VU Magazine 1998 - pagina 89
Koos Neuvel
De dag dat ik hem interview, heeft hij het buitengewoon druk. Wel vaker heeft pro/.dr fan Naeyé (1945), bijzonder hoogleraar politierecht aan de Vrije Universiteit, gemerkt dat het strafrecht de constante belangstelling van de media heeft, maar die dag kan het hem écht niet ontgaan, 's Ochtends wordt hij op de voorpagina van de Volkkrant geciteerd, 's avonds verschijnt hij in het Journaal. De aanleiding is het optreden - liever gezegd: het met-optreden - van de politie bij rellen in een stadswijk te Groningen. De politie staat ter discussie en van Naeyé wordt verwacht dat hij daar iets over te zeggen heeft, hij is immers de deskundige. Deskundig is Naeyé alleen al doordat hij de wereld van de politie van binnenuit kent. Na de politie-academie, werkte hij in de tweede helft van de jaren zestig als politie-inspecteur in Amsterdam. Als jong broekje leerde hij aan het oude 'bureau Warmoesstraat' het ambacht en moest hij leidinggeven. "In de rosse buurt van Amsterdam was het werk destijds niet veel anders dan tegenwoordig", zegt Naeyé. "De prostitutie was misschien iets uitgebreider, en de dames hadden nog souteneurs. De verslavingsproblemen zijn tegenwoordig groter. Vroeger waren er in de zijstraten van de Nieuwmarkt wel al opiumkits van de Chinezen, maar dat drugsgebruik werd gedoogd omdat Chinezen toch buiten onze Nederlandse samenleving stonden. De overlast van gekken en verslaafden is nu erger. Natuurlijk liepen er destijds ook 'dorpsgekken' rond, maar de psychiatrie was tanrelijk gesloten en op de gezondheidszorg was nog niet zoveel bezuinigd. Daardoor kwam je minder vaak met zulke problemen in aanraking. "Ik werkte in een ouderwets bureau met stinkende kerkers onder de grond, echt smerig. Een kantine was er nog niet, iedereen moest maar zien hoe hij aan eten kwam. Sommige agenten waren 'koffie-baas' of tankten auto's; dat deden ze graag want ze waren half arbeidsongeschikt, konden niet de straat op, en zij mochten daarom de lichte klusjes opknappen. Eigenlijk was de politie toen een heel sociaal bedrijf; de kneusjes konden op die manier nog een tijdje doorwerken. Tegenwoordig is dat niet meer zo, het politiebedrijf is meer gerationaliseerd. In zekere zin is dat niet onbegrijpelijk: die koffie-zettende agenten waren dure krachten, ze hadden immers een volledig salaris. Maar ik ben nog opgegroeid in een tijd dat zoiets normaal was op een politiebureau.
"Bureau Warmoesstraat was een oud bureau in een oude buurt. Agenten hadden niet de gelegenheid zich er te verkleden. Achter de balie stond de wachtcommandant, daarvoor stonden de burgers. Op een en dezelfde plek kwamen de agenten zich melden voor hun werk, en kregen de medelingen over datgene wat aan de orde was. Daar tussendoor kwamen mensen binnen om de weg te vragen. Op hetzelfde moment werden arrestanten binnengevoerd, half ontkleed en gefouilleerd. Het gebeurde eens dat een moordenaar - na enkele dagen doorzakken - zich kwam melden. Met een brede zwaai deed ik de deur open: 'Komt u binnen!' Dit alles voor diezelfde balie. Nergens in Nederland valt zoiets nog aan te treffen. Er zijn overal gescheiden ingangen voor arrestanten, voor het publiek en voor het personeel. De architectuur van de gebouwen is daar helemaal op ingesteld. En ook aan de Warmoesstraat zijn de oude panden niet lang nadat ik daar weg was gemoderniseerd." Lang heeft Jan Naeyé niet bij de politie gewerkt, zo'n twee jaar. "Als inspecteur, afkomstig van de Nederlandse politieacademie.
Jan Naeyé
wcs
MAART/APRIL 1998
13
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's