VU Magazine 1998 - pagina 178
waren van vreemde organismen en stof die de vaccins kunnen contamineren. Bovendien zijn temperatuur en luchtvochtigheid in het hele gebouw zorgvuldig geregeld. ledere schommeling die een voorraad vaccins zou kunnen bederven, wordt door een computerstem telefonisch aan de dienstdoende verantwoordelijke gemeld. Zelfs een openstaande koelkastdeur ontsnapt niet aan de wakende sensoren van de computer. Om te voorkomen dat vuil via een opengaande deur binnenkomt of dat rondzwervende organismen de kamer verlaten, heerst er over- dan wel onderdruk in de verschillende ruimtes. Personeel kan alleen een volgende kamer betreden via een sluis, waar steeds weer van kleding moet worden gewisseld. Omdat een rondleiding zeer omslachtig en tijdrovend zou zijn - alleen al vanwege het bemachtigen van alle pasjes om de juiste deuren open te krijgen - krijgen bezoekers een videoband waarop het hele productieproces van de vaccins te zien is. Onder een biologische kabine breekt een medewerker een ampul met gevriesdroogde bacteriën open. Gemengd met een zoutoplossing verdwijnen ze in een fles met groeimedium. Door steriele lucht wordt de inhoud van de fles vervolgens in een fermentor gezogen, een stalen tank die een inhoud van vijftien tot duizend liter kan hebben. Daar kunnen de bacteriën zich in een optimale omgeving naar hartelust verder vermenigvuldigen. Tijdens dit fermentatieproces maken ze eiwitten aan, de zogenaamde toxinen. Als ze een bepaald volume hebben bereikt, is het tijd voor een transfer naar de separator, een centrifuge die de micro-organismen scheidt van de vloeistof in de fermentor. Gaat het om kinkhoestbacteriën, dan worden de bacillen opgevangen in glazen flessen. Zij blijven in de koelcel tot hun zuiverheid is gecontroleerd. Als die in orde is, worden de organismen door verhitting gedood. Bij de difterie- en tetanusbacillen gaat het juist andersom. De bacteriën zijn niet langer nodig, maar de fermentorvloeistof moet negen weken lang bij een temperatuur van 35 graden Celsius bewaard worden. Vervolgens worden de
26
wcs
MEI/JUNI
1998
aanwezige toxinen getest op hun toxiciteit. Na dit proces wordt alle gebruikte apparatuur gesteriliseerd en is het wachten op de volgende lading. Trial and error In de toekomst zal de wijze waarop het kinkhoestvaccin gemaakt wordt, drastisch veranderen. "We konden twee dingen doen, toen bleek dat de bacteriestammen die we gebruikten niet meer voldeden", legt Van der Zeijst uit. "Een nieuwe variant in het vaccin steken of kiezen voor een acellulair vaccin." Hierin zit geen hele bacil, maar alleen die delen die nodig zijn om het afweersysteem paraat te houden. Dit kunnen bepaalde eiwitten zijn die het organisme met zich meedraagt en waaraan het herkenbaar is. "Wat je precies in het vaccin moet stoppen, is een kwestie van uitproberen in het laboratorium", vertelt Van der Zeijst. "Hoewel sommige vaccins al vanaf de vorige eeuw gebruikt worden, weten we vandaag de dag nog steeds niet hoe ze precies immuniteit tegen een ziekte opwekken. Bij de kinkhoestbacil zijn onderzoekers er pas sinds kort achter welke componenten van de B. pertussis een goede afweerreactie kunnen uitlokken tegen de verschillende stammen." Uit een onlangs in The Lancet gepubliceerde studie bleek dat vijf delen van de bacterie net zo goed zijn als een vaccin met de hele dode bacil. Het kan ook met drie componenten, maar dan is het beschermende resultaat iets minder goed. "Helaas kunnen wij niet over het vijfdelige vaccin beschikken", verzucht Van der Zeijst. "Er zit namelijk een patent op, dat introductie in Nederland onmogelijk maakt. We starten binnenkort proeven met de driedelige variant. Daarin zitten drie eiwitten: een toxine, pextactine en FHA, waarmee de bacterie zich vasthecht aan de lichaamscellen. Als blijkt dat het voldoende bescherming biedt, zal het pas in 2001 toegediend kunnen worden. Tot die tijd hebben we het oude vaccin krachtiger gemaakt, zodat het een sterkere reactie oproept van het afweersysteem." De methode die de nieuwe manier van vaccins samenstellen sinds enkele jaren
mogelijk maakt, is de recombinant DNA-techniek. Zodra je weet welke delen van een ziektekiem de grootste rol spelen bij het ontstaan van de ziekte, knip je de genen eruit die deze stukjes aamnaken. Je stopt ze in een onschadelijke bacterie, die vervolgens de benodigde eiwitten uitscheidt. Zo kun je grote hoeveelheden produceren voor het nieuwe recombinant DNA-vaccin. Voordeel van deze methode is dat je entstoffen kunt maken met minder bijwerkingen. Simpelweg door dat deel van het organisme dat voor het vervelende neveneffect zorgt, weg te laten. "Vroeger bij de allereerste vaccins tegen de pokken, polio en hondsdolheid was het echt een kwestie van tiial and erroi. Om te weten of iets werkte, moest je het gewoon uitproberen. Het onderzoek was puur empirisch tot de periode waarin we de recombinant DNA-techniek ontdekten. Daarmee kun je de afweerreactie zelfs een beetje sturen." Maar de methode heeft het ontwikkelen van nieuwe vaccins, waarmee het RIVM zich eveneens bezighoudt, zeker niet eenvoudiger gemaakt. De klassieke inentingen die iedereen tijdens de kinderjaren krijgt, waren nog vrij gemakkelijk om te maken. Maar de volgende doelwitten zijn complexere organismen. Neem de malariaparasiet, die in zijn reis door het menselijk lichaam verschillende vormen aanneemt. Niet eenvoudig om daar je pijlen op te richten. Of het aidsvirus, dat in iedere patiënt een ander jasje aan blijkt te hebben. Van sommige bacillen bestaan zo veel varianten, dat het haast ondoenlijk is om ze allemaal te vinden en in een vaccin te stoppen. Het is dan zaak een gemeenschappelijk eiwit te vinden dat een even goede immuunreactie opwekt. "Heel hoog op ons lijstje staat de hersenvliesontsteking die door meningococcen veroorzaakt wordt. Deze ziekte treft vooral baby's en heeft de dood of ernstige hersenbeschadiging tot gevolg. Als je daartegen een vaccin wil ontwikkelen, kijk je eerst hoe de infectie schade in het lichaam veroorzaakt. Verder ga je na of mensen er een natuurlijke iinmuniteit tegen ontwikkelen, of dat ze de ziekte ook een tweede maal kunnen krijgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's