Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

9 minuten leestijd

De Techniek en de Oorlog.

Het is wellicht goed, de behandeling van het boekje van Lord Stamp: „Chrislianity and Economics" te onderbreken, om eenige aandacht te schenken aan de gebeurtenissen van onze dagen, waarin de techniek zoo'n belangrijke rol speelt en waarop zij, mede door haar gefo'reeerde ontwikkeling, veel invloed heeft uitgeoefend.

Natuurlijk is het verkeerd, bet uitbreken van het conflict, dat thans de wereld beroert, aan de werking van één enkelen factor toe te schrijven. Wij slaan voor een uiterst moeilijk Vraagstuk, dat door een ingewikkeld complex van motieven wordt beheerscht, en door eenvoudige analyse niet kan worden opgelost. Men kan het trachten van ver^ schillende zijden te benaderen, maar zal dan meestal bemerken, dat voortgang niet gemakkelijk is.

Bovendien: waar te beginnen? en hoe verder te gaan'?

Er is, vooral in de laatste maanden, gezegd, dat de toen verwachte en thans uitgebroken oorlog, in wezen een klassenstrijd is; een strijd op leven en dood tusschen de bezittende landen en de arme, tusschen de „beates possidentes" en de „have^ not's". In dien zin heeft zich o.a. minister Goebbels uitgelaten, en zijn woorden sloegen in. En toen 'de eisch van „levensruimte" werd gesteld, waren er velen, die dien eisch in principe niet zoo heel verkeerd vonden. De gebruikte uitdruloking heeft iets, dat sympathie wekt. Men ziet in gedachten menschen, die in benauwde omgeving moeizaam worstelen en naar licht en lucht verlangen. En het verzet der partij, waarvan offers geëischt worden, legen dat verlangen, doet zoowaal' velen iet of wat onaangenaam .aan. „Men zou toch wel iets tegemoet kunnen komen."

En vooral wanneer we het Duitschland van na Versailles beschouwen, en de houding der overwinnaars tegenover den overwonnene en zijn vrienden, dan is de conclusie schier onaf wendbaar: Aan het tegenwoordige conflict heeft de machtspolitiek der groote mogendheden gfove schukl; zij waren het, die in een totaal verarmd (en door hen „geplunderd") land, geesten van verzet wekten, die thans een emslige bedreiging voor hun eigen positie vormen. Zij .eischten geld en goederen, zonder daarvoor te willen betalen; zij dwongen tot duren inkoop, maar namen niets terug.

Het is een journalist van Tsjechisch origine, Anton Zischka geheeten, die in zijn boek „Wistsenschaft bricht Monopole" (in het Nederlandsch onder den titel: _„Wetenschap vernietigt Monopolies" vertaald) op dramatische wijze aan die gedachten uiting heeft jgegeven. 'Hij is niet de eenigsle; talloos zijn de geschriften, waarin de Europeesche wereld „vanuit" het verdrag van Versailles werd bezien. Maar zijn boek, dat van vrij reoenten datum is, maakte daarom zulk een bijzonderen iadruk, omdat het in de worsteling tot economische zelfbevrijding een krachtdadige poging zag den vrede in ons werelddeel voor altijd te verzekeren.

Zischka wilde ons duidelijk maken, dat de ongelijke verdeeling van grondstoffen over de aarde, de voornaamste bron van alle conflicten was. Machtigen legden beslag op de rijkdommen; armen organiseerden zich om, zoo- de kans hun werd gegeven, de bezitters van hun goed te taerooven. Het was een strijd op leven en dood; geen vrede zou mogelijk zijn, zoolang de tegenstelling tusschen bezitters en niet-bezitters bleef...„Monopolies", zoo heet het, „beheerschen onze voeding en kleeding". „Zij verschaffen niet alleen winsten, zij- geven vóór alles macht: aan den milliardair, aan zijn vaderland, aan het eene werelddeel over het andere." En tegenover die machtigen staan de volken, die in volkomen afl: ankelijkheid van hen leven, die hun voornaamste levensbehoeften moeten koopen, omdat hun bodem te arm is, dan dat zij ze zelf zouden kunnen voortbrengen. Zij leven dientengevolge „in voortdurenden angst voor honger", voor „afsnijding van toevoerwegen", voor „verlies van voedsel en vrijheid en een menschwaardig bestaan". „De angst zweept hen voort als nooit tevoren."

Deze constructie vormt nu de basis voor een verdediging der autarkisUsche econoanie. Of liever van de noodzakelijkheid in het eigen land al datgene te produceeren, dat de bevolldng behoeft. Van een nieuwe verdeeling der gtrondstoffen, heet het, komt toch niets. „Alle wereldomvattende plannen", ^die dat doel beoogen, „zijn al even kinderlijk-uaïef en onwaarachtig als de illusies van wereldrepublieken of een paradijs op aarde". Daarom moeten wij alles wat wijl noodig hebben óf door arbeid verkrijgen, óf zelf uitvinden". Wordt dat ideaal bereikt dan zullen de tot nu toe afhankelijke en daarom in voortdurende spanning levende volkeren, een „rustig gevoel van lo-acht winnen en een bewustzijn van volkomen onafliankelijkheid."

Zoo zal de basis worden gelegd voor „een innige samenwerking der volken", voor j, 6en werkelijk vrijen handel, waarin elke dwang ontbreekt". Men zal koopen wat men wil en verkoopen wat men wil, maar er bestaat niet de minste economische noodzakelijkheid voor den komenden goederenruil, ook zonder deze zouden de volken behoorlijk kunnen leven; bepaalde uitwisseling zou hun bestaan hoogstens veraangenamen, en in stoffelijk opzicht meer afwisselend maken. De overwinning of de vrees, de vrees voor honger en blokkade, zal de overwinning op den oorlog kunnen beteekenen. Want het is juist die vrees, die tot den oorlog drijft.

Autarkie, de basis voor den Vrede? Het klonk zoo mooi! Men zag ze reeds, die werkers. En ze, spanden zicli in om goederen voort te brengen en zagen niet naar andere volken om.

Die illusie is verstoord; de „belangrijkste aller synthesen: de waarachtige gemeenschap", kwam niet tot stand, kon ook niet komen.

In het in dit artikel aangehaalde boek heet het, dat in den tijd van den diepsten economischen laood, toen veertig milhoen werkloozen doielloios rondslenterden, het geloof in „de kracht en de gaven der menschheid, het geloof in de mogelijkheden, door den Schepper in de natuuir gelegd, het geloof aan een betere toekomst", ontwaakte. En dal men begon te beseffen, dat „techniek en wetenschap belangrijke werktuigen, lirachtdadige middelen van de politiek zijn". Ziehier een formuleering, die te denken geeft. De schrijver stelt deze doelstelling weliswaar tegenover de individualistische, die in de 19e eeuw het gebied der voortbrenging zou beheerscht hebben, en meent dus dat de menschheid voor die verandering slechts dankbaar kan zijn, maar het gegeven oordeel kan toch moeilijk anders dan als de uitdruklldng van een benauwende werkelijkheid opgevat worden. Want inderdaad zijn wetenschap en techniek toit „belangrijke werktuigen" en „krachtdadige mid-

idielen" ontaard. En welk een politiek! Een zuivere machtspolitiek; niet alleen in dit of dat land, maar bijna overal. Overal bemerken we symp-» tomen van (Mt machtsstreven, al is er verschil in kracht. In het bijzonder echter zij'n in de totalitaire staten wetenschap en techniek dienstbaar gemaakt aan het machtsideaal.

„Alles wat des menschen hart kan verlangen, alles wat zijn verbeelding kan scheppen, ligt, " lezen we bij een Amerikaansch auteur, „binnen het vermogen van zijn macht. Zoo breekt het grootste tijdperk van geluk en vooirspoed aan."

Het zijn deze gedachten, die de moderne tecbniek beheerschen, die het verabsoluteerde machtsstreven hebben gewerkt, dat zich van de techniek meester heeft gemaakt, tot groote schade der menschheid. Zij hebben spaiuiingen doen ontstaan, die een botsing, naar den mensch gesproken, onvermijdelijk maakten.

Inderdaad is de m, acht van den mensch over de materie in het laatste decennium buitengewoon toegenomen. Hij kan (om het nu maar eens heel eenvoudig uit te drukken) alles uit alles maken, i) Wie zich de huidige techniek der voortbi-enging en haar bases bestudeert, houdt niet op' zich te verbazen. De technische mensch van heden weet op wonderbaarlijke wijze eenvoudige stoifdeeltjes tot de meest ingewikkelde verbindingen samen te voegen; hij evenaart het werk der levende natuur of overtreft het zelfs. Metterdiaad kan hij zich een „kosmiurg", een bouwer de'r wereld wanen; hij is niet langer aan bepaalde grondstoffen gebonden, maar weet uit tot voor kort nutteloos materiaal, eerste levensbehoeften te fabriceeren.

Dat vermogen doet het zelfbewustzijn groeien, dat in dezen tijd gedurig van zich getuigt. Het rijik des hells, waarin niemand meer zorgen zou kennen, dat geen vijand ooit meer zou kimnen belagen, werd aangekondigd. Het was er eigenlijk reeds.

De inspanning, die dit „bevrijdingswerk" eisdite, bleek echter te groot. De eischen, die de politiek aan haar nieuwe dienaren stelde, konden niet dan met zeer groote opoffering van arbeidskracht en geld vervuld worden. De techniek overschreed de grenzen, die haar in de scheppingsorde gesteld zijn: de macht, die zij over de materie verkreeg, kon niet uitgeoefend worden zondet- ook den mensch aan zich te onderwerpen. Deze overspanning der techniek tastte, zooals op het oogenblik duidelijk zichtbaar wordt, de menschelijke gemeenschap aan; het uit deze gedachte voortkomende streven vernielt de samenleving, inplaats van haar (zooals werd beweerd) te vormen. De woorden van Hans Lil je: „of wij vatten de techniek als dienst van den levenden God op', of zij wordt ons tot een slavenketen, welker dlnikkende last ons en een in liefdeloosheid verstarde beschaving in den dood jagen zal", worden ten volle bewaarheid. „De techniek", of liever de arbeid in dienst der voortbrenging, die van het technisch apparaat gebruik maakt.

In het economisch leven konden de kwade gevolgen van deze overspanning der techniek, reeds gedurende geruimen tijd worden waargenomen. Het voortbrengingssysteem. zooals wij dat de laatste jaren kennen, was mede de oorzaak, dat de betrekkingen tusschen de grondstoffenproduoeerende en grondstoffenverwerkende landen verstoord werden; de schier wanhopige pogingen der overheid in verschillende landen om door volumineuze injecties aan het bedrijfsleven de middelen ter beteire functionneering te schenken, zijn voldoende bewijs voor de moeilijkheden, die er op het gebied der voortbrenging bestaan. Het zou verkeerd zijn, om de politiek of eenige factor als „prima causa" te beschouwen; de structuur der moderne techniek dwong tot het nemen van bepaalde poliliefce maatregelen, en deze konden omgekeerd met behulp van de techniek beter worden uitgevoerd. Eir bestaat wisselwerking. Nu het conflict is gekomen, beseffen wij eerst goed, welk een vreeselijke macht in het technisch vermogen besloten ligt. De moderne oorlog is een afschuwej[ijk chemisCh-tedhnisch procédé, dat, zoo God het niet verhoedt, de wereld in een toestand van de grootste ellende zal brengen, waaruit zij zich nauwelijks weer zal kunnen verheffen. De straf opt het kwaad, dat zich ook in de voortbrenging openbaarde.


1) Misschien mogen we hier verwijzen naar een artikel „Omwenteling in de Voortbrenging" in A.R. Staatkunde, Ie kwartaal, nummer 1939, en naar het stuk „Het Christelijk geloof en de techniek" in „De Reformatie van hèt Calvinistisch Denken".

Over het probleem der techniek heeft onlangs de heer Postema in „D« Chr. Ambtenaar" een tweetal zeer instructieve artikelen geschreven. (9 en 16 Sept.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

UIT HET POLITIEKE EN SOCIALE LEVEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 oktober 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken