Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 203

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 203

5 minuten leestijd

van de erfelijkheid was dat kinderen een soort gemiddeld mengsel van hun ouders zijn. De variatie die hij voor zijn theorie nodig had zou door al dat gemeng snel verminderen, en dat zat hem danig dwars. Het idee dat hij een brief van Mendel, wiens genetica dit probleem oploste, ongeopend op zijn bureau had liggen toen hij zijn 'Origin of Species' schreef, doet menig darwinist nu nog tandenknarsen. Hoeveel overtuigender zou zijn boek niet geweest zijn als hij die brief wél had gelezen. Maar Scheele meldt doodleuk dat Mendels genen Darwins theorie juist ondergraven omdat ze onveranderlijk zijn en dat Darwin, de aartsatheïst, die brief niet opende omdat hij van een priester kwam. Nu, dat eerste, daar zit wel iets in. Als Mendels genen inderdaad onveranderlijk waren dan zou dat voor darwinisten lastig zijn. Alleen, ze zijn niet onveranderlijk, en dat weet Scheele elders in zijn boek, bijvoorbeeld waar hij Mayr over

mutaties laat schrijven, ook wel. Nog een voorbeeld: je vindt bij planten en dieren een heleboel manieren waarop verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes worden veroorzaakt. Ons menselijke systeem van vrouwen met twee x-chromosomen en mannen met een x- en een Y-chromosoom is maar een van de vele mogelijkheden. Volgens Scheele is het ondenkbaar dat een zo'n mogelijkheid uit een andere mogelijkheid ontstaan is. En dan roept hij retorisch uit: "Waarom lees je in hun boeken niets over het ontstaan van dit soort zaken? ... omdat het niet kan. Het past niet. Het gooit hun wereldbeeld overhoop ..." Wat moet je dan als recensent, als je net nog een leerboek vertaald hebt waarin dat soort zaken, met een overdaad aan literatuurverwijzingen, uitgebreid wordt besproken? Peter M. Scheele is creationist. Net als andere creationisten schrijft hij met een achteloos vertoon van belezenheid over

onderwerpen waar zijn beoogde publiek niets van afweet. Hij verkoopt halve waarheden, pseudoredeneringen en verdraaide en uit hun context gehaalde citaten, en overgiet dat met een sausje van popi humor, mooie plaatjes en indrukwekkende grafieken die geen hond ooit controleert. Toch moeten we oppassen: Scheele is geen leugenaar. Hij gelooft oprecht wat hij schrijft. Hij maakt zelf deel uit van het ongeschoolde publiek dat hij wil overtuigen. Hij schrijft dan ook vol bewondering over zijn illustere voorganger di dr dr Ouweneel (drie keer gepromoveerd op een onderwerp dat niets met evolutie te maken had), die ook ooit even furore maakte als wetenschappelijk creationist, en van wie we nadien niets wetenschappelijks meer gehoord hebben. Misschien kan de EO Scheele uitnodigen om opnieuw, en dan nu voor de internetgeneratie, de cantates van Bach te bespreken. Want dat deed Ouweneel prachtig. (Bart Voorzanger)

O P DE PLANK

G.J. Johannes, 'De lof der aalbessen - Over (Noord-) Nederlandse literatuurtheorie, literatuur en de consequenties van kleinschaligheid 1770 - 1830, SDU-uitgevers, f 24,90. In de tweede helft van de achttiende eeuw leek Nederland op zijn retour. De Gouden Eeuw was voorbij, en de elders in Europa toegepaste middelen om vooruitgang in kunsten en wetenschappen te bewerkstelligen waren in Nederland weinig succesvol. Literatuurhistoricus Gert-Jan Johannes probeert zichtbaar te maken waarom in het toenmalige culturele debat, het achterblijven van Nederland tot een deugd werd verheven. De kleinschaligheid en de eenvoud van die cultuur schenen ineens een voordeel te zijn: in zijn beperkingen verraadde Nederland zijn tijdloze wereldklasse. E.O. G. Haitsma Muiier e.a. (red.), 'Atheneum Illustre - elf studies over de Amsterdamse Doorluchtige School 1632 1877', Amsterdam University Press, f 39,50. Het Atheneum Illustre is de voorloper van de Universiteit van Amsterdam. Volgens de samenstellers van dit boek werd het hoog tijd om deze instelling aan een nieuw, kritisch onderzoek te onderwerpen. Wat stelden het onderwijs en het wetenschappelijk werk van haar docenten nu eigenlijk voor? Waren zij in de beste traditie van de aloude gedenkboeken niet al te zeer opgehemeld?

Jaroslav Pelikan,

'Een geschiedenis

van Maria', Ten

Have,

f 49,90Wat heb je nou aan een God wanneer die geen moeder heeft, vroeg Gerard Reve zich af. De historicus Pelikan beschrijft hoe Maria als Maagd en Moeder vorm gaf aan de paradoxale katholieke visie op de seksualiteit en hoe ondanks de protestantse verwerping van de Mariaverering het toch mogelijk werd dat Maria een voorbeeld van geloof werd voor de protestanten. Maria blijft een symbool van hoop en troost, een vrouw van en voor alle tijden. Jared Diamond, 'Het leuke van seks - over de evolutie van de menselijke seksualiteit'. Contact, f 32,90. Dit boek, vermeldt de auteur voor de zekerheid, brengt u geen nieuwe standjes bij voor het genieten van geslachtsgemeenschap, en het verlicht evenmin de last van menstruatiekrampen en menopauze. Dit boek is wél een speculatief verslag van de wijze waarop de menselijke seksualiteit is geworden tot wat die is. De menselijke seksuele gewoonten zijn in vergelijking met alle andere levende dieren, zeer ongewoon: bijvoorbeeld het bij voorkeur in afzondering bedrijven van de seksualiteit, of het feit dat de man geen signaal krijgt wanneer de vrouw vruchtbaar is. Diamond wil laten zien wat de menselijke seksualiteit uniek maakt, maar ook waarin wij niet verschillen van andere diersoorten.

wcs

MEI/JUNI

1998

51

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 203

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's