GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„In ’t lachen smart”.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„In ’t lachen smart”.

7 minuten leestijd

Het hart zal ook in het lachen smart hebben; en het laatste van die blijdschap is droefheid. Spr. 14 : 13.

De lach en de traan worstelen in ons ban gedurig om voorkeur, en in drieërlei groep gaat gemeenliik de menigte der menschenkinderen uiteen. Ér zijn er de in somberheid lust hebben, den lach niet zetten kunnen en in een traan de schoonste zielsuiticgbegroeten. Er zijn er heel an deren, die van allen ernstwarsch, van den vroegen morgen tot den laten avond zich in het lachen vermeien. En er is een derde groep, die gemengd of afwisselend in haai gemoedsstemming, den lach en den iiaan in eenzelfde «ielsuitdiukking ver eenigt.

Vraagt ge nu wat de Schrift het hoogst stelt, dan geeft de Spreukendichter u deze teekening, dat in het hart des menschen de smart zich aan den lach zal paren, en dat in het eind de ernst van het leven de droefenis zal doen doorcwikken in de balans.

Dit kiLU bijna niet anders.

Een kind van God, dat het leven indenkt en de wereld kennen leerde, kan zich in het leven der wereld niet thuis gevoelen, komt steeds meer onder de gewaarwording van hier op aarde als vreemdeling te verkeeiren, en ziet uit naar het vaderland dat komt.

Dit stemt ernstig en neigt er toe om ons somber te stemmen, en die sombere stemming heeft recht. Wie diep in zijn ziel de tegen stelling voelt tusschen het leven der wereld om zich heen en den wandel dien hij in den hemel tnig hebben, kan niet voldaan, moet gedurig ontstemd zijn, en geestelijke melancholie in zijn hart voelen opkomen.

Toch wil de Heere niet, dat we ons aan deze somberheid zullen overgeven. Za moet door ons hart waren. Ze mag ons niet vreemd zijn. Ze zal telkens in onze zielsstemming terug keeren. Maar toch, ze mag niet duurzaam zijn, niet den boventoon voeren. £r staat tè veel tegenover, dat tot heilige blijdschap stemt. De vreugde die de genade wekt, mag door de teleurstelling die ons bet leven berokkent, niet overstemd woiden.Wie din ook, in den spiegel ziende, op zijn eigen gelaat niet anders ontdekt dan de uitdrukking van wereidhaat en sombere teruggetrokkenheid, heeft hierin zijn schuld voor zijn God te bekennen. Wie kind van God mag zijn^ neeft in^ het liefdeleven met zijn G)d een te rijke bron van schier hemelsche vreugd.

De somberheid moet door de ziel waren, zoo dikwijls ce weer overstelpt wordt door pijnlijke indrukken van het onheilige wereldleden; maar die aandoening moet even spoedig onderdrukt en overstemd worden door de zalige bevindingen, waartoe God zijn kinderen toept.

Van eigen bittere zielservaring geldt geheel hettelfde.

Veel meer dan men meestal denkt, heefteen leder die op jaren komt, zijn eigen bitter leed. Dit komt niet zoo uit, omdat het meest leed van een intiem karakter is, maar dat in zijn stille veibofgenheid toch diepe wonden sloeg, wonden die nabloeden, en gedurig door het leven ztU weer worden opgehaald; Schier ééa treurspel zou het leifen voor ons zijn, zoo we van nabij en tot in de kleinste bijiondetheden met al deze teleurstellingen, met al deze pijnlijke aandoeningen, met al deze bange grie ven bekend waren. Zslfs m*g gezegd, dat die losiippigen die gewoon zijn hun nood en pijn aan ieder die maar hooren wil, te kUgen, daarom nog allerminst de diepstgetroffen lijders zijn. Wie zijn leed in zich opsluit, zoo dat alleen Gad en hij zelf 't kent, gaat er veel ernstiger onder gebukt en gebogen. Dan vooral, zoo 't een droefenisse van 't hait is, die niet slechts voor'een tijd ontrust, maar heel't Ietren door met ons meegaat. En als er dan niemand om ons heen is, aan wien ons hart zich luchten kan, en er nooit iets aan een menschenoor kan worden o'.itlast, eo zelfs aan het papier niets van ons leed kan worden toevertrouwd, dan, jat, wordt 't ten slotte een droefenisse die heel ons hart vermeestert, en wordt de neiging steeds steiker om alle verzet tegen de somberheden der ziel op te geven, in diepe melancholie te verzinken, en tenslotte zich zoo willoos aan zijn bitterheid over te geven, dat soms zelfs de geest wordt gekrenkt.

Toch is niet dit de weg der Godzaligen.

Wie diep gegriefd, maar jaist daardoor nader aan zijn God is gekumen, zal deze drie dingen verslaan. Allereerst, dat hij om Gods wil zich niet zoo weerloos aan zijn smart mag ovet' geven, omdat hierin miskenning van Gods liefde zou spreken. Ten anderen, dat een geheime smart, die men werkelijk voor zich wil houden, zich dan ook zoo steek niet naar buiten vet raden mag. En ten derde, dat we niet enkel voor onszelf in de wereld zijn, maar ook voor anderen, en dat we op die anderen den last van ÖDs leed niet mogen leggen, indien eenmaal vaststaat, dat we ze niet in ons leed kunnen doen deelen.

Het zijn dan ook alleen de lagere karakters, die zich zoo willoos en weerloos door hun smart laten beheetschen. Karakters van hooger rang blijven, ook waar de smart hen onder het peil wil brengen, meester over hun stemming. En het hoogste staan wel die karakters, die, ook al bloedt het hart aan zijn verborgen wonden, toch in hun omgang en ontmoeting met anderen vriendelijk en blijmoedig van geest blijven en, ook al moet telkens de traan worden weggeveegd, zich een lach die aantrekt, om den mond weten te plooien.

Zoo past de lach bij den traan, maar ook de tiaan bij den lach.

Laat een ieder in zijn omgeving de somberen melancholisch gestemden van hun droefenisse helpen losmaken, opdat ze Gode hun schul digen dank niet onthouden, anderer levensvreugd niet drnkken, en zichielf niet vergiftigen in de bitterheid van hun hart. Ook de lach is ons van God gegeven, en ook de lach is een medicijn.

Maar dan worde het ook omgekeerd verstaan, dat de lach den traan niet kan missen, en ook dit wordt zoo vaak niet verstaan. Dan is het lachen bij de eerste ontmoeting, lachen en pret heel het geprek door, , lachen zonder eind tot men weer scheidt, om soms nog in zichzelf te lachen, als men reeds in de eenzaamheid is teruggekeerd. Want dit soort lachen is innerlijk onwaar. Meestal toch is 't een poging om zich op te winden, om zich over de stoornissen van het leven heen te zetten, en in eindeloos gelach en geginnegap een wedstrijd aan te gaan met wie ons omringen, om te zien, wie in 't spel van aardigheden en geestigheden het meest Tvè ea gevat is.

Nu mag ook dit. Geestigheid kruidt het leven, en wie op waarlijk geestige wijze zijn kring hartelijk lachen doet, maakt los, stemt vriendelijk en bindt saÉlm. Geoordeeld zijn laf heden, maar geestigheden niet. De Schrift zelve gaat ons meer dan eens in het geestige voor.

Alleen maar, het geestige dat den lach wekt, mag ons leven niet overheerschen. Op zijn tijd medicijn tegen droefgeestigheid, wordt het, misbruikt, een gif dat den ernst verstoort. Ook onder het lachen de smart van het leven te voelen, blijft daaiom de eisch die tegen den lachlust der lachzieken opkomt en ze tot den ernst van 't leven terugroept.

Tot ernst met het oog op 't leven om ons heen, maar tot ernst bovenal wat 't leven in de verborgenheid van ons eigen hart betreft.

Wie zich zelf leert kennen, verliest alras zijn zelfvoldaanheid, wordt steeds ontevredener met zich zelf, voelt steeds inniger smart over zijn zondig wezen. Dan gaat 't den weg van den apostel Paulus op, die 't uitriep: „Ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? " Zoo klaagt dan de smart, maai door die smart komt dan welhaast de lach der heilige vreugde heenspelen: „Ik dank God door Jezus Christus, mijnen Heere!"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 januari 1912

De Heraut | 4 Pagina's

„In ’t lachen smart”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 28 januari 1912

De Heraut | 4 Pagina's