Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 175

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 175

5 minuten leestijd

rige dieren. Daarbij negeren ze het simpele gegeven dat elke populatie wordt begrensd doordat er individuen 'voortijdig' doodgaan: door te verhongeren of door te worden opgegeten. Door het wegvallen van grote roofdieren wil het met dat opeten wel eens niet lukken, en dan is verhongeren het enige dat erop zit. Wie door bijvoeren ook dat voorkomt staat zo'n populatie toe veel groter te worden dan het gebied het jaar rond dragen kan. Het gevolg daarvan is dat het terrein wordt kaalgevreten waarna het hele systeem in elkaar stort. Biologen hebben ooit gemeend dat dieren hun populatiegrootte konden beperken door van voortplanting af te zien als de bronnen schaarser werden. Maar daar gelooft inmiddels vrijwel niemand meer in; evolutietheoretische overwegingen maken het onaannemelijk en veldonderzoek suggereert keer op keer dat het niet gebeurt. Het veelbezongen evenwicht der natuur - waar Budiansky overigens nauwelijks in gelooft - werkt, voorzover het werkt, maar al te vaak uitsluitend doordat dieren verhongeren of opgegeten worden. Er zit weinig anders op dan minstens een van die alternatieven te aanvaarden. Voor Budiansky is dit verhaal een reden om flink van leer te trekken tegen vechters voor dierenrechten, dierenbevrijders, en andere geitenwollensokkendragers, die hij een historisch onjuist beeld van de relatie tussen mens en huisdier en een biologisch onjuist beeld van de vrije natuur aanwrijft. En dat niet alleen. Hun beeld van dieren, die bijvoorbeeld in tegenstelling tot de mens alleen zouden jagen en doden als dat voor hun overleven nodig is, behoeft ook enige herziening. Roofdieren doden zo veel als ze maar enigszins kunnen. Vaak is dat maar net genoeg om van te leven, maar dat komt eerder doordat hun prooi snel en schaars is dan doordat ze zonder honger niet jagen. Goed gevoede huiskatten in de vs zijn verantwoordelijk voor de dood van wellicht wel een miljard vogels, muizen en ander kleinwild. Het grootste deel daarvan wordt bewaard voor magerder tijden die dankzij Kitekat nooit komen, en rot dus weg.

Maar natuurlijk is de kat door menselijk ingrijpen mentaal flink ontspoord, en van zijn natuurlijke instincten vervreemd geraakt. Doen echte wilde dieren het niet veel beter? Vraag dat maar aan een boer die een echt wild roofdier tussen zijn schapen of kippen heeft gehad, en die de volgende ochtend de schade opneemt. En dan hebben we het nog niet eens over de vele dieren die door het roofdier dat ze te pakken kreeg maar half worden omgebracht. De akelige scène van de orca die vrolijke balspelletjes speelt met een nog levende zeehondenbaby staat iedereen die de desbetreffende BBC-natuurfilm gezien heeft waarschijnlijk nog steeds scherp voor ogen. Een muis in een muizenval en een konijn in de handen van een enigszins ervaren jager is meestal een stuk beter af dan in de klauwen van zijn 'natuurlijke' roofvijanden. De natuur is dan wellicht niet wreed - als we bij 'wreedheid' denken aan bewuste kwelzucht en bij gebrek aan argumenten voor het tegendeel aannemen dat dieren het daarvoor vereiste bewustzijnsniveau missen maar leuk is anders. Principiële vegetariër Blijft natuurlijk de vraag of Budiansky's filippica tegen diervriendelijke lobbyisten deugt. Hij laat zien dat argumenten van het type 'wij hebben onze huisdieren zonder hun instemming van hun vrijheid beroofd dus die moeten we ze weer teruggeven' of '...en daarom moeten we ze heel netjes behandelen' ondeugdelijk zijn omdat de feitelijke premisse niet klopt. Maar ook als die premisse wel klopte was er iets mis mee, en dat meldt Budiansky niet. Uit feitelijke premissen laten zich geen morele conclusies afleiden. (Uit morele premissen trouwens ook niet, maar dat is een ander verhaal.) Maar dat betekent nog niet dat de principiële vegetariër die wil dat er een eind komt aan dierproeven, aan jacht als vorm van recreatie, aan intensieve veehouderij, aan het fokken van honden en andere prijsrasdieren vol anatomische afwijkingen die hen vooral ongemak en pijn opleveren, ongelijk heeft. Het gaat hier om een morele discussie.

en wat de - morele - conclusies van zo'n discussie betreft is er geen sprake van gelijk of ongelijk. Een moreel oordeel is het enthousiaste of juist ongelukkige gevoel dat je krijgt wanneer je een bepaalde situatie in ogenschouw neemt. Maar laat zo'n oordeel dan wel betrekking hebben op een reële situatie. Wie wegdroomt bij een visioen van schaapjes in een onverstoorde natuur waar ze lang en gelukkig leven, en daarom een eind aan de schapenteelt gemaakt wil zien, gaat uit van sprookjes. De dieren die wij gebruiken danken niet alleen hun dood maar ook hun leven aan dat gebruik. De natuur waarin zij van nature thuishoren is het boerenbedrijf, en als we ze een dierwaardig leven gunnen dan is de enige redelijke - morele keuze die tussen verschillende vormen van bedrijfsvoering. Wie van schapen houdt zal er daarom zo nu en dan een moeten eten en wie de koe wil behouden zal moeten accepteren dat die uiteindelijk geslacht wordt, want zonder dat heeft de boer geen middelen om zijn dieren te verzorgen. Wie van katten houdt zal moeten aanvaarden dat dat heel wat andere dieren het leven kost, zelfs als je die kat geheel vegetarische brokjes voert. Wie hongerige grazers in een winters natuurgebied zonder grote predatoren bijgevoerd wil zien maar liever niet heeft dat zo'n gebied des zomers wordt kaalgevreten, kan er niet omheen dat er grazers worden afgeschoten. We zullen elk voor onszelf moeten bepalen hoe we wensen om te gaan met de dieren om ons heen, maar wie zich daarbij niet wil laten leiden door illusies kan van Budiansky heel wat opsteken.

Naar aanleiding van: Stephen Budiansky, 'The covenant of the wild why animals choose domestication', Phoenix, Londen, 1997; (een eerdere druk verscheen in 1992).

Fotografie: Lenny Oosterwijk, m e t dank aan Rob, A n n e m a r i e en Babe.

wcs

MEI/JUNI

1998

23

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 175

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's