VU Magazine 1998 - pagina 150
onberoerd aanwezige licht des dichters afwezigheid straks benadrukt, vult Kopland er zijn glazen mee en verwoordt hij aldus het onuitsprekelijke: Vanavond zou ik dingen willen zeggen terwijl er eigenlijk geen dingen voor zijn zoiets als licht - willen uitleggen wat licht is voor de dood ons meeneemt in de nacht
Van Toorn, die onder meer ook verhalend proza schrijft, ondervindt weinig erkenning als dichter. Hoe onrechtvaardig dat is, blijkt andennaal in deze laatste bundel (het zal zijn achtste of negende zijn], die - heel veelzeggend - 'Tegen de tijd' heet. Hij schrijft toegankelijk en anekdotisch en hanteert, volgens Herman de Coninck, een "kleine, deemoedige taal, zo gewoon dat ze elementair wordt." Lees maar hoe hij het spleen van de deemoedige mens tot een gedicht kneedt: Tussen wolken en aarde de tekens: dit waren wij, zijn wij. Kijk maar, wij graven land uit het water, stapelen stenen tot torens, onze blik laat geen ruimte met rust.
de nacht in terwijl ik ons probeer terug te denken naar elkaar vanavond maar zie de glazen in onze handen tot de randen gevuld gevuld met licht Ook Willem van Toorn wijdt in zijn jongste bundel een gedicht aan het licht. In een brief aan een pasgeboren kleinkind, beschrijft hij dit verschijnsel niet minder raadselachtig maar heel ontroerend als volgt: Wat je net wilde pakken is het licht. Het is niet weg. Het wacht achter je hand die het nu natekent, volmaakt omrand schaduwheeldje, dansend op je gezicht. Zo is het licht. Het kan niet om de dingen heen. Daarom was het ook zo lang donker op deze wonderschoon begroeide steen die sinds de diepe dagen van december ook jouw wereld is: het kon de lange ronding naar jou toe niet maken om je hand zo vrolijk aan te raken als nu in deze regelrechte lente.
Aan de rafelige rand van ons blikveld raakt het oog nog vluchtig verleden: het scheve hek, de vergeten wan in de graanschuur, het muntgeld met het scheepswrak mee opgegraven, de gebroken boog van de brug. Wij zijn hier maar even, die tast in de stilte naar een wet om de angst te Lees maar. Wij hebben
een onrust taal, beheersen. bestaan.
Kleine taal, geen Grote Woorden. Maar de toestand blijft hopeloos. Of, om het in de woorden van een goede bekende te zeggen: "Het wordt allemaal minder". Dat is helemaal niet erg zolang die situatie als inspiratiebron dient voor dit soort troostrijke poëzie. Lang leve het spleen! Want daardoor kunnen wij ons ongeluk weer op. Tot het ons loslaat.
Remco Campert, 'Ode aan mijn jas', De Bezige Bij, ƒ 32,50; Rutger Kopland, ' T o t het ons loslaat', Van Oorschot, ƒ 24,90; A n t o n Korteweg, 'In handen', Meulenhoff, ƒ 34,90;
Anders dus dan zijn zachte zuster water, die zich zo meegaand om je huid kan huigen, moet het steeds rechtuit. Dat was het licht, kleindochter. Later schrijf ik je weer. Over regen, de aarde, sommige mensen, vogels, de muziek, de stilte, wolken en zo meer. Grootvader.
74
wcs
MAART/APRIL
1998
W i l l e m van T o o r n , 'Tegen de tijd', Querido, ƒ 29,90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's