werk blijkt Klaas Vaak echter de grote afwezige. Voor de meesten is de
wcs
MAART/APRIL
1998
slaap eigenlijk weinig anders dan een heel groot bed; uitspraak van een van de kinderen, waaraan Schretlen de titel voor zijn boek ontleende. Thema's die verder veelvuldig weerkeren in het teken- en schilderwerk van de Rosmalense kinderen, zijn slaapwandelen, snurken en - hoe kan het ook anders - dromen. Voor heel jonge kinderen is de droom nog een verschijnsel dat 'van buiten komt'; iets dat ze overkomt in plaats van het resultaat van processen die zich in hun eigen hoofd afspelen. Na het zesde levensjaar breekt echter het inzicht baan dat dromen bedrog zijn en vooral dat ze 'uit jezelf' afkomstig zijn. Die overtuiging wordt, aldus Schretlen, tot uitdrukking gebracht door de droom - in tekeningen veelal heel gedetailleerd weergegeven en omkaderd door een of meer wolkenranden - met behulp van stippeltjes met het hoofd van de kleine dromer in bed te verbinden. Een alternatieve, maar prozaïscher verklaring voor de aldus gevisualiseerde verbinding tussen droom en dromer is natuurlijk het feit dat na het zesde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's