VU Magazine 1998 - pagina 210
Geen jonge
Colijn is over zijn krijgsverleden altijd opmerkelijk
juffrouw
zwijgzaam geweest. In het zojuist verschenen eerste deel van een boeiende biografie o n t h u l t
Strafexpeditie De 25-jarige boerenzoon Hendrikus Colijn uit de Haarlemmermeer, die volgens de overlevering tegen de zin van zijn vader beroepssoldaat werd, is ruim een jaar getrouwd met Helena Groenenberg als hij begin oktober 1894 van Java naar Lombok wordt gestuurd. Daar wacht hem de vuurdoop. Er is dan al vijf maanden een oorlog aan de gang tegen een hoogbejaarde Balinese radjah. De grijsaard ergert de Nederlandse machthebbers door op zijn oude dag onafhankelijk gedrag te vertonen. Zo werden op de rede van Lombok Chinese boten toegelaten, die de stoomschepen van de KPM concurrentie aandeden, werd het gouvernementsmonopolie aangetast op de verkoop van opium (!) en ook werd wapentuig ingevoerd. Haviken in Batavia drijven een strafexpeditie door, maar deze wordt in slaap gesust en vervolgens in de pan gehakt. Luide klinkt dan de roep om wraak om dit 'verraad'. Nu is de eer van Holland in het geding. Hoog worden in de kranten de nationale emoties opgepookt. Zoals in aflevering 44 uit de jaargang 1894 van het Geïllustreerd Volkstijdschrift Eigen Haard:
Herman Langeveld waarom. Colijn blijkt in zijn Indië-jaren oorlogsmisdaden te hebben gepleegd.
Ben van Kaam
Een feit dat vroegere Colijn-auteurs, zoals de historicus Puchinger, jarenlang hebben bemanteld.
Het nu verschenen eerste deel van Langevelds boek bestrijkt het leven van Colijn tot 193 3; de dan al veelbejubelde en veelverguisde hoofdpersoon wordt 64 jaar. RuUman heeft dan zojuist een Colijn-verheerlijkend boek geschreven, maar Snouck Hurgionje, die Colijn in Atjeh meemaakte, beschrijft hem in 1933 als een streber. "Iets blijvends heeft hij daar niet bewerkt of tot stand gebracht; wel veler arbeid critisch met mond en pen afgebroken en nota's op-
gesteld, waarvan de bondige brutale stijl Van Heutz geweldig imponeerde, maar die zoover zij projecten inhielden, nooit tot verwezenlijking kwamen." Het is duidelijk waarop Snouck Hurgronje onder andere doelde; een uitvoerige nota-Colijn van 1903 die onrust in Nederlands politieke top moest wegnemen omtrent geruchten over door troepen van Van Heutz in Atjeh begane wreedheden, zoals het afmaken van gewonden, het doden van gevangenen, het mishandelen van onwillige informanten, het aanwakkeren van moordlust, het vermoorden van vrouwen en kinderen en het opsluiten van gijzelaars in kooien enzovoort. Een oudere, m gewetensnood geraakte collega-officier, die er als christen een eind aan probeerde te maken met brieven in 1902 aan de Savornin Lohman, wordt door Colijn verdacht gemaakt. Nota's als deze vormen de eerste trap in de carriere-raket van Colijn. Harde waarheden "Dit leven van krachtig handelen", luidt de ondertitel die Langeveld koos voor het eerste deel van zijn Colijn-biografie. Het zijn woorden van Colijn uit een brief, die hij als militair schreef om duidelijk te maken in welk beroep hij zich
58
WCS MEl/jUNJ 1998
Colijn t e m i d d e n van zijn ' k o l o n i a l e n '
thuisvoelde. Verreweg de meeste aandacht in de biografie krijgt uiteraard Colijns rol nadien in de politiek en het bedrijfsleven (olie). Ook daarover weet Langeveld veel interessants te melden, maar het meest opzienbarend zijn mijns inziens de hoofdstukken, die handelen over Colijns militaire jaren. Al in de inleiding waarschuwt Langeveld dat over Colijn harde waarheden zijn te vertellen, die door vroegere auteurs "met de mantel der liefde zijn bedekt." Men moet doorlezen tot hoofdstuk 3, voordat
doordringt wat Langeveld bedoelt: Colijns optreden als jong luitenant in Lombok. Hij trof schokkende brieven van Colijn aan, waarvan men zich met verbazing afvraagt hoe het mogelijk is dat deze zolang onbekend konden blijven, want ze bevonden zich gewoon in het Colijn-archief van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme. Maar toegang tot deze instelling hadden niet alle historici. Zo klaagde bijvoorbeeld ].C. Witte al in 1976 dat hij voor
waarheid over Colijn aan het verzuilde karakter van de geschiedschrijving tot omstreeks i960, maar die verklaring lijkt me te beperkt. Er zijn tekenen van een nationale angstvalligheid over Nederlands koloniale verleden, in het bijzonder wanneer het gaat over het leger of over Boven-Digul, maar de mate waarin zich dit voordoet lijkt sterker persoons- dan zuilgebonden.
zijn Van Heutz-studie de belangrijke Van Heutz-collectie van het archief-Idenburg niet kon raadplegen. Zo langzamerhand lijkt een afzonderlijke studie mogelijk naar de lotgevallen van Nederlands historici met de duistere kanten van Nederlands koloniale verleden. In de vs werd alsnog een militair onderscheiden, die zich keerde tegen zijn landgenoten, die in 1968 in My Lai een bloedbad aanrichtten. Waarom lijkt zoiets in Nederland ondenkbaar? Langeveld wijt het achterhouden van de
Telt, o telt de honderdtallen Nee, telt niet Wie er jong nog zijn gevallen Maar doorziet Dat aan zooveel kostbre levens Overzee de eer van Holland hangt en tevens 't wel en wee. De jonge luitenant Colijn wordt pas in de laatste fase van de strafexpeditie opgetrommeld om de vacature te vervullen van een zojuist gesneuvelde luitenant.
WCS
MEI/JUNI
19
59
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's