Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 187

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 187

4 minuten leestijd

Tegenwoordig zijn er echter maar weinig astronomen die met grote stelligheid durven beweren dat de maan nog steeds een vorm van vulkanische activiteit heeft. Maar van een serieuze zoektocht naar zulke verschijnselen is geen sprake. Voor een moderne astronoom is de maan vooral een hinderlijk hemellichaam, dat het schijnsel van lichtzwakke objecten in de verre kosmos overstraalt. Sterrenkundigen zijn blij als het nieuwe maan is, en die schuivende schemerlamp aan de hemel even is gedimd. Bij volle maan blijft een astronoom liever binnen. Tussenstation Voor wie de exploratie van het zonnestelsel een logische stap vindt in de ontdekkingsdrang van de mens, is de maan echter een ideaal tussenstation. Op papier althans. De praktijk blijft nog wat achter bij de plannenmakerij. Na de ApoUo-landingen is nog geen handvol robotverkenners richting maan gestuurd. In de komende jaren zal onze hemelbuur echter vaker bezoek krijgen. Zowel in de Verenigde Staten, Japan, Europa en China staan ruimtesondes op stapel die rond de maan gaan vliegen of erop landen. Natuurlijk is de 'vindplaats' van het maanijs een logische locatie voor een toekomstige bemande nederzetting, en in die contreien zullen robots allereerst hun antennes uitsteken.

überhaupt een bruikbare vorm van energie-opwekking is. De meningen hierover lopen uiteen en op korte termijn zijn geen opzienbarende nieuwe feiten te verwachten. Maar de maan kan wachten. Sinds haar gewelddadige geboorte heeft de maan miljoenen malen haar moederplaneet omcirkeld. Zonder morren heeft ze zich 4,6 miljard jaar lang onderworpen aan de heftige getij denkrachten van de aarde. Het zijn deze getij denkrachten die de maan op haar plaats houden, dat wil zeggen: met steeds dezelfde zijde naar de aarde gekeerd. De maan is ietwat eivormig en richt een van haar beide 'punten' op de aarde. Door de wisselwerking met de aarde kraakt de maan soms in haar voegen. Sterker nog; dank zij de aarde lééft de maan nog een beetje. Maanbevingen doen zich vaker voor als de maan het dichtst bij de aarde staat. En nu en dan laat de maan een wind, als er een gaswolk uit haar binnenste ontsnapt als gevolg van het aardse getrek, en door de grote temperatuurschommelingen bij de overgang van dag naar nacht en vice versa. Zulke lunar transient phenomena (kortdurende verschijnselen op de maan) doen zich soms voor terwijl astronomen de maan in hun vizier hebben. In 1783 meldde de Britse sterrenkundige WiUiam Herschel dat hij actieve vulkanen op de maan had gezien. In 1958 rapporteerde de Rus N.A. Kozyrev dat de krater Alphonsus rood was gekleurd. Van zulke meldingen zijn er door de eeuwen heen inmiddels ruim vijftienhonderd verzameld. De verschijnselen worden nauwkeurig geregistreerd. Op 26 november 1540 om 5 uur 's nachts, zo vermeldt een catalogus van vreemde maanfenomenen, zagen waarnemers in het Duitse Worms een 'ster-achtig verschijnsel' op het onverlichte deel van de maan.

Voor méér dan wat onbemand verkenningswerk is nog geen geld vrijgemaakt. Het is de vraag of het realistisch is te denken aan een maanbasis, terwijl de komende jaren een ruimtestation van meer dan 21 miljard dollar in een baan om de aarde wordt geplaatst. Een maankolonie bouw je niet voor minder. "Als ik moest kiezen tussen de hemel en de aarde", schreef William Herschel al in 1780, "dan zou ik geen moment aarzelen en me op de maan gaan vestigen." Het is een keuze die wetenschappers ruim tweehonderd jaar later nog steeds niet hebben. Naar astronomische maatstaven is de maan vlakbij, maar in enige aardse munteenheid gerekend is ze nagenoeg onbereikbaar.

Professor Zonnebloem spreekt de ternauwernood veilig op aarde teruggekeerde maanreizigers toe. 'Vrienden, we hebben het grootste epos aller tijden beleefd: we hebben onze voetstappen in de bodem van de maan gedrukt!... Heren, zullen wij deze roemvoUe stappen voorgoed laten bedekken door het stof der eeuwen? Nee, dat zullen we niet!... Want ik beloof u allen dat we zullen terugkeren!' Haddock (verslikt zich in zijn whisky): 'Watl Teruggaan!... Naar de maan! Terug naar de maan, ik! Ik mag in een windas veranderen, duizend bommen, als ik me ooit nog laat inschepen in die vliegende doodskist van u!... Nooit, hoort u, interplanetaire pias die u bent! Nooit! Want één ding is wel duidelijk, zeg ik je, na deze hele geschiedenis: HET IS NERGENS ZO GOED...' (struikelt en valt op de grond) ...'ALS OP ONZE GOEIE OUWE AARDE!' (Kuifje: Mannen op de maan, 1954)

wcs

MEI/JUNI 1998

35

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 187

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's