Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 162

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 162

4 minuten leestijd

Herder met kudde op het Hijkerveld.

•;ïf,«

ligt de heide. "Daar weidden de runderen en later de schapen", vertelt Bieleman. "Bovendien staken de boeren er plaggen, die ze naar de es brachten om die te bemesten. Eerst liep het niet zo'n vaart met het heideplaggen, maar toen rond 1650 de economische druk tot produceren vanwege een daling van de graanprijzen toenam, dreigden veel van deze heidegebieden te veranderen in kale zandvlakten. De overheid in Anloo greep in en bepaalde in een maatregel van bestuur, 'willekeur' geheten, dat een boer jaarlijks hoogstens acht wagenladingen plaggen mocht ophalen. Later werden dat er meer, tot zestig toe." Op het Balloërveld zijn de natuurbeheerders nog steeds bezig met plaggen om de inmiddels als waardevol natuurgebied aangemerkte heide van begroeiing te ontdoen. Juist door het intensieve gebruik, soms het misbruik, in het verleden groeien daar nu plantensoorten die anders in Drenthe geen kans hadden

10

wcs

MEI/JUNI

1998

gekregen. Daaronder klinkende namen als orchideeën en gentianen. De gedegenereerde gebieden van honderd of meer jaren geleden zijn waardevolle natuur geworden. Plantenkenners schatten dat de soortenrijkdom in Drenthe zonder menselijk ingrijpen minstens de helft kleiner zou zijn geweest. Celtic Fields

Hoewel Bieleman zich heeft gespecialiseerd in de geschiedenis van landbouw en landschap sinds de Middeleeuwen, wil hij wel ingaan op de vraag hoe de omgeving van Gasteren er rond het jaar 1000 uitzag. De es lag er destijds al en de boeren hielden veel paarden vanwege hun trekkracht en vooral ook voor de fok. Die paarden gingen als ze een jaar of twee, drie oud waren naar Groningen en Friesland, waar de omstandigheden beter waren om ze verder te laten opgroeien. Uit die tijd dateren de Drentse paardenmarkten. Tegenwoordig zijn Zuidlaren

en Roden het meest bekend, maar de markt van Norg was destijds de grootste. Op de vraag hoe de omgeving van Gasteren er nóg langer geleden uitzag, wil Bieleman niet al te diep ingaan: "In het Balloërveld vind je sporen van de landbouwers uit die tijd, de Celtic Fields. De nederzettingen hadden toen nog geen echt vaste plek, ze zwierven min of meer door het land. Maar eigenlijk is dit een vraag voor de archeologen." Als we de es verlaten, filosofeert Bieleman over de beekdalen en de heidevelden. Kun je die natuurgebieden noemen of zijn het oude agrarische gebieden en moeten we de term 'natuurontwikkeling' maar vervangen door 'cultuurherstel' of iets dergelijks? Bieleman: "Het woord 'heide' komt voort uit het begrip gemeenschappelijke weidegrond, cultuurgrond dus. Dat zegt wel iets. Wanneer je het over cultuurgrond hebt, kun je vervolgens de vraag stellen welk tijdperk je gaat nabootsen. Nu is 1850 de norm, onder andere omdat de oudste topografische kaarten uit die tijd stammen. Ondertussen dringt het besef door, dat je ook voor een andere periode kunt kiezen." De vraag welke landschapselementen Bieleman zelf zou willen beschermen, beantwoordt de voormalig landschapsarchitect voorzichtig. Het landschap, benadrukt hij, is voortdurend in beweging en het zou van overdreven conservatisine getuigen om al te veel vast te leggen. Pas na enig aandringen wil hij kwijt, dat hij het jammer vindt dat de essen en hooilanden rond de Drentse dorpen steeds vaker worden volgebouwd met woonwijkjes die landschapsarchitecten vanwege de modekleuren in de huidige nieuwbouw de naam 'witte schimmel' gaven. Maar ook hier relativeert hij: essen en hooilanden mogen voor Nederlandse begrippen tamelijk uniek zijn, in Europees verband zijn ze weinig meer dan een variant op een algemeen patroon. Het Hollandse polderland is op Europese schaal veel unieker. Bieleman: "Waar ik me vooral tegen wil keren is dat idyllische beeld van de schaapherder met zijn witgewolde kudde. Alsof het hier het summum van harmonie was tussen mens en omgeving.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 162

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's