Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 167

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 167

5 minuten leestijd

de wieg tot het graf te begeleiden. Dat is utopisch. Dat is riskant. En het werkt ook niet." Dat laatste sluit aan op wat u destijds ook al in 'De markt van welzijn en geluk' beweerde, en wat door velen werd uitgelegd als een rechtstreekse aanval op het alomvattende welzijnsdenken uit de jaren zestig. Ook dat was een afrekening met een utopie. "Daar ben ik me achteraf ook van bewust; het was een poging de idealen van het welzijnswerk als een utopie te ontmaskeren." Achteraf hebt u gelijk gekregen. "Klopt. Maar ik ben nog steeds verbaasd als mensen die me tóen buitengewoon scherp aanvielen en m'n boek vernietigend recenseerden, me nu weer uiterst vriendelijk bejegenen. Nee, ik noem geen namen." In De markt van welzijn en geluk' vergeleek u het welzijnswerk met de kapitalistische economie waarin het aanbod de vraag schept, en die juist door welzijnswerkers zo zwaar werd bestreden. Wat was precies hun kritiek op ui "Dat ik in feite Marx gebruikte om hun marxistische ideologie te bekritiseren. Ik was in hun ogen uiteraard een reactionair mannetje; dat was, hoewel niet erg interessant, de hoofdmoot. Maar daarnaast was er inhoudelijke kritiek, die ik achteraf bezien ook wel terecht vind. Men verweet mij dat ik mijn oordeel over het welzijnswerk had gebaseerd op een analyse van de theorie - het zwakke punt in de andragologie - en niet op de sterke punten die er in de praktijk van het welzijnswerk wel degelijk ook te vinden waren. De realiteit, geef ik nu toe, was inderdaad anders dan al die opgeklopte verhalen erover." Het vak andragologie bestaat niet meer. "Dat kun je niet alleen op mijn conto schrijven. Bovendien wordt er in bijvoorbeeld de justititiële activiteiten rond de bestrijding van jeugdcriminaliteit nog steeds nuttig gebruik gemaakt van de toen verkregen praktische inzichten. Alleen gebeurt dat nu zonder de hooggestemde verwachtingen dat ze daarmee wel eens even de wereld zullen veranderen. "Het neemt niet weg dat ik toen aan de Universiteit van Amsterdam, als filosoof in een faculteit met allemaal andragologen, ontzettend plezierig gewerkt heb. Die mensen hadden alleen geen enkele maatschappelijke ervaring; die bleven na hun afstuderen gewoon aan de universiteit hangen en dachten tussen de vier muren van hun subfaculteit de revolutie te kunnen ontketenen. "Maar eigenlijk was ik zelf toen ook nog heel dubbel. Ik analyseerde die zogeheten markt van welzijn en geluk helemaal vanuit de theorieën van Marx, maar ik riep tegelijkertijd: hé, wat jullie doen heeft niets te maken met het ideaal dat jullie aan zijn werk ontlenen! "Het is me niet in dank afgenomen. Kijk, ik kon goed overweg met die mensen, had voor een deel dezelfde achtergrond. En ik voelde me in zekere zin ook verwant met ze. Misschien hebben

ze me dat nog wel het meeste kwalijk genomen: dat ze me als een van de hunnen beschouwden en dat ik in hun ogen met dat boek een soort verraad pleegde." De geschiedenis lijkt zich op dat punt te herhalen. In de opmaat tot 'De erfenis van de utopie' doet Achterhuis verslag van een wijsgerig congres in Utrecht, waar de toehoorders, na afloop van zijn lezing, de fiolen van hun toorn over hem uitgoten. Hij beschrijft in zijn inleiding het voorval als volgt: "Door mijn aanval op de utopie had ik een aantal van hen tot in hun ziel gekwetst. Ik had hun dromen over een betere wereld verstoord, hun hoop op een rechtvaardiger samenleving ondergraven. Men keerde zich furieus tegen mij. Ik werd beschuldigd van nihilisme en het meest zwarte conservatisme omdat ik geen enkel ideaal zou erkennen en mij volledig bij de bestaande werkelijkheid zou neerleggen." Als Achterhuis om die reden vervolgens ook nog van fascisme wordt beschuldigd, kwetst hem dat diep. Maar wat hij achteraf nog het meest opmerkelijk vindt is het feit dat juist degenen die moreel het meest bewogen en maatschappelijk het meest betrokken waren, zich tegen hem keerden. Zij konden de door hem geschetste perversie van hun tot utopie verworden idealen eenvoudigweg niet accepteren. Vooral die ervaring blijkt aanleiding geweest om zijn gedachten over de utopie in boekvorm nader uit te werken.

"Misschien hebben ze me n o g wel het meeste kwalijk genomen dat ik als een van de hunnen in hun ogen met dat boek verraad pleegde." Wat opvalt is de defensieve toonzetting in de in- en uitleiding van het boek. Heeft die te maken met uw geraaktheid in verband met dit Utrechtse incident! "Dat geldt vooral voor de inleiding. Ik geef met die wat persoonlijker toon uitdrukking aan het vage onbehagen dat ik ook ten tijde van 'De markt van welzijn en geluk' voelde, en dat voortvloeit uit het feit dat je publiekelijk kritiek spuit over mensen bij wie je je thuisvoelt. Een zekere ontreddering omdat je het fundamenteel oneens bent met degenen met wie je je verbonden weet." Die ontreddering zou nog wel eens kunnen toenemen wanneer Hans Achterhuis zich binnenkort zet aan het schrijven van een bijdrage ten behoeve van een bundel die geheel gewijd zal zijn aan Ivan Illich, de bekende, in Duitsland woonachtige filosoof van Mexicaanse origine. Illich, met wie Achterhuis zich zeer verwant voelt en in wiens geest hij zijn kritiek op het welzijnswerk formuleerde, staat te boek als de anti-utopist bij uitstek. In dat artikel wil Achterhuis echter trachten na te gaan in hoeverre ook Illich' denken niettemin in utopische wendingen vervalt: "Ik zeg het met enige huiver, want ik heb persoonlijk veel aan hem te danken. Maar ik ben bang dat ook hij gevangen zit in het utopische denken."

wcs

MEI/JUNI

1998

15

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 167

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's