Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1998 - pagina 180

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1998 - pagina 180

4 minuten leestijd

Leve het antropomorfisme! Toen ik in de jaren zeventig begon met het schrijven van verhaaltjes over dieren ~ eerst in de Haagse Post, later in boekvorm voor kinderen - kreeg ik wel eens het verwijt dat ik dieren menselijke eigenschappen toedichtte. Ergo: ik maakte mij schuldig aan antropomorfisme en daar rustte een wetenschappelijk taboe op. Er was in die tijd een discussie gaande over de vraag of dieren kunnen denken, of ze gevoelens hebben, of dat het voorgeprogrammmeerde automaten zijn. Ik vond, en vind nog steeds, dat dieren emoties kunnen tonen en dat bepaalde gedragingen regelrecht het gevolg zijn van een denkproces, hoe eenvoudig soms ook. Goed kijken naar de dieren in je directe omgeving is in dat opzicht heel verhelderend. Mijn twee Cairn terriƫrs Sara en Lijsje kennen een 'liefste plek' op de bank in de huiskamer. Wie er eenmaal ligt is spekkoper. Op een middag ligt Lijsje er te slapen. Sara heeft een poosje vanaf een andere plek naar haar halfzuster liggen turen. Opeens rent zij blaffend naar de deur, waar - dat kon ik zien - absoluut niets aan de hand is. Lijsje springt onmiddellijk van haar plaats en rent ook naar de deur. Op dat moment draait Sara zich om, rent naar de bank en bezet triomfantelijk de 'liefste plek'. Het kan niet anders of van de kant van Sara is hier enig denkwerk aan voorafgegaan. Nog een voorbeeld. Met mijn eerste hond Bessie liep ik door een bos met dichte onderbegroeiing. Door haar kleine formaat had zij daar meer moeite mee dan ik. Op een gegeven moment was ik haar kwijt. Ik riep haar en hoorde een bekend blafje. Ik liep terug en zag haar zitten. Toen ik haar opnieuw riep, kwam ze overeind, hinkte even zielig op drie poten en ging toen weer zitten. Toen ik haar poot wilde inspecteren, trok ze die terug alsof ze pijn had. Ik tilde haar op en droeg haar naar de verharde weg, waar

28

wcs

MEI/JUNI

1998

ik haar voorzichtig neerzette. Ze rende vrolijk op vier gezonde poten weg. Wetenschappers zijn geneigd voor dit soort gedrag alternatieve verklaringen te zoeken in plaats van het gewoon bedrog te noemen. Waarom eigenlijk? Antropomorfisme als middel om diergedrag te verklaren lijkt mij zo voor de hand liggen. Frans de Waal, de internationaal befaamde etholoog, is daarom een man naar mijn hart. Voor het Amerikaanse tijdschrift Discover (7/97) schreef hij een artikel, waarin hij de vloer aanveegt met collega's (behaviouristen, sociobiologen e.v.a.) die een broertje dood hebben aan antropomorfisme. Volgens De Waal lijden zij aan anthropodenial: blind zijn voor de menselijke trekken van dieren en de dierlijke trekken van de mens. De Waal herinnert onder andere aan een incident dat zich twee jaar geleden voordeed m de dierentuin van Chicago. Een driejarig jongetje viel van de muur die mensapen scheidt van het publiek. Een laagland gorillawijfje raapte de versufte peuter op, koesterde hem in haar schoot, klopte hem troostend op zijn rug en deponeerde het kind tenslotte bij de toegangsdeur van het mensapenverblijf. Binti - zo heette de mensaap -

werd op slag CNN-nieuws. Dat een aap in staat zou zijn tot medeleven met een andere diersoort (de mens) werd door sommige wetenschappers sterk betwijfeld. Zij wezen erop dat Binti door mensen was grootgebracht en had leren omgaan met poppen, haar gedrag zou dus voortkomen uit een in de war geraakt moederlijk instinct. Wat gek toch: als een mens een aangereden hond redt, zal niemand beweren dat de redder tot zijn daad kwam omdat hij is opgegroeid in de buurt van een kennel, bekend staat als dierenvriend en een zorgzaam karakter heeft. Maar gaat het om een gorilla, dan geldt een gevoel als mededogen opeens niet meer. "Ik weet niet wat er in Binti's hoofd omging", schrijft De Waal, "maar ik weet wel dat niemand haar had voorbereid op zo'n noodgeval en dat het onwaarschijnlijk is dat zij ~ met haar eigen kind op de rug - geen raad zou hebben geweten met haar moederlijk instinct. Hoe zou zo'n intelligent dier in godsnaam een blond jongetje op tennisschoenen en in een rood T-shirt kunnen verwarren met een jonge gorilla?" Frans de Waal heeft gelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's

VU Magazine 1998 - pagina 180

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1998

VU-Magazine | 492 Pagina's