Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 213

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 213

5 minuten leestijd

pagnie waar Colijn niet bij was, de Poeri binnenstormde, zij het niet als eerste. Ook de kapitein kreeg een Militaire Willemsorde. Maar er is meer gebeurd, zo blijkt uit Colijns brief van 24 november 1894 aan zijn vrouw. Aan Balinese zijde zouden vrouwen meegevochten hebben, soms zelfs met kinderen aan de hand. Weliswaar doet dit laatste eerder denken aan vluchtenden dan aan vechtenden, maar vooruit, luitenant Colijn en zijn peloton achtten zich blijkbaar bedreigd. En dan volgt een schokkende mededeling: "Ik heb er een gezien die, met een kind van ongeveer 1/2 jaar op den linkerarm, en een lange lans in de rechterhand op ons aanstormde. Een kogel van ons doodde moeder en kind. We mochten toen geen genade meer geven. Ik heb 9 vrouwen en 3 kinderen, die genade vroegen, op een hoop moeten zetten en ze zoo dood laten schieten. Het was onaangenaam werk, maar 't kon niet anders. De soldaten regen ze met genot aan hun bajonetten, 't Was een verschrikkelijk werk. Ik zal er maar over eindigen." In een ander handschrift - volgens Langeveld zo goed als zeker dat van Colijns vrouw - staat bij deze passage in de marge: "Hoe vreeselijkü" Langeveld tekent daarbij aan: "Waarschijnlijk in reactie op zijn zeer openhartige beschrijving van wat er op Lombok onder zijn bevel had plaatsgevonden, had zij hem vanaf Java geschreven dat hij, als het aan haar lag, geen officier zou zijn. Colijn probeerde haar bezwaren te weerleggen, waarbij hij overigens niet terugkwam op zijn verantwoordelijkheid voor de begane misdaden." Ook in de eerste brief aan zijn ouders op 17 december 1894 verzwijgt Colijn het gebeurde nog niet. Wel probeert hij begrip te kweken voor het gebeurde: "(...) in den oorlog kan men geen jonge juffrouwen gebruiken. Voor de ijzeren wet der noodzakelijkheid zwijgt alles." En ook probeert hij nu de verantwoordelijkheid voor de slachtpartij in de schoenen te schuiven van zijn Ambonese soldaten. "Zelfs jonge, schoone vrouwen met zuigelingen op den arm streden mee

en wierpen uit de daken stukken lood op ons, terwijl anderen zelfs de lans hanteerden. Gelukkig stonden mijn dappere Ambonneezen als een muur. Na den 8en aanval bleven nog eenige weinigen over, die genade vroegen, ik geloof 13. De soldaten keken mij vragend aan. Een 30-tal mijner manschappen was dood of gewond. Ik keerde mij naar achteren om een sigaar op te steken. Eenige hartverscheurende kreten klonken en toen ik mij weer omdraaide waren ook die 13 dood." Langeveld acht Colijns brief aan zijn vrouw betrouwbaarder dan die aan zijn ouders. Terecht merkt hij er evenwel bij op: "zelfs als deze laatste lezing de juiste is en Colijn geen expliciet bevel tot doden gegeven zou hebben, dan nog was hij als bevelvoerend officier ten volle verantwoordelijk voor het executeren van vrouwen en kinderen die om genade smeekten." Het minder fraaie trekje om beschuldigend naar zijn Ambonnese soldaten te wijzen, komen we ook tegen in het al eerder genoemde Atjeh-rapport van Colijn van 1903. Hier steekt de commandant evenwel geen sigaar op, maar gaat hij, blijkens het boek 'De Atjehoorlog' van Paul van 't Veei, voorop in de strijd: "Wat er achter hem gebeurt, mag hem slechts matig boeien en daardoor kan hij er nooit aansprakelijk voor zijn, indien de zonde der moordzucht zich bij enkele zijner weinig beschaafde ondergeschikten uit in het afmaken van een gewonden vijand." Excessennota

Langeveld doet in zijn studie duidelijk zijn best, Colijn zoveel mogelijk recht te doen. Men moet hem zien in de context van zijn tijd en zijn omgeving (dat laatste lijkt me belangrijker, maar het is wel een door Colijn zelf gekozen omgeving) en Colijn was "een kind van zijn tijd", zo lezen we ook, want "ook elders werden de volkeren van Afrika en Azië, voor zover zij zich verzetten tegen de uitbreiding van de Europese heerschappij, met uitroeiing bedreigd." Maar ethische normen van een bepaalde tijd laten zich natuurlijk niet aflezen uit wat gebeurt, maar uit wat wordt bestraft

Cotijn op latere leeftijd; het aantal onderscheidingen heeft zich Inmiddels u i t g e b r e i d t o t vier.

of verzwegen. Vooral dat laatste is van belang. Wat volgens de publieke opinie niet door de beugel kon, kwam gewoon niet in de rapporten. Een 'excessennota' zou Colijn daarom waarschijnlijk niet hebben gehaald. Wat er werkelijk gebeurde, werd hooguit beschreven in 'brieven naar huis'. Het verschil geeft aan wat wel of niet 'gewoon' werd geacht in die tijd. Het is daarom lofwaardig dat Langeveld Colijns brieven uit diens jonge jaren na 104 jaar heeft openbaar gemaakt. Later zweeg Colijn. Al snel ervoer hij dat hij in de familiekring er maar beter z'n mond over kon houden. En wat betreft die Militaire Willemsorde voor Colijn - deze maakt duidelijk (i) dat in de ogen van de voordragende officieren Colijns daad op zondagmorgen 18 november 1894 niet gezien werd als een exces, (2) dat de gereformeerde boerenjongen uit de Haarlemmermeer, na zijn bijdrage aan Tjakra Negara nu was opgenomen in hun kring. Hij bleek geen 'jonge juffrouw'.

Naar aanleiding van H e r m a n Langeveld, 'Hendrikus Colijn 1869 - 1944 (deel I I 869 - 1933) - D i t leven van krachtig handelen', Balans, ƒ 75,-.

wcs

MEI/JUNI

1998

61

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 213

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's