Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 248

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 248

5 minuten leestijd

"Er zijn ook andere vormen van pyschische stoornis, waarbij de lichamelijke beleving in het geding is. Ik doel op verschijnselen als whiplash en ME, waar ik de laatste tijd aan-dacht voor heb gevraagd." Zijn dat in uw ogen pseudo-aandoeningenl "Ik zal het voorzichtig zeggen: zo lang niet vaststaat dat daar organisch-medische oorzaken voor zijn aan te wijzen, moet je er in ieder geval van uitgaan dat bij een aantal mensen andere verklaringen mogelijk zijn. Ik heb gisteren nog zo iemand gezien. Na een door een auto-ongeluk veroorzaakte whiplash, had een man een volledige verlamming van de linkerarm. Uit neurologisch onderzoek bleek: niets mis met die arm. En als je de aandacht van die meneer afleidt, blijkt die arm gewoon te kunnen bewegen. Dat doe ik wel eens, bij het afscheid nemen reik ik naar de linkerarm en in een reflex gaat die omhoog. Het klopt dus niet.

"Als artsen hebben we niet de taak om lijden per se op te lossen en al helemaal niet de taak om mensen gelukkig te maken." "Nu is het mogelijk dat die meneer de boel flest, wat niet valt uit te sluiten, want er zit een flinke uitkering aan die verlamde arm vast. Maar hier waren duidelijk psychische motieven aan de orde, die hijzelf zich niet realiseerde. Het opvallende was dat hij zo buitengewoon opgewekt over zijn ziekte sprak, nee, het was helemaal niet erg, het leven ging prima. Volgde een klassiek verhaal: sinds die verlamming had zijn leven zich verdiept, alle banden in het gezin waren veel hechter geworden, volwassen kinderen die al lang uitgevlogen waren, kwamen weer regelmatig langs. Niet alleen de bewolking van het heden maar ook die van het verleden trok plotsklaps op. "De man vertelde bijvoorbeeld gebrouilleerd te zijn met een broer aan wie hij altijd bijzonder gehecht was geweest. Hij sprak daar volkomen gelijkmatig, zonder enige emotie, over. Wat je daar ziet is een opheffing van het lijden. Vervreemding van een dierbare broer, kinderen die het uit huis gaan, spanningen binnen een relatie; het zijn de dingen die in ieder mensenleven in meerdere of mindere mate plaatsvinden. Voor deze man was dat allemaal geen leed meer, hij was heel vrolijk en blijmoedig. Maar het was natuurlijk wel ziek. Het zieke is dat zo'n man niet meer normaal functioneert, dat hij niet meer een normaal negatief gevoel heeft over negatieve omstandigheden. Dat is gestoord. Een behandeling moet zich erop richten die man weer ongelukkig te maken." Waawm die man zijn blijmoedigheid niet gunnend "In de praktijk komt het daar vaak op neer. Het is krenkend om mensen te confronterend tegemoet te treden. Je moet ze geen gezichtsverlies laten lijden. Maar er liggen wel jarenlange uitkeringen en schadeclaims achter. Bovendien leg je beslag op andermans vrijheid. Een zoon heeft gemeend te moeten verhuizen om dichter bij zijn vader te kunnen zijn. Die zoon zal

16

wcs

JULI/AUGUSTUS

1998

wel zeggen het er graag voor over te hebben, maar kan dat zomaar? Bovendien hebben die aandoeningen de neiging om erger te worden: wanneer de aandacht van de omgeving weer dreigt te verslappen, doet men er onbewust een schepje bovenop. "Zulke ervaringen brengen raij ertoe te zeggen dat we in de geneeskunde in het algemeen en in de psychiatrie in het bijzonder terug moeten naar waar wij voor zijn: ziekte. Iedereen begint er dan onmiddellijk over dat ziekte en gezondheid zo moeilijk afgrensbaar zijn. Okee, maar ik zeg dat ziekte een stoornis is van een biologische functie, en daar vallen ook mentale stoornissen onder, want die worden gedragen door het brein. Op die raanier kies je voor een heel bewuste beperking. "Lijden is in deze optiek wel belangrijk maar als artsen hebben we niet de taak om lijden per se op te lossen en al helemaal niet de taak om mensen gelukkig te maken. Die conclusie dringt zich steeds krachtiger aan mij op. Het materiaal voor die conclusie ligt in mijn ervaringen rond euthanasie, in de nieuwe hausse van bijzondere ziekten, en in de hele hedonistische ideologie dat mensen alleen maar gelukkig zouden moeten zijn. Dat leidt tot een verzwakking van het besef waar de geneeskunde voor bedoeld is." In uw oratie pleit u vooz een onderscheid tussen professionele en persoonlijke normen. "Ik acht mij als psychiater niet bevoegd op het terrein van de existentiële levensvragen. Ik kan er wel over praten met mijn patiënten maar bezit daar geen bijzondere kwaliteiten. Als ik met een patiënt spreek en hem de boodschap moet geven dat hij een dwarslaesie heeft en nooit meer uit de rolstoel komt, heb ik met hem te doen. Maar wanneer ik geen revalidatie-arts ben, moet ik vervolgens afscheid kunnen nemen. Voor het verwerken van het verdriet is een arts niet noodzakelijk; een vriend, een pastor of een psycholoog is daarvoor meer geschikt. Het wordt anders wanneer in die verwerking een stoornis ontstaat. Zoiets is wél medisch relevant."

"Voor het verwerken van het verdriet is een arts niet noodzakelijk; een vriend, een pastor of een psycholoog is daarvoor meer geschikt." "Het ontbreken van duidelijke professionele normen heeft in de psychiatrie ook iets te maken gehad met een achterstand in vergelijking met andere specialismen. Men wist niet waar geestesziekte vandaan kwam. Dat is inmiddels veranderd. We kunnen mentale functies identificeren en ze al vaak herleiden tot hetgeen plaatsvindt in het brein. De psychiatrie maakt momenteel een geweldige, buitengewoon fascinerende ontwikkeling door. Mensen hebben altijd een groot verschil gemaakt tussen lichamelijke ziekte en geestesziekte, waarbij men ten onrechte denkt dat je aan lichamelijke ziekte geen schuld hebt en aan geestesziekte wel: als je depressief bent is dat eigenlijk een teken van wilszwakte. Het is het hardnekkige dualisme van lichaam en geest. Men is weliswaar erg ontkerstend, maar ik heb de indruk dat de aarzeling om dat dualisme op te heffen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 248

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's