VU Magazine 1998 - pagina 271
in categorieën worden ondergebracht. Het gaat hier niet om een invoeging in al lang bestaande ordeningen, zoals het computermodel van de geest veronderstelt. Er worden juist ter plekke, al naar gelang de behoeften van het moment, bruikbare samenhangen gecreëerd. Een herinnering is datgene wat plaatsvindt wanneer de hersenen een geslaagde poging tot categorisering uitvoeren. Om samenhang te zien is het nodig om veel informatie weg te laten, je te ontdoen van overbodige ballast. Wie zich iets wil herinneren, moet ook veel kunnen vergeten. Het verleden wordt in het brein steeds opnieuw gestructureerd, uitgaande van de behoeften van het heden. Die structurering brengt in ieder mens een gevoel van continuïteit aan: het gevoel dat ons leven een bepaalde eenheid vormt; er zit een lijn in, al kan op ieder moment van ons leven die lijn anders worden benoemd. Wat bij hersenbeschadiging plaatsvindt, is niet een verlies van beelden uit het verleden. Het lukt niet meer om de gewenste en gebruikelijke verbindingen tussen diverse prikkels te leggen. Het brein is weliswaar vindingrijk en soms kunnen via andere wegen nieuwe verbindingen tot stand worden gebracht, maar het houdt ergens op. Bij een hersenbeschadiging komen de neuronen als het ware in een doodlopende steeg; ze kunnen niet verder. Het vermogen om verbanden te leggen is verdwenen.
die bijna van moment tot moment veranderden." Niets vergeten en alles vergeten zijn keerzijden van dezelfde medaille. In wezen lijden Funes en de vrouw die slechts kon vloeken aan dezelfde kwaal: ze kunnen geen context genereren, leven in een wereld zonder samenhang. De wereld van Funes is zeer overbevolkt, een wereld waarin nooit iets wordt opgeruimd, het is een rommelzolder waar alleen maar spulletjes bijkomen en de chaos alleen maar groter wordt. H&t is in al die volheid niet meer uit te maken wat nu belangrijk is en wat niet, en welke indrukken iets met elkaar te maken hebben. De wereld van de vrouw met Alzheimer is juist hevig onderbevolkt; een zolder zonder rommel. In haar wereld is het altijd leeg omdat iedere indruk onmiddellijk weer wordt opgeruimd, waardoor de mogelijkheden om samenhang aan te brengen ontbreken. Alleen datgene wat geen context nodig heeft, zoals vloeken, blijft bestaan. Een oude vrouw kan het overkomen dat ze haar eigen dochter, die bij haar op bezoek komt niet herkent, terwijl die er een week geleden toch echt ook nog was; maar ze is niet in staat om de link te leggen tussen het beeld wat ze nu voor zich ziet en dat van een week geleden, en zich te realiseren dat ondanks minieme verschillen het dezelfde persoon betreft. Door haar onvermogen om te generaliseren ziet ze een vreemde voor zich. Er kan zich geen herinnering vormen. Bij de vorming van een herinnering, hebben vele delen van het brein een bemiddelende rol. Er vinden razendsnelle activiteiten plaats, waarbij uit de buitenwereld afkomstige prikkels binnen het brein worden verwerkt. Neuronale groepen binnen het brein proberen contact te leggen met diverse andere neuronale groepen. Het gevolg van al die interactie is dat onze indrukken
Gewist Er bestaat een klassiek ziektegeval in de neurologie: een spoorwegbeambte in Engeland was na ernstig hoofdletsel niet meer in staat om vrouw en collega's te herkennen. Hij had ook moeite met de herkenning van voorwerpen en het gebruik daarvan. Zo dronk hij een keer eigen urine uit een fles, in de veronderstelling dat het water was. In het verslag van dit geval in een medisch tijdschrift uit 1895 werd als meest merkwaardig genoemd dat de twintig jaren voor het ongeluk, in hun geheel waren gewist uit zijn geheugen. De man hield vol nooit bij de spoorwegen te hebben gewerkt en een boerenknecht te zijn. Hij woonde in een huis dat door de spoorwegonderneming voor de eigen werknemers gebouwd was. De man beweerde echter dat hij geen recht had om daar te wonen omdat hij nooit voor de spoorwegen had gewerkt. En hij stond erop dat zijn vrouw de boel zou inpakken en het huis zou verlaten voor ze in moeilijkheden zouden raken omdat ze daar woonden. Volgens wetenschapsauteur Israel Rosenfield is het misleidend om te zeggen dat hier twintig jaar van een geheugen is gewist, zoals altijd is uitgedrukt. Tijd is geen absolute eigenschap van het geheugen, in de hersenen bestaat geen kalender; tijd is een ordening van mensen, plaatsen, dingen en voorvallen. Wat er bij zo iemand als deze spoorwegbeambte volgens Rosenfield gebeurt is het kwijtraken van een vermogen om voorwerpen en voorvallen met elkaar m verband te brengen, een onvermogen de spoorwegmaatschappij in verband te brengen met een periode van zijn werkende bestaan, de relatie te zien tussen zijn werk en zijn aanwezigheid in het huis. De spoorwegbeambte was niet in staat om brokken informatie tot een voor hem betekenisvol geheel om te smeden. Elke ervaring is iedere keer weer nieuw. En dan komt een mens onophoudelijk voor verrassingen te staan. Maar erg prettig zijn die verrassingen zelden.
wcs
JULI/AUGUSTUS 19
39
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's