Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 286

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 286

5 minuten leestijd

de loop van de negentiende eeuw "niet zonder strijd" was verlopen. Reeds als KNiL-sergeant had hij geleerd hoe dat toeging. De beeldvorming over Nederlands koloniale politiek is in deze eeuw een indrukwekkend werkstuk op het gebied van de public lelations geweest. Welke geniale voorlichter bedacht bijvoorbeeld de term 'pacificatie' voor wat gewoon een aanvalsoorlog was? In ieder geval onthult de term dat het begrip vrede populair was rond de eeuwwisseling. Colijn zou in 1923 hoofdschuddend verzuchten dat aan het eind van de negentiende eeuw "de massa, zij die het getal uitmaken" alleen wilde horen "van vrede en geen gevaar". Welke gevaren bedreigden de Europese beschaving dan? Want daar ging het hem om. Rassenhaat en klassenhaat, betoogt Colijn. En daarmee bedoelde hij dat de positie van het heersende Europese ras in de wereld werd bedreigd, evenals de positie van de heersende klasse binnen Europa. Maar de massa wilde ontwapening, net als Ruslands vredekeizer Nicolaas II. "Onder de Volken was een vredestrooming ontwaakt", klaagde hij in De Standaard. "Was toch niet van Bertha von Suttnei's boek 'Die Waffen nieder!' de twintigste druk reeds verschenen nog vóór de negentiende eeuw haren loop voleindigd had?" Ook dat behoorde tot de context van die tijd, evenals de Conventie van Geneve, Henri Dunant en Florence Nightingale. Dat onze voorouders een eeuw geleden barbaarser waren dan wij, is moeilijk vol te houden. De maatstaven voor oorlogsmisdrijven waren eind negentiende eeuw zelfs minder ruim dan hedendaagse. Verboden werd bijvoorbeeld op de Haagse Vredesconferentie het gebruik van dum-dumkogels, van schietwerktuigen en springmiddelen vanuit luchtballons of dergelijke toestellen en van geschut dat uitsluitend bedwelmende of verstikkende gassen verspreidt. De eeuwige wereldvrede bleek volgens de massa m het verschiet, aldus Colijn. Het Haagse Vredespaleis is van die tijd een inmiddels weer nuttig overblijfsel. Nogal sensatie Wie studie wil maken over opvattingen rond de eeuwwisseling, kan onder meer houvast vinden in het bezoek dat gouverneur Van Heutz van Atjeh in 1904 aan Nederland brengt, samen met zijn adjudant (en pr-adviseur) Colijn. Deze laatste reist vooruit ter regeling van een zorgvuldig geregiseerde zegetocht van de 'pacificator van Atjeh' door het land. Extra treinen, kinderen met vlaggetjes. Koninklijke Militaire Kapel, diners op het Loo' er wordt een stemming gekweekt, die het kabinet-Kuyper vrijwel geen ruimte meer laat voor onderzoek naar de vraag of Van Heutz wel de meest geschikte man is om gouverneur-generaal te worden. Want daarvoor was hij naar Nederland ontboden. Tegelijk komt uit Atjeh een stroom verontrustende berichten

54

wcs

JULI/AUGUSTUS

1998

los over het afslachten van hele dorpen door NiL-overste Van Daalen. Grote aantallen vrouwen en kinderen worden neergeschoten. In Engeland worden vingertjes opgestoken. Tot verontrusting van Kuyper, die op het punt staat in de trein naar Innsbruck te stappen voor een maand vakantie in de bergen, wordt daarover zelfs een interpellatie aangekondigd in het Britse Lagerhuis. Blijkbaar klopt wat in Atjeh gebeurt niet met de maatstaven van die tijd. Van Heutz (lees: Colijn) verweert zich met een ijlings uitgegeven perscommuniqué: "In Engelsche oorlogen met inlanders in Tibet en in de Soudan zijn talrijke voorbeelden van versterkte plaatsen die genomen werden ten koste van het leven van vele vrouwen en kinderen." Een verontwaardigde Java-Bode vraagt: "Wie is die verwaten Engelschman, die, terwijl het bloed van zooveel waarlijk onschuldige vrouwen en kinderen nog kleeft aan het beulszwaard, in Zuid-Afrika gevoerd, zich durft te bemoeien met onze binnenlandsche aangelegenheden?" In zijn Wilhelmina-biografle meldt Fasseur dat in de (ontwerp-) troonrede van 1904 "aanvankelijk ietwat beschaamd" werd . gezwegen over Van Daalens expeditie". In verband met de maatstaven van die tijd hadden we daarover uiteraard graag iets meer vernomen. Op aandringen van de jonge Koningin Wilhelmina wordt er in de troonrede toch iets over gezegd. Waren er soms teveel brieven op het Loo bezorgd van geschokte Nederlanders? Terwijl Van Heutz en Colijn op de boot terugvoeren naar Indië werd in de troonrede "het verlies aan ongewapenden" betreurd "al was het niet te voorkomen". Kuyper zelf bleek vooral beducht voor Nederlands naam m het buitenland. "De eer, zoowel van onze koloniale politiek als van onze naam in het buitenland, eist dat daarover al het licht wordt verspreid, dat de Regering thans kan verspreiden", sprak hij woensdag 29 september 1904 in de Tweede Kamer. In het buitenland maakte de zaak volgens de minister-president "nogal sensatie". Daartoe was enige reden. Kuyper gaf toe dat in de periode van 12 maart tot 4 juni 1904 bij aanvallen op elf kampongs 2835 personen waren gedood, onder wie 1007 vrouwen en kinderen. Hij voegde eraan toe: "En dat is het ontzettende". Uit Kuypers beschouwing in de Tweede Kamer bleek vervolgens dat het in de Troonrede terechtgekomen verhaal over de onvermijdelijkheid van de dood van zoveel vrouwen en kinderen uitsluitend berustte op mededelingen van Van Heutz en diens adjudant Colijn. Maar zelfs Koningin Wilhelmina toonde zich naderhand niet helemaal zeker of dat wel helemaal klopte. Het was voor haar tenminste een opluchting dat Overste Van Daalen zijn MWO niet persoonlijk in Nederland kwam ophalen. Dat noch Koningin Wilhelmina noch Abraham Kuyper ooit iets heeft geweten van Colijns oorlogsmisdrijven op Lombok, staat wel vast. Het Atjeh-jaar 1904 is zeer leerzaam voor wie geïnteresseerd is in de maatstaven van toen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 286

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's