VU Magazine 1998 - pagina 263
26 wetenswaardigheden over het weerbarstige menselijke geheugen op een rij gezet. Van de A van alfabetisch tot de z van zelfbewust. Geheugensteunen in de strijd tegen het vergeten.
Gert j . Peelen
S-*^. Alfabetisch rangschikken heeft als voordeel dat de aldus geordende zaken later gemakkelijker zijn terug te vinden: boeken op de plank, platen in de kast, namen in de telefoongids. Jammer dat het menselijk geheugen het zonder een alfabetisch-lexicografische index of trefwoordenregister moet stellen. Soms lijkt het of de geheugeninspanning die we ons getroosten bij het speuren naar bijvoorbeeld de naam van de persoon tegenover ons, die we lange tijd niet hebben gezien, zelfs omgekeerd evenredig is aan het resultaat. Wij pijnigen onze hersenen, de naam, waarvan wij de eerste letter menen te weten, ligt op het puntje van de tong en toch wil de verlangde informatie ons maar niet te binnen schieten. Pas nadat we de moed hebben opgegeven en het bewuste zoeken is gestaakt, valt de naam ons zomaar in de schoot als een rijpe appel uit een volle boom. Op grond van deze eigenzinnigheid vergeleek W.F. Hermans de werking van het geheugen ooit met een dronken knecht die een kelder induikt waar de kostelijkste wijnen liggen opgeslagen, maar die daaruit slechts spinrag, glasscherven en spookverhalen naar boven weet te halen. Het geheugen laat zich niet sturen, wist ook Cees Nooteboom, die de herinnering trefzeker omschreef als een hond die gaat liggen waar hij wil. Het geheugen maakt zelf wel uit waaraan en wanneer het ons herinnert.
BreM is de kortst mogelijke omschrijving van het walnootvormige, weke weefsel - het geheel niet groter dan twee gebalde vuisten naast elkaar - dat in het altijd vochtige duister van onze hersenpan ligt verankerd. Het is de zetel van het denken en derhalve ook van het geheugen. Maar de gedachte als zou het een opslagplaats zijn, waar de herinneringen, ieder op hun eigen plek, kant en klaar liggen opgeslagen, geduldig wachtend tot het moment waarop ze voor ons geestesoog mogen verschijnen, is onjuist. Bij het produceren van een herinnering zijn meerdere delen van de hersen.en betrokken, die actief met elkaar communicerend de diverse aspecten waaruit de herinneringservaring is opgebouwd, gezamenlijk tot stand brengen. Het resultaat daarvan is een tijdelijke maar complexe constructie van een gewaarwording. ledere herinnering is dus nieuw; elk kopje wordt als het ware vers gezet. Cue IS het Engelse woord voor de prikkel of hint die het geheugen als bij toverslag weet aan te zetten tot het tevoorschijn brengen van een herinnering. Zo'n cue kan van alles zijn. Elke zintuiglijke ervaring kan een stimulans betekenen om - gewild maar vaak ook geheel ongevraagd - ons iets in herinnering te brengen. Een beeld bijvoorbeeld, maar ook geluiden: muziek, het timbre van een stem. Zelfs geuren zijn in staat om herinneringen aan een ver verleden te laten opduiken. Het is zoals de dichter dicht: "Mijn jeugd laat ik op afroep wederkeren./'t Geheugen vol warm brood en geurig gras./Konijn in 't hok.
stekeltjes in de plas./Kippen op stok en vroeg onder de veren." En niet zelden gaat zo'n herinnering met flink wat weemoed gepaard: "Hoewel 'k nu niets meer wens wil ik beweren:/sinds ik van 't onbewust geluk genas/riekt het eden naar gebakken peren." Dementie is de aandoening waarbij het geheugen de mens langzaam maar zeker in de steek laat. Niet de herinneringen zelf raken zoek; dat zijn, zoals we zagen, geen dingen die ergens gereed voor hergebruik liggen opgeslagen. Wat verdwijnt is de mogelijkheid van de verschillende hersengebieden om met elkaar in contact te treden en zo beelden, geluiden en andere zintuiglijke informatie tot een zin- en betekenisvol patroon te vlechten. Dat dementie met ingrijpende persoonlij kheids veranderingen gepaard gaat, toont aan hoe onmisbaar een goed functionerend geheugen is voor de i^iduele identiteit van een mens. MMam is het begrip waarmee een blijvende verandering in het zenuwstelsel - ook wel het 'geheugenspoor' genoemd wordt aangeduid. Een engram is door een bepaalde ervaring teweeggebracht en kan door een cue tot een nieuwe gewaarwording worden gereactiveerd. Dit engram is dus niet de herinnering zelf, maar het patroon van alle verbindingen tussen de afzonderlijke hersengebieden, die tot stand moeten worden gebracht om een herinnering op te wekken. De term werd in 1904 gemunt door Richard Semon, wiens poging de biologische analyse van de erfelijkheid samen te doen smelten met de psychologische en fysiologische facetten van het geheugen, jammerlijk mislukte. Zijn engram werd dankzij latere geheugenonderzoekers nochtans aan de vergetelheid ontrukt.
wcs
JULI/AUGUSTUS
1998
31
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's