Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 338

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 338

4 minuten leestijd

Dat is dan ook het type begaafdheid waarop het Centrum voor Begaafdheidsonderzoek (CBO) zich richt. Aan de Nijmeegse universiteit testen Peters en de zijnen jaarlijks honderden kinderen die van een buitensporige intelligentie worden verdacht. Per kind kost zo'n onderzoek al gauw een dag, want de gangbare intelligentietesten zijn bij hoogbegaafden ontoereikend. "De meest gebruikte test is momenteel de WISC-R", zegt de psycholoog. "Een gereviseerde editie van wat voluit de Wechsler Intelligence Scale for Childeren heet. Maar de wisc-R is toegespitst op kinderen van gemiddelde of benedengemiddelde intelligentie. Hoogbegaafde kinderen raken geïrriteerd door het niveau van de vragen, of ze worden slordig. Dus presteren ze beneden hun niveau." Reden waarom de CBO-onderzoekers in de regel uitwijken naar een oorspronkelijk Duitse test, bedoeld voor middelbare scholieren vanaf een jaar of dertien. "Dat is een moeilijke test met een tijdslimiet, die we hier voorleggen aan leerlingen van tien of elf. Als het echt om hoogbegaafde kinderen gaat, zie je dat ze enorm hun best gaan doen om zoveel mogelijk opgaven af te krijgen." Vrachtwagenchauffeur Lastig 18 wel dat de uitslag van zo'n hoogbegaafdheidstest weinig zegt over de afstand tot normaal begaafden. Aanvullend onderzoek blijft daarom onontbeerlijk. Bovendien is de eeuwige vraag natuurlijk aan wie je de test moet voorleggen. Hoe selecteer je de categorie kinderen die een goede kans op hoogbegaafdheid maken?

34

wcs

SEPTEMBER/OKTOBER

1998

Peters: "Het meest typerend voor hoogbegaafde kinderen, zou ik zeggen, is een indringende nieuwsgierigheid. Een enorme ijver om alles te doorgronden. Vaak gaat dat samen met een snelle taalontwikkeling, gemeten aan zowel woordenschat als uitspraak en zinsbouw. Andere hoogbegaafde kinderen gaan juist laat praten, maar dan wel opeens heel goed. Zo'n explosieve functie-ontwikkeling manifesteert zich ook nogal eens op andere gebieden, zoals het zindelijk worden." Een garantie voor hoogbegaafdheid, meldt de psycholoog zekerheidshalve, biedt geen van de genoemde kenmerken. Uiterlijke markers voor hoogbegaafdheid zijn tot dusver ook nog met ontdekt - achter een hoog voorhoofd kan van alles schuilgaan. Maar hoe is het gesteld met de innerlijke mens? Verschillen hoogbegaafden en doorsneebegiftigden qua hersenen? Hier betreden we het terrein van de speculatie. "Zelfs de meest geavanceerde technologische hulpmiddelen om in de hersenen te kijken, zoals Magnetic Resonance Imaging, zijn bij lange na niet fijnmazig genoeg om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen", stelt Peters vast. "Zelf zie ik niet direct aanleiding om te veronderstellen dat hoogbegaafden een andere neurologische make-up hebben. Ik denk dat we het onderscheid eerder op functioneel niveau moeten zoeken." Volgens de Amerikaanse psycholoog Robert Sternberg zou het kenmerkende verschil niet liggen in de bedrading en de hoeveelheid mentale activiteit, maar in de lokalisaties en de patronen van die activiteit. Peters kan zich daar wel in vinden. Een aanwijzing ziet hij in de manier waarop hoogbegaafden problemen aanpakken. "De meeste mensen zijn gewend problemen op te lossen via patroonherkenning. Zoals je bij autorijden automatisch reageert op situaties met dezelfde grondvorm. Hoogbegaafden passen die strategie ook toe, maar bij hen verloopt de herkenning veel sneller. Voor een volwassene kan een hoogbegaafd kind daarom heel lastig zijn. Zo'n kind heeft in minder dan geen tijd door hoe je in uiteenlopende situaties reageert, en daar zal het zeker gebruik van maken." Typerend is volgens Peters ook dat hoogbegaafde kinderen eerst over een probleem nadenken, in plaats van zich er spontaan op te storten en dan maar te zien waar het schip strandt. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit de taalverwerving. "Als normale peuters gaan praten, beginnen ze met 'papa' en 'mama' en 'beer'. Ik ken een hoogbegaafd kind dat begon met 'vrachtwagenchauffeur'. Daar kun je alleen maar uit concluderen dat het al eerder met taal en taalregels bezig geweest moet zijn." Stampwerk Een strikte scheidslijn tussen hoogbegaafde en wat minder begaafde kinderen is lang niet altijd wenselijk, benadrukt de psycholoog. Neem het basisonderwijs - daar zitten toppers en subtoppers tegenwoordig in hetzelfde wrakke schuitje. "Tenminste tien procent van de kinderen krijgt veel te weinig uitdaging", oordeelt Peters. "De substantie van wat er geleerd moet worden is heel dun geworden. Niet alleen bij ons; het is een klacht die je in heel veel landen kunt horen. Het accent is

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 338

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's