Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 355

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 355

2 minuten leestijd

Het enige symbool dat zij voor een ding kennen is het ding zelf. Een wereld, aldus Bernlef, "waar het symbool steeds samenvalt met het ding en waarin het nooit vervangen kan worden door wat belachelijke geluidjes of een kunstmatige serie van kleine tekens op een stukje papier, tekens die strikt genomen niets met andere dingen te maken hebben, behalve binnen onze broze en toevallige sociale conventies". Bernlef stelt zich vervolgens voor hoe deze Aldebaranen, na door ons aardbewoners te zijn ingewijd in de onbegrensde mogelijkheden van de verbeelding en de daartoe benodigde middelen zoals taal, beeldspraak en kunst, oog in oog zouden komen te staan met werk van kunstenaars als Kandinsky, MalevitS] en Mondriaan. Hoofdschuddend zouden ze constateren dat het - letterlijk - niets voorstelde. Deze schilderijen waren wat ze waren: kleurcomposities. In de ontwikkeling van de moderne kunst op aarde, had het beeld zich verzelfstandigd. En dat beeld, begrepen zij, verwees alleen nog naar zichzelf.

Een kennismaking met de moderne poëzie, zou op een vergelijkbaar onbegrip bij de Aldebaranen mogen rekenen. Konden deze buitenaardse wezens onze oudere poëzie - met daarin veel maan en zee en sterren - nog wel begrijpen, "aan de poëzie, zoals de aardbewoners die nu, in wat zij de 'twintigste eeuw' noemden, schreven konden de Aldebaranen geen touw vastknopen. Ook hier werd gesproken over het verzelfstandigen van het poëtische beeld, het loslaten van ieder verbindend verhaal."

Als er in de twintigste-eeuwse kunst één tendens zich duidelijk heeft gemanifesteerd in alle kunstvormen (literatuur, beeldende kunst én muziek) is het de drang kunst te creëren die los staat van - dat wil zeggen: niet langer verwijst naar de werkelijkheid die ons omringt. Muziek is vanoudsher de meest abstracte onder de kunsten.

wcs

SEPTEMBER/OKTOBER 1998

51

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 355

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's