VU Magazine 1998 - pagina 149
onberoerd is het licht aanwezig is het wel lichtl het is afwezigheid het is zoals het doorgaat zonder mij zonder drama Hier is het spleen zodanig gesublimeerd dat er van zelfopoffering sprake is. Dat móet Campert zijn. Niemand anders is in staat fundamentele levensvragen zo achteloos, zonder pretenties en met zoveel zelfverloochening op de rand van een bierviltje van een voorlopig antwoord te voorzien. Terloopser dan Campert kan geen dichter dichten. Voorlopiger evenmin. Zijn wens is "poëzie te schrijven / die als een jas met je meegaat". Vandaar ook de titel van deze bundel: 'Ode aan mijn jas'. Campert produceert geen perfect geslepen diamanten, maar gedichten die op ruwe versies lijken van wat hij eigenlijk van plan was ooit, zo hem daarvoor de tijd gegund was, nog eens te schrijven. En ze hebben - om, zoals de jas, langer mee te kunnen - vaak een open einde. Campert leeft in de onvoltooid tegenwoordige tijd. Daarachter schuilt een huiver voor al wat af is, die hij onnavolgbaar verwoordt in het eerste deel van een 'Voorlopig gedicht voor Jan Wolkers': dit gedicht is nog onaf ruw niet goed in zijn woorden stekend er zal aan geslepen moeten worden maar niet te veel ik mag niet in schoonheid verliezen waar het om gaat het moet zijn als de kunstenaar nooit dat je zegt: hij is af er kon niets meer bij het is gebeurd kijk hem daar nu liggen nee, nooit is hij af altijd onvoltooid open voor wijs en onwijs het enige juiste mengsel van menselijkheid Angst voor het definitieve. Maar typerender nog is Camperts angst om datgene in schoonheid te verliezen waar het hem in zijn poëzie om begonnen was. Vooral geen mooischrijverij; de
vorm blijft te allen tijde ondergeschikt aan de inhoud. Het is een trekje waarin zich, hoe subtiel ook, het calvinistisch stigma van de vaderlandse cultuur verraadt. Campert deelt dit met bijvoorbeeld Kopland en Van Toorn, die, anders dan Campert zelf, in religieus opzicht zeer wel weten waar Abraham de mosterd haalt. Kaalheid en angst voor Grote Woorden kenmerken de poëzie van Rutger Kopland in diens twaalfde bundel. Begrippen als 'Waarheid', 'Wereld' of 'Tijd' horen niet thuis in de mond van de nietige eendagsvlieg die zich dichter noemt. We mogen ze hooguit denken, niet schrijven: Het mag hier niet worden geschreven met een woord als wereld, het is te wijd te leeg te wit voor de bladzij en ook een woord als tijd is voorbij wat mag, ook dit is te eindig en te oneindig te wit voor papier we mogen ze denken, welja, maar alleen om te denken, aan wat hier wil worden herdacht, een landschap bijvoorbeeld, aan dat wij daar stonden hoog in de bergen klein en kortstondig, aan onze voeten dat tastbare uur van de aarde, dat mag maar woorden als wereld als tijd voor onze vluchtige plek van de waarheid schrijven zich weg, schrijven ons weg In de bundel 'Tot het ons loslaat' zijn wij samen met de dichter onderworpen aan superieure dingen en autonome krachten die zonder enige invloed onzerzijds ons kortstondig leven bepalen. Zoals de titel al aangeeft: niet wij laten iets los, maar het laat ons los. (Het 'het' dat onze lichaamsdelen en afzonderlijke zenuwknopen bundelt tot een redelijk consistent geheel.) In Koplands poëzie schrijven woorden ons weg, willen verhalen verteld en voorbij zijn, gaat een hand die een brief zou schrijven, met de pen op papier een eigen leven leiden, en herinnert het geluk ons in plaats van omgekeerd. "Zo andersom is alles, misschien", suggereert Kopland drie gedichten voor het einde: "Laten we de tijd laten gaan / waarheen hij wil, // en zie dan hoe weiden hun vee vinden, / wouden hun wild, luchten hun vogels, / uitzicht onze ogen // en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt." Het 'licht' is zo'n raadsel. Anders dan Campert, voor wie het
wcs
MAART/APRIL
1998
73
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's