GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

BRIEF UIT AMERIKA

Bekijk het origineel

Bladeren
+ Meer informatie

BRIEF UIT AMERIKA

7 minuten leestijd

Tbe Ortbodox Presbyterian Oburcb.

Ja, er schijnt weer iets nieuws te zijn onder de zon. Van de Oirthodox Presbyterian Church hebben de lezers der Reformatie nog niet eerder gehoord. In het land van vele kerken en kerkgenootschappen is er weer, zooals het schijnt, een nieuw kerkgenootschap bijgekomen. Toch is dit niet zoo. Er is niets anders dan een nieuwe naam.

- Toen de vierde algemeene synode van de Presbyterian Church of America verleden voorjaar gesloten werd, had men het al voorzien dat er misschien een speciale synode bijeengeroepen moest worden. De Presbyterian Church of America had ja vele vijanden. Van die vele vijanden was er één, die in vijandschap boven alle anderen uitmimtte. Dat was natuurlijk de Presbyterian Church in the U. S. A., de kerk, waarvan de Presbyterian Church of America zich had afgescheiden. Op allerlei wijs werd getracht de nieuwe kerk tegen te werken. Daarvan spreek ik nu niet verder. Alleen maar dit. De oude kerk heeft de nieuwe kerk bij de overheid des lands aangeklaagd. Daar bestonden, zeide men, goede redenen voor. De menschen kwamen door het feit dat de namen der nieuwe en die der oude kerk zooveel op elkaar geleken, in de war. Hel goede werk der oude kerk werd hierdoor tegengehouden.

Het proces heeft nog al een poos gedniu'd. Door de pleitbezorgers der nieuwe kerk werd gewezen op het feit dat de Presbyterian Church in the U. S. en de Presbyterian Church in de U. S. A. jaren lang naast elkaar hebben be^ staan zonder verwarring van beteekenis; hoe veel te minder dan zou er verwarring ontstaan vanwege den naam der nieuwe kerk. Toch sprak de eerwaarde rechter het als zijn oordeel uit, dat de oude kerk gelijk had. De Presbyterian Church of America werd verboden haar naam verder te gebruiken.

W^at toen? Men heeft zich op hooger gerechtshof beroepen. Maar zou er veel hoop zijn daar verandering der uitspraak van het lagere gerechtshof te erlangen? Zou men niet beter een nieuwen naam kunnen kiezen?

Om over deze vragen te beslissen werd de vijfde algemeene synode der Presbyteri.an Church of America tezamen geroepen. De vergadering had plaats op 9 Februari in een der gebouwen van Westminster. Seminary. Er waren 55 afgevaardigden tegenwoordig. Het duiurde niet lang of men was besloten het beroep op hooger gerechtshof te laten vallen. Men was algemeen van meenipg, dat het hopeloos werk zou zijn en men dus geld zou verkwisten.

. Maar een nieuwen naam te kiezen had heel wat in. Daar was men het zoo maar niet over eens. Er werden een stuk of tien namen voorgesteld. Het idebat trok zich spoedig samen op de volgende vier: The Orthodox Presbyterian Church, The Pro testant Presbyterian Church of America, The Presbyterian and Reformed Church, en The Evangelical Presbj-terian Church. Men had gehoopt te vijf um- 's namiddags klaar te zijn. Er zou 's avonds een samenkomst van oud-studenten van Westminster gehouden worden. Het was echter twaalf uur middei-nacht, voordat de zittingen der synode geëindigd waren. De nieuwe naam, The Orthodox Presbyterian Church, zal op 15 Maart den naam Presbyterian Church of America, vervangen.

Of 'de Presbyterian Church in the U. S. A. ons nu nog weer voor het gerecht zal dagen staat nog te bezien. Er bestaat wel kans op. Als dit geschiedt zal de zaak, dunkt me, wel voor het hoogste gerechtshof des lands komen voor dat men toegeeft. De nieuwe naam is immers zoo verschillend van den naam der oude kerk dat men met geen schijn van billijliheid het proces kan voeren. Vrijheid van godsdienst zou men dan met voeten trachten te vertreden.

Inmiddels gaat het werk der nieuwe kerk langzaam maar zeker vooruit. In The Presbyterian Guardian, het blad, waar Dr Machen bij zijn dood redacteur van was, bevat in het Februarinimimer een opgaaf van statistieken, waarvan ik bij dezen iets weergeef. Het getal belijdende leden der nieuwe kerk bedraagt 4225. Er zijn 60 gemeenten en 99 predikanten. Men legt zich, zooals te begrijpen is, veel op de inwendige zending toe.

Zeer ontmoedigend is de houding van de vele Fundamentalisten en ook Gereformeerden, die in de oude kerk zijn achtergebleven. De League of Faith, , een organisatie, waarvan Drs. Macartney en Craig vooraanstaande leiders zijn, doet zoowat niets meer. Men schijnt geen weldoordacht plan van actie te bezitten.

En wat de eigenlijke Fundamentalisten betreft, mag ik verwijzen naar een artikel van Dr. Barnhouse in The Presbyterian van 16 Februari dat tot titel draagt: „Een Clnristen blijft in de Kerk". Hij vertelt, hoe iemand hem onlangs ve^ haalde dat er onder de separatisten meer vreugde is over een proseliet uit de oude kerk dan over negen en negentig zondaars die bekeerd zij'a uit het heidendom. En dan voegt hij hieraan toe, dat hij', alsook anderen, in de kerk zijn gebleven omdat God hen daar geplaatst heeft. Verder verdedigt hij' zijn eigen standpunt niet. Hij geeft zijn lezers echter een brief te lezen van een jonge vrouw 'die, niettegenstaande herhaald aandringen zich toch bij de nieuwe kerk te voegen, iu de oude kerk is gebleven. Naar het scliijht, is Dr. Bamhouse het ten volle met deze jonge vrouw eens. Het argument van dezen brief is wel ecJit fundamentalistisch.

De jonge vrouw schrijft aan een vriendin. Ze dient deze vriendin van antwoord en .geeft haar reden waarom ze in de oude kerk blijft.

Ze heeft, zegt ze, zoo pas het tweede boek der Kronieken doorgelezen. Daaruit iheeft ze veel geleerd van toepassing op het onderhavige geval. Ten eerste verneemt zij uit 2 Kronieken 11:4, M de scheiding van Juda en Israël van den Heere is. Dan verder ziet ze dat Israël de getrouwe priesters en levieten uitwierp en dat anderen, die den Heere vreesden, hen volgden naar Jeruzalem. 2 Kron. 11:13—16. Verder merkt zij' op dat de toom des Heeren over Juda kwam omdat het met Israël meeging in oorlog en jn handel. (2 Kron. 18:3; 19:2 en 20:35—37).

Tot dusver scheen de vergelijldhg haar in de richting der nieuwe kerk te wijzen. Maar bij verdere studie toonde de Heere haar de keerzijde van dit alles. Ten eerste, zegt ze, hoewel de scheiding van den Heere was, zag Go'd Juda en Israël toch aan als broederen. (2 Kron. , 11:4). Ten tweede, hoewel vele der geloovigen, onder wie ook de Priesteren en Levieten, van Israël naar Juda togen, waren er toch nog geloovigen in Israël en deed God zelfs profeten onder hen opstaan. Deni slechts aan Elia. Wat zeide God tot Elia, toen WJ vlood, eerst naar Juda, en daarna naar de wildernis? Zeide God tot Eha: „Goed zoo, EUa, Israël is afvallig en gij leeft in zonde zoolang gij ^^ Israël blijft — Juda is de jplaats voor alle ware geloovigen? " In het geheel niet. Hij' zeide: „Wat 'doet gij' hier, Elia? (1 Konmgen' 19:9, 1^- & * terug". Verder gaf God hem werk in Israël ^ doen. Ten derde, hoewel „God niet met Israël is (2 Kron. 25:7), was hij wel terdege met Elisa> en hoewel Juda niet tezamen met en voor Israel mocht oorlogen, mocht het ook niet tegen Israel strijden (2 Kron. 11:4). Verder werd koning Hizto* geboden voor gansch Israël te offeren (2 Kron-

29-24). Ook moest hij Israël verzoeken met Juda jjet Paaschfeest te vieren. (2 Kron. 30:1, 5^ 6).

Uit dit alles blijkt dus, zegt ze, dat hoewel Israël God verlaten had, God zich toch nog den God van Isi-aël noemde, en hoewel God oordeelen over Israël uitsprak, handelde Hij toch pog met Israël in genade om Zijhs verbonds wil. En onze God is gisteren, heden en tot in eeuwigheid dezelfde.

Hebt gij wel ooit bedacht, jroept ze nu vermanend haar vriendin toe, wat er gescJiied zou ain als Abraham van God gesmeekt had, terwUle van één geloovige Sodom te sparen? Hoe dat ook 21] God wilde om tien geloovigen Sodom behouden.

ban dient nog bedaclit dat het om Juda's zonde was dat de scheiding plaats greep. Misschien wijlst de bitterheid in de nieuwe kerk ook hier op vergelijking. En eindelijk moest God tot Juda zeggen dat Samaria niet de helft van Juda's zonden heeft begaan (Ezechiël 16:51). God verhoede dat ook hier de vergelijking passen zou.

Commentaar is op dit alles overbodig. Het is een staaltje van fimdamentalistische loigica en fundamentalistisch Schriftmisbruik. Als de voorgangers zóó redeneeren en hun plichtsverzuim goedpraten met een valsch beroep op de Schrift, is 't moeilijk de menschen te overtuigen dat het hun plicht is een kerk waar Gods Woord openlijk met voeten wordt vertreden, te verlaten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

BRIEF UIT AMERIKA

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 maart 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

Bladeren