VU Magazine 1998 - pagina 458
Koos Neuvel
De duivel heeft zich schijnbaar teruggetrokken uit de moderne cultuur. Men gelooft niet meer in hem. Maar wellicht komt dat zijn sinistere invloed alleen maar ten goede.
Natuurlijk, het ligt buitengewoon voor de hand. Wie in deze tijd een film wil maken over de duivel, situeert die in de wereld van de advocatuur. Er bestaat nu eenmaal zo'n mooie uitdrukking: 'advocaat van de duivel', en het zou 'zonde' zijn daar niets mee te doen. 'The devils advocate', sprekende naam voor een film. Bovendien is de reputatie van (strafreeht)advocaten in de Verenigde Staten maar ook in Nederland in enkele decennia behoorlijk gekelderd. Ze schijnen een cynische kijk op hun vak te hebben, het met waarheid en gerechtigheid niet zo nauw te nemen, als ze hun cliënt maar vrij kunnen krijgen. Het stereotype wordt in 'The devils advocate' stevig aangezet. Keanu Reeves speelt een jonge, veelbelovende advocaat van een man die beschuldigd wordt van aanranding van een jong meisje. Hij weet dat zijn cliënt guilty as heil is, maar toch slaagt hij erin het arme meisje verdacht te maken en het tot vrijspraak te laten komen. De advocaat viert dit als een klinkende overwinning. Een baas van een groot advocatenkantoor besluit hem, op grond van deze prestatie, in dienst te nemen. In het midden van dat grote kantoor brandt een vuur. Het is dan voor de kijker al wel duidelijk in welke residentie hij is terechtgekomen. De jonge man wordt een advocaat van smerige zaken. Alles in dienst van de duivel. Het is tegenwoordig zeldzaam dat in een film of boek zo concreet over de duivel wordt gesproken en dat die ook een gezicht krijgt, in dit geval het zo vertrouwde gezicht van Al Pacino. De duivel is niet alleen in de religie maar in het geheel van de cultuur ernstig uit de gratie geraakt. Men gelooft niet meer in hem. In brede kring wordt het geloof in de duivel gezien als iets van vroeger, een vorm van bijgeloof dat, behalve in onverbeterlijk fundamentalistische kring, reeds lang overwonnen is. Het geloof in God is nog altijd heel respectabel, het geloof in de duivel is dat niet. Zelfs priesters durven zijn naam niet meer in de mond te nemen, bang om voor ouderwets te worden versleten. Hooguit komt zijn naam nog in aanmerking als metafoor voor het kwaad. Geen persoonlijke maar een symbolische aanwezigheid, want iedereen weet toch dat de Boze niet echt bestaat?
82
wcs
NOVEMBER/DECEMBER
1998
Maskers Niettemin is het probleem hoe zich een concrete voorstelling te vormen van de duivel niet typerend voor alleen deze tijd. Al in de veertiende eeuw lukte het een schilder als Giotto niet om een overtuigend portret van de duivel te maken. Hij was de enige niet. Het beeld van Satan blijft in de iconografie vaag en veranderlijk. Hij lijkt onophoudelijk een andere gedaante aan te nemen, zich te hullen in wisselende vermommingen; een masker zonder eigen gezicht. Maar anders dan in deze tijd heeft men nooit de conclusie getrokken dat, vanwege de moeilijkheid om de duivel te identificeren, hij daarom non-existent zou zijn. Die veranderlijkheid maakt juist deel uit van zijn raffinement. Het is zijn kwaadaardige kracht. Anders dan God heeft de duivel nooit enige zelfstandige, scheppende vermogens bezeten, hij leidt een afgeleid bestaan. Alles wat de Schepper opbouwt probeert Satan weer af te breken of te ontwrichten. De duivel is afhankelijk van God, past zich voortdurend aan, is de eeuwige parasiet van het goede. Het verdwenen geloof in de duivel is raisschien diens grootste overwinning. Het was de Poolse filosoof Leszek Kolakowski die opmerkte dat de moderne zwijgzaamheid over de duivel zijn sinistere invloed alleen maar ten goede komt. Wie bedacht is op de activiteit van Satan, zal proberen hem te ontmaskeren en hem het leven zuur
Satans maken; wie niet in een objectief bestaand kwaad gelooft, is er een des te gemakkelijker prooi van. De ogenschijnlijke verdwijning is slechts een van de vele listen en afieidingsmanoeuvres van de duivel. Diens eerste list bestaat erin juist niet daar te zijn waar zijn naam het vaakst wordt genoemd. Een enkele keer gaat hij nog nadrukkelijk over de tong. In Nederland is bijvoorbeeld wel gesproken over 'de kerk van Satan'. Maar bij nader inzien bleek dat geen instantie te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998
VU-Magazine | 492 Pagina's