Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 295

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 295

5 minuten leestijd

Temidden van moerassig oerwoud, dat tot de mensvijandigste milieus behoort die de aarde kent, huist een handjevol wilden in angstwekkende eenzaamheid, schreef antropoloog Paul Julien in 1953. Inmiddels zijn de door h e m bestudeerde, geïsoleerd levende p y g m e e ë n s t a m m e n voorgoed verleden tijd.

Het gebeurt niet vaak dat je een boek alvorens het open te slaan minutenlang gefascineerd in handen houdt. De afbeelding van de Afrikaanse pygmeeënvrouw met haar tweeling, op het omslag houdt de aandacht lang gevangen. Deze foto is slechts een van de tientallen opnamen uit het privé-archief van antropoloog Paul Julien, die in deze studie over pygmeeën staan afgedrukt. De afbeeldingen in zwart-wit geven een intrigerend beeld van de verschillende stammen die Julien tussen 1928 en 1963, tijdens zijn talrijke Afrikaanse expedities bezocht en aan een uitgebreid onderzoek onderwierp. In het woord vooraf bij deze herdruk van 'Pygmeeën' - het boek verscheen voor het eerst in 1953 - zegt de intussen hoogbejaarde Julien dat hij zich destijds niet ten volle realiseerde hoe groot het belang van het fotograferen was. "Inmiddels zijn er tientallen jaren voorbijgegaan en mijn opnamen geven indrukken van een voorgoed verleden tijd", schrijft hij. Dat feit gevoegd bij de weten-

schap dat Julien voor de geportretteerde dwergen vaak de eerste blanke was die ze in hun leven ontmoetten, maakt de fotoserie des te unieker. De enkele foto waarop de antropoloog zelf poseert tussen "zijn bruine vrienden" completeert het klassieke beeld: witte man met tropenhelm en bretels steekt anderhalve kop boven de gefotografeerde pygmeeën uit. "De laatste grote Nederlandse ontdekkingsreiziger", zoals hij op de flap wordt aangeprezen, bereidde zijn tochten door nagenoeg onbegaanbaar terrein goed voor. Hij voerde een karavaan van dragers met zich mee die kisten vol geschenken en levensmiddelen, kampeerstoelen, werktafels en een complete laboratoriumuitrusting op hun rug meedroegen. Omdat zout in het oerwoud een gewild artikel was - men won wel een soort zout uit geloogde plantenas, maar dat smaakte niet best liet Julien op zijn maandenlange reizen vaak zo'n 100 kilo zout meevoeren, dat hij her en der ten geschenke kon geven. Daarvoor moest hij, zo schrijft hij, wel vijf of zes extra dragers inhuren. Steeds staat het doel van zijn tocht Julien scherp voor ogen: "Dit boek (...) heb ik geschreven vooral om de menselijke zijde van het bestaan van de pygmeeën, onze primitiefste medemensen, te belichten, ze te tonen zoals ik ze zag, in hun doen en laten, in hun lief en leed." Hij draagt het boek dan ook op aan zijn pygmeeënvrienden op: al heeft "Niemand van jullie (...) ooit een enkel woord kunnen lezen, (...) met feilloze intuïtie hebben jullie begrepen dat je in mij een vriend had en je hebt dit beantwoord met roerende trouw."

Mensvijandig milieu De geschiedenis van de pygmeeënvolken gaat ver terug. De vroegste vermelding van pygmeeën of dwergen dateert uit 2300 V. Chr. De Farao's uit het oude Egypte zijn, zo blijkt uit een grafschrift, geïnteresseerd geweest in contact met de pygmeeën en hebben alles in het werk gesteld om een 'echte dwerg' vanuit Sudan naar het Egyptisch hof te krijgen. In de eeuwen daarna raakten de

pygmeeën in de vergetelheid en kregen mythische trekken om vervolgens pas weer in de zeventiende eeuw van onze jaartelling te worden 'herondekt'. Volgens de schatting van Paul Julien zouden er halverwege de twintigste eeuw nog enkele tienduizenden pygmeeën woonachtig zijn in de dichte bosgebieden van Equatoriaal Afrika. In kleine groepen zijn de verschillende stammen te vinden verspreid over Kameroen, Kongo, Congo-Kinshasa, Uganda en Rwanda. Er zijn stammen bij die in nauw contact met de naburige negerbevolking leven, maar Julien maakt ook melding van groepen die tot aan zijn bezoek nog vrijwel geheel geïsoleerd en zonder enig contact met de buitenwereld hebben geleefd. Julien mag zich de 'ontdekker' noemen van twee tot dan toe onbekende pygmeeënstammen. Een van de meest in het oog springende kenmerken van pygmeeën is hun geringe lengte. In de literatuur over de pygmeeën worden opvallend lage gemiddelde lengtes genoemd: tussen de 11 o cm en de 140 cm. Paul Julien die op grote schaal metingen heeft verricht, komt aanzienlijk hoger uit. De in oostelijk Afrika levende pygmeeënmannen meten volgens hem gemiddeld 144,5 cm, de vrouwen 136,8 cm. Bij de westelijk levende groepen liggen die getallen zelfs nog een paar centimeter hoger. Interessanter dan de vraag naar die paar centimeters meer of minder is die naar het waarom van de geringe lichaamslengte van deze volken. Aan het begin van de eeuw werd de theorie ontwikkeld als zouden alle mensen oorspronkelijk uit dwergachtige voorouders afkomstig zijn en zich pas in de loop van de tijd hebben ontwikkeld tot het niet-pygmoïde ras. Bepaalde groepen zouden vanwege hun isolement niet in deze ontwikkeling zijn meegegaan. Als een variatie op deze theorie meende een Duitse etnoloog pygmeeën als Kindheitsfotmen van de mensheid te moeten beschouwen. Hij was van mening dat bij pygmeeën niet alleen bepaalde infantiele, maar zelfs foetale trekken tot in de volwassenheid bleven

wcs

JULI/AUGUSTUS

1998

63

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 295

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's