VU Magazine 1998 - pagina 326
"Voor echt moreel gedrag zijn intenties noodzakelijk; het gedrag moet 'goed bedoeld' zijn. Volgens Ridley is dat een onmogelijkheid. Hij voert alles, maar dan ook alles, terug tot zelfzuchtige genen. Als iemand een omgevallen fiets overeind zet, blijken daar ook weer egoïstische motieven achter te zitten. Het is een totaal dichtgetimmerde theorie; er lijkt geen speld tussen te krijgen, maar daardoor valt er ook niets te falsificeren. De sociobiologie heeft in die zin veel weg van de freudiaanse theorie van het onderbewuste, die is ook niet te weerleggen." Voorbehoedsmiddelen Auteurs die zich tegen Dawkins theorie van de 'zelfzuchtige genen' keren, zoals Zwart, hanteren weliswaar rationele argumenten, maar achter die argumenten proef je een geweldige afkeer en weerzin. Zoals gezegd is Frans de Waal, chimpanseekenner van Nederlandse origine, een voorbeeld van de rationele verwoording van deze emotionele afkeer. Hetzelfde lijkt voor het betoog van Zwart op te gaan; enerzijds geeft hij goede redenen om Dawkins niet meteen op zijn woord te geloven, anderzijds spreekt hij van een afschuwelijk mensbeeld dat uit de theorie oprijst. Zwart is het hiermee niet eens. Op het moment, zegt hij, dat er in zijn boek de 'Grondslagen van de moraal', een emotie doorklinkt, heeft hij de theorie van Dawkins al weerlegd. "Ik geloof inderdaad niet", vult hij aan, "dat we geregeerd worden door een stel genen die alleen maar uit zijn op hun eigen reproductie. Het probleem is wat je 'genetisch determinisme' wilt noemen:
22
wcs
SEPTEMBER/OKTOBER
1998
wordt het gedrag van een organisme uitsluitend bepaald door zijn genen of spelen er ook invloeden vanuit de omgeving mee. Volgens mij is dat laatste onmiskenbaar het geval, dus zijn het al niet meer alleen de genen. "Maar is het ook niet een tikje vreemd om te menen dat ook wij, menselijke organismen, louter en alleen overlevingsmachines zijn voor de genen, die ieder voor zich uitsluitend op hun vermenigvuldiging uit zijn? Dit is immers niet wat we ervaren! Sociobiologen spreken zichzelf ook herhaaldelijk tegen: enerzijds prediken ze de theorie van de 'zelfzuchtige genen', anderzijds wil dit volgens hen niet zeggen dat we ook werkelijk gedwongen worden om hen te 'dienen', waardoor menselijk gedrag nog wel eens een kant op gaat die niet leidt tot optimale gen-reproductie. "Ik vind het bovendien heel merkwaardig dat Dawkins voor de mens een uitzondering op de regel maakt: die is volgens hem in staat tegen zijn genen in opstand te komen. Maar daarmee zegt hij eigenlijk dat de genen tegen zichzelf in opstand komen. Ik bedoel: het is van tweeën een: óf de genen bepalen ons hele gedrag, en dan zijn onze gevoelens van vrijheid en zelfstandigheid alleen maar illusie, óf de genen bepalen ons gedrag slechts voor een deel, waardoor we wel over keuzemogelijkheden beschikken. Welnu: de bewijzen voor het laatste vindt ik tamelijk overtuigend, namelijk: onze directe ervaring." De vraag is natuurlijk wat die directe ervaring in dit geval behelst: een weergave van de werkelijkheid of een illusie. Zo hebben we het gevoel dat er in ons hoofd een mannetje zetelt, 'ik' genaamd.
Een soort, centraal gesitueerd, toeziend oog dat ons gedrag controleert en coördineert. Alleen, van zoiets of iemand is in de hersenen nog nooit een spoor teruggevonden. Een ander voorbeeld van de discrepantie tussen ervaring en werkelijkheid, is een fenomeen als verliefdheid. Verliefdheid kan een 'reden' zijn om bijvoorbeeld seks te willen hebben. Maar de achterliggende oorzaak van dit complex aan gevoelens en gedraging zou kunnen zijn: de 'natuurlijke' drang tot voortplanting. Zwart beseft dat hij zich met zijn beroep op de ervaring op glad ijs begeeft. "Ik geef toe dat we niet helemaal op onze ervaring kunnen blindvaren. Maar als sociobiologen een fenomeen als verliefdheid verklaren, dan doen ze dit altijd vanuit de 'wil' van de genen om zich voort te planten. Die genen hebben dan 'bedacht' dat de mens een diersoort is die verliefdheid nodig heeft, anders komt er niets van die voortplanting terecht. Ik beweer daarentegen dat als wij seks willen, dit lang niet altijd bedoeld is om ons voort te planten. Veel mensen vrijen gewoon voor hun plezier, vandaar ook dat ze voorbehoedsmiddelen gebruiken. Dat lijkt me nogal in tegenspraak met de sociobiologische bewering dat het alleen maar om nakomelingen gaat. "Maar misschien is het idee dat we er voor onze genen zijn, om nog een andere reden absurd. Genen zijn geen individuen met hoogst persoonlijke strevingen, maar maken deel uit van genencomplexen die tezamen een organisme vormen. Dus als er iets zelfzuchtig zou moeten zijn, dan is het wel het organisme. Maar zelfzuchtigheid bij organismen leidt juist niet tot meer nakomelingen; het ter wereld en grootbrengen van kinderen kost immers pijn en moeite en het biedt het dier nauwelijks voordeel. Dus is er vaak de neiging om juist zo min mogelijk kinderen op de wereld te zetten."
Kip of ei Het verschil tussen het standpunt van Zwart (en de zijnen) en dat van Dawkins (en de zijnen) lijkt soms wel wat op een what comes /ïrst-kwestie. Anders gezegd: dat zaken kunnen plaatsvinden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's