GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Sadhou Sundar Singh.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Sadhou Sundar Singh.

8 minuten leestijd

Velen hebben in deze afgeloopen dagen den Sadhou Sundar Singh gehoord en zeer verschillend zijn de indrukken door zijn optreden opgewekt. Eiegenen, die meenden een groot redenaar te hooren, zijn inisschien teleurgesteld en zij, die dachten, dat hij kwam met nieuwe inzichten, die tol oplossing van allerlei voor ons bestaande problemen z9uden medewerken, moeten dit eveneens zija. Ook wie scherpzinnige uiteenzettingen van diepe theolO'gische kwesties meenden te zullen hooren, ontvingen niet wat zij verwachtten.

Neen het was geen nieuw Evangelie, dat hij bracht, ook geen nieuwe openbaring, om het oude Evangelie pasklaar te maken voor onzen l; ijd. Hij predikt niets anders dan het oude, zuivere Evangelie, Jezus Christus, gestorven en opgewekt, de eenige naam, die onder den hemel gegeven is, waardoor wij kunnen zalig worden. En dit Evangelie predikt hij zóó eenvoudig, dat wij denken: ja, dit weten wij, alles wel even goed, waarom moet hij daarover nog komen spreken, terwijl sommigen zelfs van oppervlakkigheid spreken.

Maar wie daar die rustige uren in het Ltintersche conferentie-oord hebben medegemaakt, waarin hij antwoord gaf op vele vragen, die hem gesteld werden, die weten wel, dat van oppervlakkigheid .hier geen sprake kan zijn. Die weet, dat de man, die gedreven werd, als jongen reeds, door een dorst naar de waarheid, zoo sterk, dat zijn leeraar tot hem zeide: „Voor zulk een hartstochtelijk verlangen kan op deze aarde geen bevro diging bestaan; misschien in de toekomst? ", dat deze man zich niet gemakkelijk zou laten bevredigen, AI de wijsheid van Bouddhisme en Hindouïsme hadden hem onbevredigd gelaten, hoewel hij ze

ijverig bestudeerd had, en de ware wijsüeid vond hij slechts in het evangelie.

Die intense eenvoud van zijne wijze van prediking treft ons sterk en wij, theoloigiseerend aangelegd als wij zijn, moeten er eerst aan wennen, maar dan zien wij opeens, dat hij den weg gegaan is, door Jezus aangewezen: Indien gij u niet verandert en wordt gelijk de kinderkens, zoo suit gij in het koninkrijk der hemelen* geenszins ingaan. Hier blijkt het kinderlijk eenvoudige de hoogste v'ijsheid niet uit te sluiten, integendeel goddelijke wijsheid te zijn.

Deze indruk wordt nog versterkt door zijne groote bescheidenheid en nederigheid, door de volstrekte afwezigheid van eenig effectbejag. Zeker, zijne verschijning in het lang zalmkleurig Sadh'oukleed valt op, maar de groote kalmte van zijn Optreden, doet dit opvallende weer vergeten. Die intense bescheidenheid komt altijd weer naar boven. Zoo bijvoorbeeld als hij zegt:

„Als ik zelfs, die Jezus ^gehaat heb en die de Heilige Schrift verscheurd heb, zooveel rijke zegeningen van God heb ontvangen, hoeveel meer kunt gij dan ontvangen, die nooit zulke dingen tegen Hem gedaan hebt."

Geen oogenblik denkt hij er aan het vele lijden en de ontberingen om Christus' wil gedragen, van eeni^e beteekenis te achten. In Indië wil hij nooit spreken over de wonderen, waardoor God hem verscheiden? malen gered en geholpen heeft, omdat hij ondervonden heeft, dat de mededeeling daarvan niet leidt tot verheerlijking Gods, maar tot aanbidding va.n hemzelf, daar de menschen meenen, dat een man, ., voor wien God zulke wonderen doet, een heili? e m.oet zijn.

Maar wat het meest treft is wel de sterke nadruk, dien hij legt op de groote noodzakelijkheid van altijd weer terug te keeren naar de kern yait allo geestelijk leven: het zijn en het blijven m Christus. Als middel daartoe noemt hij telkens on telkens weer gebed en meditatie over het Woord van God. Het gebed, de gemeenschapsoefening met God is het voornaamste. Het mag niet zijn een afbedelen van allerlei gunsten en gaven, zooals ons gebed zoo dikwijls is, maar een spreken tot God en vooral een luisteren naar God. God beantwoordt zulk gebed; dat is het spreken van den ETeiligea Geest in onze ziel. Maar wij moeten ervoor oppassen, dat wij ons niet vergissen en daarom moeten wij iedere vermeende ingeving des Geestes m ons hart weer toetsen aan de Heilige Schrift. Groot is het gevaar voor zelfsuggestie en dus alles wat in strijd met de Heilige Schrift zou zijn, moeten wij verwerpen, want dat kan geen ingeving dos Geestes zijn.

Door gebed en meditatie van de Heiliee Schrift blijven wij in Christus en zoolang wij in Hem zijn, zijn wij sterk in verzoeking, dan kan geen twijfel ons overvallen. Altijd weer ontvangen wij door het gebed de uitredding, maar dan moet het gebed geoefend zijn, het moet de voortzetting zijn van oene zeer intense gemeenschapsoefening met God, in de oogenblikken, dat wij ons dicht bij Hem gevoelen.

Zulk een gemeenschapsoefening met God, zulk een leven in Christus waarborgt ook het leven in vrede en blijdschap, dat het leven eens Christens moest zijn. Ook zonder dit kan er wel geestelijk leven zijn, maar het is er mede, als met een menscb verlamd aan armen en beenen, die toch wel leeft, maar hoe jammerlijk is dit leven geknot!

Hoewel zeer sterk den nadruk leggende op dez? geestelijke vreugde is daar toch bij den Sadhou g^en zweem van geëxalteerdheid. Al zijne opvattingen zijn zoo gezond en nuchter, zoodat zij ook ons nuchtere Hollanders niet hinderen. Maar juist uit die nuchterheid spreekt de volstrekte realiteit, dia deze dingen voor den Sadhou hebben.

Vele andere aanhalingen zouden nog te geven zijn. Hoe opmerklijk zijn zijne beschouwingen over do zending:

„Denk niet, dat gij ons een godsdienst moet brengen. Wij zijn veel godsdienstiger dan gij. Maar breng ons enkel en alleen Jezus Christus. En deze kan slechts gebracht wiorden door zendelingen die in hun geheele leven toonen dat Jezus Christus in hen woont. Wie dit doen wil door argumenten en redeneeringen kunnen werkelijk wel thuis blijven, want daarin zijin de Hindoes veel sterker."

Hoe diep ontroerend zijn antwoord op de vraag, wat hij als het onderscheid voelde tusschen Bouddha en Jezus als Heiland:

„Bouddha was maar een man zonder God, die nooit over' God sprak en Hem niet kende, hoe zou het mij mogelijk zijn ook maar eene vergelijking te maken tusschen hem en mijn Heiland I"

Heeft de Sadhou ons iets te zeggen? Heeft zijne prediking voor ons eenig nut? Ongetwijfeld. Ds Lindenborn gaf zeker uiting aan de gedachte, die in veler hart leefde, toen hij bij de sluiting de." conferentie, in het gebed uitsprak onze diepe beschaamdheid, dat wij, sedert eeuwen Christenen, zoover achterstaan in de verwerkelijking van den groeten rijkdom van het leven in Christus bij dezen man. Kan het ook zijn, dat wij zoo verstrikt zijn in allerlei theologische, maatsohappelijike, politieke kwesties, die geen van allen de kern raken, dat wij die kern uit het oog verliezen? Arm van geest blijft ook nu voorwaarde voor het ontvangen van hei koninkrijk der hemelen en voor wijzen en verstandigen blijft het verborgen en het is hun een dwaasheid. Bij het hcoren van den Sadhou on bovenal bij het hooren der beschouwingen over zijn optreden, zijn het deze gedachten, die zich met kracht naar voren dringen en die ons noodzaken tot ernstige zelfkritiek. Wij kunnen niel anders dan God danken, dat Hij dezen .man tot ons gezonden heeft, een man, zoo kennelijk door Hemzelf geleerd, voor wie de Heilige Schrift wezenlijk geestelijk voedsel is; die daar volkomen onbevooroordeeld tegenover staat en daaruit toch weer naar voren brengt de eeuwige kern, zoo zuiver, zoo heerlijk, dat door Jezus en in Jezus alléén heil te vinden is. Deze kern, wij bezitten die ook^ maar hoeveel is daaraan toegevoegd, dat de alles beheerschende beteekenis daarvan, en daarvan alléén dreigt uit het oog te doen verliezen! Hoeveel tijd, hoeveel krachten worden niet besteed aan datgene wat aan den omtrek ligt, welke oneindig beter dienstbaar gemaakt konden worden aan het steeds dieper doordringen in die kern. Hierdoor zou ook zooveel meer licht op al die vragen, problemen en moeilijkheden geworpen worden, zoodat in vervulling zou gaan het woord van Christus: zoekt eerst het koninkrijk' Gods en al deze dingen zullen u worden toegeworpen.

En ten slotte: is het voor ons niet meer noodig, nog eens bepaald te worden bij de noodzakelijkheid van gemeenschapsoefening met God en diepgaanie bijbelstudie? Lezen wij niet veel meer over den Bijbel, dus over datgene, wat God door Zijn Woord tot anderen heeft' gezegd, dan dat wij den Bijbel zelf lezen, zóó lezen, dat God zeggen kan wat Hij tot ons persoonlijk te zeggen heeft? Gelukk'^; ja, ook onder ons zijn er velen, wien deze beschuldiging niet treffen kan, maar er zijn ook groote kringen van werkelijk medelevende Christenen voor wie eene dergelijke aansporing verre van overbodig is. Vooral wij Gereformeerden loopen dit gevaar, juist, omdat God ons mannen geschonken heeft, die zoo diep zijn ingedrongen in den rijkdom van Gods Woord. Maar hoe dankbaar wij ook zijn voor wat zij ons lieten zien en hoe wij daardoor ook geholpen worden, per slot van rekening kunnen vdj alleen leven van het geestelijk voedsel, 'dat \y: if voor ons zelf direct uit Gods hand ontvangen. W^at ons gebed betreft, in hoeverre dit voor ons nog vooriiamelijk een afbedelen van gaven en gunsten is, of reeds een verborgen omgang met God, een spreken tot God, maar bovenal een luisteren naar God, dit moet ieder voor zichzelf uitmaken. Maar niemand klage over gemis aan rijkdom van gesstelijk leven, die niet in nederigheid van geest ea • eenvoud van hart den weg gaat, die waarlijk niet alleen de Sadhou, maar vele anderen door alle eeuwen heen bewandeld hebben en bevonden lial* ben, dat alléén tot het Leven leidt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juni 1922

De Reformatie | 8 Pagina's

Sadhou Sundar Singh.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 juni 1922

De Reformatie | 8 Pagina's