Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 328

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 328

3 minuten leestijd

BRANDS

Nepkunst In het midden van de jaren zeventig maakte een Utrechtse schilder hirore van wie vrijwel niemand voordien gehoord had. Zijn naam was Douwe van der Zweep. Beschouwingen en interviews in dag- en weekbladen vielen hem ten deel. Terecht, want zijn werk was zeer de moeite waard. Toen hij als kunstenaar ontdekt werd, was hij al bejaard. Hij leefde van zijn AOW en een pensioentje van de Universiteit Utrecht, waar hij vele jaren lang in opdracht van de professoren skeletten en organen had getekend. In een antiquariaat ontdekte ik in die tijd een boek van di E.J. Slijper, getiteld 'Mens en Huisdier'. Illustraties: D. van der Zweep. Honderden tekeningen zonder kraak of smaak. Toch kocht ik het boek omdat de tekeningen zo'n schril contrast vormden met de schilderijen die Van der Zweep in zijn vrije tijd maakte. Kunstenaar Douwe van der Zweep werkte in dienst van de wetenschap. Aan de andere kant zijn er wetenschappers die hun bekendheid hoofdzakehjk danken aan hun kunst. Dick Hillenius en Leo Vroman bijvoorbeeld, om even dicht bij huis te blijven. De grens tussen kunst en wetenschap kent immers geen slagbomen. Ik moest onwillekeurig aan hen en Douwe van der Zweep denken toen ik in Akademie Nieuws van afgelopen juni een artikel aantrof over de tentoonstelling 'Sporen van Wetenschap in Kunst' die tot half augustus in het Trippenhuis viel te bezichtigen. Curator van die tentoonstelling was Wim Beeren, oud-directeur van het Stedelijk iVluseum in Amsterdam. Beeren deed zijn best de projecten van de negen beeldende kunstenaars te promoten, maar wat hij vertelde had op mij een averechts effect: ik begon mij te ergeren. Sporen van wetenschap? De sporen in het Trippenbuis bestonden voornamelijk

24

wf,S Ski'Ih.MBfcK/OK'f OIJI-.R

I998

Foto; Klaas Koppe

Uit het gebruik van computertechnologie. Lekker makkelijk. Goede software, een beetje hardware en je tovert 'dansend plasma' te voorschijn. Noem je werkstuk 'Photomonosynthese' of 'Arbitraire Constructies' en de kunsthistoricus knikt welwillend, terwijl het niet meer dan een foefje is. Creatief? Wat de exposanten in het Trippenhuis lieten zien stak pover af bij wat de special effects-mtnstn in film- en reclamestudio's dagelijks presteren. Duizenden vormgevers en informatici draaien hun hand niet om voor een 'continuüm van in elkaar overvloeiende kleuren', 'wisselende perspectieven' en 'veranderend optisch gewicht', wat dit laatste ook moge betekenen. Origineel? Ik kon in het Trippenhuis niets nieuws ontdekken. Integendeel, het leek mij nogal oudbakken. De kunstenaar/.C/. Vanderheyden experimenteerde dertig jaar geleden al met video (de Volkskrant, 17 juli 1998). En wie herinnert zich niet wat vormgever faap Drupsteen in de jaren tachtig met computer en video deed, onder andere voor de VPRO? Geen van de mensen die de soms weer-

galoze effecten verzorgen die je dagelijks in de bioscoop en op de televisie kunt zien, noemt zich beeldend kunstenaar. De exposanten op Beerens tentoonstelling wel. Als je je gimmick een onbegrijpelijke titel en een vleugje filosofie van de kouwe grond meegeeft wordt het blijkbaar opeens kunst. Of is het kunst omdat Wim Beeren het zegt? Hij maakt het in Akademie Nieuws wel erg bont als hij zich de retorische vraag stelt: "wat is uiteindelijk het wezenlijke verschil tussen een geschilderd portret waar maanden werk in zit, of een portret verkregen door gedetailleerde manipulaties en een bewerking met kleurpixels?" Wat is het wezenlijke verschil tussen een haas en de paashaas? vraag ik op mijn beurt. Het merkwaardigste van alles is misschien nog dat in een publicatie van de Akademie van Wetenschappen, wat toch een serieuze club is, drie pagina's worden ingeruimd voor zulke nepkunst. De heren hebben even niet opgelet zeker.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 328

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's