Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 243

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 243

4 minuten leestijd

terecht op kaarten van de Westerschelde, die gevuld zijn met een fijn raster van punten. Die punten geven aan hoe groot de dichtheid is van de verschillende soorten schelpen, en wat hun gezamenlijke gewicht is. Samen vormen die tellingen de basis van het wetenschappelijke werk van de afdeling schelpdieronderzoek van het Rivo. Ze fungeren tevens als grondslag voor het vaststellen van de quota voor de vissers. In de Waddenzee zijn de vissers rechtstreeks betrokken bij de tellingen, omdat ze hun schepen beschikbaar stellen. Die samenwerking heeft volgens Smaal de band tussen vissers en onderzoekers versterkt, al was het maar omdat de vissers direct kunnen controleren of de onderzoeksgegevens kloppen. Wanneer uit de kaarten van de onderzoekers blijkt dat ergens veel schelpdieren te vinden zijn, zullen ze daar tenslotte veel moeten vangen. Ook met de natuurbeschermers zijn de verhoudingen goed, zij gaan soms mee bij de tellingen. Van de spanningen tussen de beide groeperingen hebben onderzoekers geen last. "Daar trekken we ons weinig van aan", zegt Kesteloo. "We doen gewoon ons werk." De vissers leveren bovendien een directe bijdrage aan het onderzoek. De herfst is het seizoen voor de kokkelvisserij, omdat dan de kwaliteit van de kokkels het best is. De rest van het jaar houden vissers voortdurend in de gaten waar de beste plekken zitten om in de herfst te gaan vissen. En wanneer zij een nieuwe plek ontdekken geven zij die door aan Smaal en zijn collega's. Dat tekent het gegroeide vertrouwen tussen vissers en wetenschap.

ieder jaar laten ze miljarden zaadjes los in de zee en de brakke kustwateren." De eerste theorie, aldus Smaal, gaat ervan uit dat na een strenge winter de broedval, het succes van het zaad dat de schelpen verspreiden, goed is omdat de jonge dieren dan weinig concurrentie van de ouderen hebben. "Die zijn immers doodgevroren. Dat betekent niet dat de vangst goed zal zijn voor de vissers, want dat hangt mede af van wat er in de volgende winter gebeurt. Een kokkel kan een jaar of vijf oud worden." De tweede theorie veronderstelt dat in strenge winters de vijanden van de schelpdieren, garnalen of krabben, in aantal achteruit zijn gegaan en de derde legt een verband tussen het energiegebruik van schelpdieren in de winter en de kwaliteit van het zaad. Smaal: "Als we weten wat er aan de hand is, kunnen we beter antwoord geven op de vragen uit de praktijk, van de vissers, de natuurbeschermers en de politici." Het verhaal van de afdeling schelpdieren van het RIVO is volgens Smaal niet volledig als de fyto-sanitaire controle niet wordt genoemd. Vergiftiging door schelpdieren is in Nederland een zeldzaamheid en dat is voor een groot deel te danken aan de kwaliteitscontrole door het RIVO. Smaal: "Als er iets mis gaat kun je er op rekenen dat een visser buiten onze controle om rechtstreeks aan een consument heeft geleverd. Maar ieder ziektegeval is slecht voor de

branche en kan de omzet doen dalen." Een verzelfstandigd onderzoeksinstituut als het RIVO moet alert zijn op nieuwe kansen om kennis in geld om te zetten. En ook daar heeft Smaal ideeën over. Behalve de kokkels en de mossels zijn er andere schelpdieren die uitstekend voor consumptie geschikt zijn: "In een overgangsgebied tussen zoet en zout water zoals de Westerschelde, een estuarium in vaktermen, vind je niet erg veel soorten, maar wat er leeft komt vaak in grote hoeveelheden voor. De mesheften die je op ieder strand vindt, en spisuia's, die op de kokkel lijken, zijn voor de schelpdiervissers interessant. Daar doen we nu onderzoek naar." Bovendien ziet Smaal wel iets in de plannen om de geleidelijke overgang tussen zoet en zout water in de Nederlandse kustwateren te herstellen. Rijkswaterstaat wil sommige Zeeuwse dammen openen, de zee meer kansen geven in de duingebieden of zelfs achter de Afsluitdijk de aloude Zuiderzee enigszins in ere herstellen. Smaal: "Die plannen zijn niet bekeken op hun gevolgen voor de schelpdieren. Daar liggen kansen." Hij zegt het terwijl buiten vrachtwagens voorbijrijden die zijn voorzien van gigantisch uitvergrote afbeeldingen van borden vol schelpdieren. Zeelands Glorie, Roem van Yerseke, de Goudschelp. In de schelpdiervisserij is kennelijk geld te verdienen. Fotografie: Lenny Oosterwijk.

Estuarium

Later, in zijn werkkamer in Yerseke, met een benijdenswaardig uitzicht over de Oosterschelde, vertelt Smaal over het onderzoek naar schelpdieren. Van hun leven is betrekkelijk weinig bekend. Vooral de vraag waarom er jaarlijks zulke grote schommelingen zitten in de aantallen kokkels, houdt de onderzoekers van het RIVO bezig. Smaal: "Er zijn drie theorieën, die allemaal verband houden met het verschil tussen zachte en strenge winters. Kokkels zijn nogal verkwistend,

wcs

JULI/AUGUSTUS

1998

11

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 243

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's