VU Magazine 1998 - pagina 293
is bovendien dat het geluid uit de luidsprekers als driedimensionaal wordt ervaren. Een van de meeste recente stukken van voormalig Ircam-directeur en componist Pierre Boulez is geschreven voor solo-viool en 'Spatialateur', die het geluid van de viool in de ruimte 'verstrooit' - het is soms alsof het geluid overal (en dus ook nergens) is - hetgeen op zichzelf weer een psychoakoestisch fenomeen is.
effect hebben. Ircam heeft een hele serie softwarepakketten ontwikkeld, waarmee fabelachtig klankresultaten kunnen worden verkregen. Met de synthese-module 'Chant' is het zelfs mogelijk een menselijk zangstem te simuleren. Een ander hoogstandje is het softwarepakket 'Modalys', waarmee de klank van echte instrumenten, zoals de viool en de klarinet, op de computer kan worden opgebouwd.
Transposities CAC [Computer Aided Composition] en Soundsynthesis zijn onderafdelingen van Ircams Research &. Developmentdepartement. Hier krijgt de computer een rol toebedeeld als gereedschap, en als performer/componist. Vooral als gereedschap gooit de computer hoge ogen: Ircams CAC-afdeling vervaardigde onlangs een sofwarepakket - Open Music - dat helemaal is bedoeld om er muziek mee te componeren. De computer fungeert hier louter als rekenaar. In een handomdraai kan de componist het apparaat bijvoorbeeld alle transposities van een twaalftoonsreeks op het scherm laten toveren. Of hij krijgt in één klap de vier grondreeksen te zien. Vervolgens kan hij daadwerkelijk met het materiaal aan de slag gaan, door allerlei modules via koortjes aan elkaar te knopen. De startmodule bevat bijvoorbeeld de basismelodie (het thema), de volgende representeert een transpositie, de volgende keert de melodie achterste voren, en dit alles kan de componist heel precies, in een door hemzelf aangegeven tijdspanne, laten verlopen. Is het stuk gereed, dan print de computer het uit, waarna het in principe klaar is voor orkestgebruik.
De techniek erachter wordt 'physical modehng' genoemd en berust op het principe dat ieder muziekinstrument kan worden beschreven in termen van een verzameling fysische componenten, die in trilling worden gebracht. De gebruiker is, zittend achter de computer, dus niet in de weer met de op het scherm afgebeelde golfvormen van het geluid, maar met bijvoorbeeld de klankkast en de strijkstok van een viool. De computer rekent in feite uit hoe een viool zou klinken, als de snaren zus of zo worden aangestreken. Doordat een en ander in het 'virtuele domein' plaatsvindt, kan men de vioolkast enorme afmetingen geven om te horen hoe het dan klinkt. Of bijvoorbeeld uitvinden hoe klinkt als over de houten kast van de viool stalen gitaarsnaren worden gespannen. Of horen hoe het geluid verandert als de kast met het mondstuk van een sax wordt aangeblazen.
De computer gedraagt zich in dit proces passief, hij biedt alleen het gereedschap. Iets actiever gedraagt de computer zich als de componist muziek wil produceren op de computer; vóór de computer dus. De componist wordt dan de uitvoerder van het eigen werk, en de computer zijn instrument. Het resultaat van deze methode, die 'soundsynthesis' heet, valt onder meer te beluisteren in elektroakoestische muziek, waarbij de elektronische klanken vaak een atmosferisch
Hilarische momenten De muzikale software van Ircam wordt inmiddels wereldwijd gebruikt. Toch is er nog steeds betrekkelijk weinig van in de concertzaal te beluisteren. Dit heeft te maken met het feit dat vooral de wat oudere componisten eenvoudigweg geen zin hebben zich in al die nieuwe technieken te verdiepen. Boulez is indat opzicht beslist een grote uitzondering. Vermoedelijk is er een nieuwe generatie componisten nodig om de computer in de muziek te integreren. Inmiddels heeft vrijwel ieder Nederlands conservatorium een afdeling computermuziek. Maar het merkwaardige is dan weer dat er geen gebruik wordt gemaakt van de software die Ircam te bieden heeft. Dat er prachtige stukken mee kunnen
worden gemaakt, bewees onlangs de Italiaanse componist facopo BaboniSchihngi. Naast een normale vleugel, een batterij slagwerk en een 'echte' zangeres, wordt in zijn stuk 'Trois Mythologies et un poète aveugle' de computer, op verschillende manieren gebruikt: als klankmanipulator (in een virtuele ruimte), en als performer. Ook in dit stuk is die virtuele ruimte driedimensionaal, waardoor het soms lijkt alsof klanken steeds dichterbij komen, om vervolgens in het 'niets' te verdwijnen. De teksten van 'Trois Mythologies' worden op de wand geprojecteerd en uitgesproken door drie acteurs. De computer zorgt er echter voor dat de woord- en zinsvolgorde voortdurend verandert, waardoor de acteurs niet weten wat ze het volgende moment te zeggen hebben. Dat levert de nodige hilarische momenten op. Veranderingen in de tekst beïnvloeden op hun beurt de structuur van de computerklanken. 'Trois Mythologies' is daardoor een combinatie van gecomponeerde en geïmproviseerde muziek. Het klinkend resultaat is, in één woord, schitterend; een hoorbaar bewijs dat de computer óók in de muziek toekomst heeft.
Fotografie: Rene Koster,
\ wcs
JULI/AUGUSTUS
1998
61
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's