VU Magazine 1998 - pagina 166
als onrealistisch maar vooral ook als gevaarlijk aan de kaak te stellen. Maar, zo luidt de eerste vraag aan hem, is dat geen vechten tegen de bierkaai? Is ieder mens niet op voorhand een geboren utopist? "Niet iedere droom van een betere toekomst is een utopie. Dan kun je alles wel 'utopie' noemen. Het Exodus-motief uit de bijbel, het land van melk en honing dat ons wacht, is te breed en te algemeen en niet te vergelijken met de seculiere utopieën zoals die in de Westerse traditie geformuleerd zijn. Echte utopieën voldoen aan een aantal kenmerken: ze moeten bijvoorbeeld maakbaar zijn, gericht zijn op het maatschappelijk samenleven, en 'holistisch' in die zin dat ze alomvattend zijn en dat alles erin met alles samenhangt. Hoop en verwachtmgen zijn van alle tijden, maar de eerste utopie werd pas kort na de Middeleeuwen bedacht. Dan hebben we het dus over Thomas More's 'Utopia', later gevolgd door de utopieën van Bacon en Campanella uit de zeventiende eeuw."
als geweld jegens, en onderdrukking van onschuldigen heiligt. Nadien is Camus voor mij een baken geworden en gebleven, met name door de manier waarop hij de grote bewegingen van deze eeuw analyseerde. "Ik ben het overigens oneens met Camus waar hij het christendom afdoet als een utopie. Kenmerkend voor een utopie is nu juist dat het vestigen van zo'n heilsrijk helemaal afhankelijk is van menselijke inspanningen, en dat is bij het christendom per definitie niet het geval. Christenen geloven dat het heilsrijk uiteindelijk alleen maar Gods werk kan zijn. Weten dat het komt maakt het mogelijk om het op een ontspannen manier af te wachten. En dat is het tegenovergestelde van het streven naar een utopie. De realisatie daarvan vereist juist totale betrokkenheid, absolute zuiverheid en een humorloos fanatisme." Diepe fascinatie en een grondige afkeer tekenen de houding van Achterhuis jegens het verschijnsel utopie, zo blijkt uit het inleidende hoofdstuk van zijn nieuwste boek. Het prachtig ideaal van een vreedzame en volstrekt probleemloze samenleving blijkt alleen te kunnen bestaan wanneer wij als mens bereid zijn alles wat ons in dit leven tot vrije, autonome individuen maakt in te leveren aan de poort. Een utopie, zo valt deze paradox samen te vatten, is een gruwelijk ideaal dat, indien gerealiseerd, onherroepelijk in zijn tegendeel verkeert. Reden voor Achterhuis om het utopisch denken niet alleen
14
vi'cs M E I / J U N I 1998
Een utopie is alles behalve een pastoialel "Een utopie heeft zeer gevaarlijke kanten. Juist omdat een utopie holistisch is - dat wil zeggen; de samenleving in al haar facetten onder controle wil brengen - kan zo'n experiment gevaarlijk uitpakken en uiteindelijk leiden tot een totalitaire maatschappij. Al bij More zie je bijvoorbeeld gastarbeiders optreden die het vuile werk voor de Utopiërs opknappen, of krijgen mensen de doodstraf wanneer zij zich buiten de geijkte kanalen om met politiek bezighouden. "De positieve vrijheid van maatschappelijk participerende mensen gaat ten koste van hun negatieve vrijheid, de individuele vrijheid om kritiek te uiten. Zeg maar heel simpel: de mensenrechten. Ik behandel in mijn boek een feministische utopie waarin is voorgeschreven dat de deuren te allen tijde moeten openblijven. Het individu als onlosmakelijk onderdeel van de gemeenschap, dat daarvoor elke vorm van privacy moet ontberen. Ik moet er niet aan denken."
"Het individu als onlosmakelijk onderdeel van de gemeenschap, dat daarvoor elke vorm van privacy moet ontberen. Ik moet er niet denken." Een utopist gelooft per definitie in de maakbaarheid van de samenleving. Daar zijn we na de linkse jaren zestig en zeventig nu net weer zo'n beetje vanaf. We zouden nu dus eigenlijk in een anti-utopistische tijd moeten leven. "Dat klopt voor een deel. Maar ik zie ook weer een kentering daarin. En die heeft ongetwijfeld met het jaar 2000 te maken. Er zijn weer mensen die roepen dat een beetje utopisch bewustzijn geen kwaad kan. Ik vind dat vrij link. "Ik zal de laatste zijn om te beweren dat de samenleving niet op bepaalde punten stuurbaar is. Maar dat is heel wat anders dan de pretentie dat je mensen gelukkig kunt maken door ze bijvoorbeeld met behulp van geestelijke gezondheidszorg van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's