Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 132

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 132

4 minuten leestijd

wanneer we aannemen dat ieder van ons ook in de buitenwereld, buiten het door strikt private belangen bepaalde gebied, een persoonlijk leven heeft, met zelden scherp verwoordbare, maar wel diep liggende religieuze gevoelens, ervaringen en gedachten: we zijn immers ook persoon in al onze relaties, in ons werk, in onze activiteiten in buurt of wijk, in de sport, in ons stemgedrag of in een andersoortige politieke activiteit. En we mogen aannemen dat die allerinnerlijkste gevoelens, ervaringen en gedachten ook daar doorwerken, in die buitenwereld, al was het maar doordat ze meehelpen om daar te kunnen functioneren. Op dat buitengewoon moeilijk te peilen niveau, vaak voor-bewust en voor-talig, heeft, zo is aan te nemen, ook het meest persoonlijke geloof toch sociale 'significantie'. Overigens, even terzijde, zelfs wanneer we als gedachteconstructie van een zeer onrealistisch beeld van de situatie zouden uitgaan, het beeld dat in Nederland tien miljoen (tweederde van de vijftien miljoen dus) radicale religieuze individualisten leven, letterlijk naast elkaar en met volstrekt gescheiden religieuze voorstellingswerelden, dan nóg zou dat een sociaal 'significant' gegeven zijn, dat zeker een uitstraling zal hebben op de manier waarop we onze samenleving inrichten. Individueel religieus Wat levert dit op? Dit: dat het aan de ene kant voor de hand ligt om met de godsdienstsociologen te erkennen dat Nederland door kerkverlating en ontchristelijking een tamelijk bijzondere positie inneemt in 'de wereld'. Maar ook dit: dat we aan de andere kant zoveel geruchten van religieus verlangen en moderne religiositeit opvangen, ook bij onszelf, dat we niet van een volstrekt unieke, geïsoleerde positie van Nederland kunnen spreken. Het is redelijker, maar, toegegeven, minder duidelijk want minder in maat en getal grijpbaar, om een onderstroom te bespeuren, zo al (nog?) niet van sociaal 'significante' nieuwe vormen van religiositeit, dan toch wel van een nieuwe en groeiende behoefte eraan. Maar wat is dan die nieuwe religiositeit? Dat is in wezen die van het individu. Het woordje 'van' staat hier zowel voor een zogenaamd subjectieve, als voor een objectieve genitief. Al vanaf de zogenaamde 'antropologische wending', einde achttiende, begin negentiende eeuw, de tijd van het ontstaan van modern geloof en moderne theologie, groeide het besef dat het individu, zijn beleving en ervaring, het uitgangspunt was voor het leggen van een relatie met 'het Andere'. In de religie kon het goddelijke alleen gaan spreken nadat het de weg via het menselijke genomen had. Dat besef is echter in onze postmoderne samenleving geradicaliseerd. Het individu is niet meer alleen uitgangspunt, maar

56

wcs

MAART/APRIL

1998

ook toegangspoort, ja zelfs omvattende ruimte en blijvend referentiekader voor 'het religieuze'. Alle religieus spreken over 'het Andere' wordt daarmee gekleurd door het individuele; in die zin dat wanneer mensen mediteren, bidden, belijden, verkondigen, om maar in traditionele termen enkele vormen van religieus handelen aan te duiden, zij daarmee altijd ook aangeven op welke manier hun hoogsteigen verlangens en behoeften beantwoord, opgenomen of getransformeerd worden door 'het Andere'. Dat wil overigens niet zeggen dat deze nieuwe religiositeit noodzakelijkerwijs egoïstisch is, volstrekt opgesloten in de ruimte van het individuele ego. Nee, het nieuw-religieuze individu kan opgaan in een gemeenschap, met anderen actie ondernemen, zelfs tot aan opoffering van zichzelf toe, als we maar inzien dat de rechtvaardiging daarvan nooit, als in het recente verleden, in termen van het gezag of de traditie van de groep of kerk geschiedt, maar altijd in termen van de beantwoording van het individuele verlangen. Dat deze religiositeit van, en tot op zekere hoogte dus ook vóór het individu juist in onze tijd ontstaat, is wel enigszins te begrijpen. Vooral wanneer we iets tot ons laten doordringen van de druk op het leven in een risicosamenleving. Dat is onze samenleving, die tot in bijna alle hoeken en gaten geordend en geregeld is, maar waarin juist daardoor op steeds onverwachte manieren een nieuw soort risico's optreden. Risico's die onzeker maken: ziekenhuizen die ziek maken, sociale regelingen die mensen autonomer moeten maken maar afhankelijkheid bevorderen, maatregelen die vrijheid en verantwoordelijkheid van werknemers moeten bevorderen maar stress vergroten, de omstandigheid dat de mogelijkheden om bijna alles aan producten en ontspanningen te kunnen kiezen ten diepste als dwang wordt ervaren. Het zijn maar enkele van de meer onschuldige risico's. (Althans, vergeleken met de 'mondiale' risico's, als de verdubbeling van de wereldbevolking in de komende generatie, de 'geriatrische revolutie', de versnellende

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 132

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's