Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 58

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 58

4 minuten leestijd

gezien had. Ik begreep al heel goed dat wat je niet zag, wel degelijk kon bestaan. Maar dat was niet de complete boodschap van dit lied. Er werd meer gezegd, maar wat? "Complexiteit", zegt Krol, "is synoniem met de inspanning die je moet verrichten voordat het kunstwerk je de ervaring van schoonheid oplevert. Die ervaring treedt op wanneer dat wat complex was en duister, omslaat in iets dat helder is en begrijpelijk: in orde. Hoe groter de complexiteit, hoe meer je je best moet doen om te begrijpen wat je niet begrijpt, des te kleiner de kans op die schoonheidservaring, maar ook: des te sterker die sensatie." Wat mij "raakte, fascineerde, genoegen verschafte, mijn bewondering wekte, ontroerde", moet in de gewiekste techniek hebben gezeten, waarmee de heren Heije en Smits te werk waren gegaan. En niet te vergeten de gevoelige en doorleefde voordracht van mijn ouders. Die wonderlijke woorden, dat kleine vogelijn dat zoveel mooier werd dan een dit doet, het overvalt je, het overrompelt je, je kunt er niets aan doen, je mag het gemis voelen en in de fantasie ongedaan maken. Zie Achterberg, maar dit nog even terzijde. Op dit moment van deze lezing zit ik nog op de schoot van mijn moeder. "Voor Freud is schoonheid een derivaat van sexuele aantrekking." Iets mooi vinden heeft te maken met, is een afgeleide van, is verwant aan, vloeit voort uit, enz., enz., de meest basale van onze verlangens, jawel het verlangen naar vogelen. Het pornografisch gefotografeerde 'echte' meisje kan gemis en verlangen wekken, maar ook schaamte en schuldgevoel en angst voor het verboden vogelen met een vreemde vrouw; het kunstzinnige naakt van Rembrandt wekt een derivaat van eenzelfde gemis en eenzelfde verlangen: vereniging met deze prachtig geschilderde, niet in het echt bestaande vrouw. Hoewel, ik herinner mij mijn eerste bezoek aan het Rijksmuseum, het was in het kader van een schoolreisje, ik herinner mij nog levendig de psychische en lichamelijke ontreddering die de naakte dames aan de muren mij bezorgden. De esthetische distantie was er bepaald nog niet. Voor mij was het nog porno avant la lettre, want echte porno had ik nog nooit onder ogen gehad. Maar ook dit weer terzijde. Ik heb er nu geen last meer van. Hoe ik dat bedoel? Dat zeg ik niet. Ik dwaal af. Hoe bewerkstelligt nu eigenlijk kunst de esthetische emotie? Een vorige gastschrijver, Gerrit Krol, heeft daar boeiende passages aan gewijd in 'De mechanica van het liegen', de neerslag van de colleges en de aulalezingen die hij gaf. Hij start bij Birkhoff die in 1932 bedacht dat de schoonheid van een kunstwerk bepaald wordt door de verhouding tussen orde en complexiteit. Hoe groter de complexiteit, des te groter de mogelijkheid van een hogere orde. De orde in een gedicht bijvoorbeeld, is datgene wat je onmiddellijk begrijpt, daar hoef je geen moeite voor te doen. Een vogeltje dat zit te fluiten op een tak, dat leverde voor mij geen problemen op. Dat God dit aardige dier had leren fluiten, dat wekte wel enige verbazing, maar ik aanvaardde het wel. Ik had God nog nooit gezien, maar dat kwam vaker voor, dat je iemand die wel bestond nog nooit

58

wcs

JANUARI/FEBRUARI

1998

klein vogeltje, dat lustige lied dat zoveel meer werd dan een vrolijk liedje, dat terugkeren van klanken op precies het 'goede' moment: lied, niet, maat, gaat, troudt, zoudt, beest, weest, oh, oh! Maar het allermooiste vond ik nog het ritme: ta-tam, tatam, ta-tam, dat je dwars door de driekwartsmaat die je via moeder's schoot doortrilde, bleef horen. Ik heb nu bij Bronzwaer ('Lessen in lyriek') gelezen dat ik uitgeleverd geweest ben aan een gezongen jambische tetrameter. De auteur vertelt me nu, "dat alle poëzie steeds als het gevolg geven aan een instructie kan worden beschouwd en daardoor is verankerd in de levenswerkelijkheid van een gemeenschap, een

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 58

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's