GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

Van de Kerk.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van de Kerk.

15 minuten leestijd

LXIV.

Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was. Filipp. II: 5.

Na wat we aan Labadie's optreden en aan Comrie's doorzettende kraclit ontleenden, mogen thans de volgelingen van Zinzendorf niet stilzwijgend worden voorbij gegaan. Al is 't toclï dat de Herrnhutters bijna uitsluitend in Duitschland en Bohème thuis hoorden, door hun Zendingsactie zijn ze toch ook elders tot een eigen associatie overgegaan, en zoo zijn ze te Zeist van oudsher bekend-door hun Herrnhutters Instituut, terwijl dit instituut dan weer rechtstreeks in verband staat met onze Amerikaansche kolonisatie in Suriname. Alleen de sectie te Haarlem staat rechtstreeks met de Duitsch-Boheemsche stichting in organisch verband. De zoo ingewikkelde inrichtingen en regelingen die vooral sinds de vorige eeuw bij deze broeders in zwang zijn gekomen, namenallengs zulk een omvang aan, dat het niet op onzen weg kan liggen de geheele samenstelling van dezen Broederbond in dit ons speciaal betoog op te nemen. We kunnen ons tot de teekening van de groote omtrekken van geheel den bouw van dit Instituut bepalen. Voor het overige zij verwezen naar Burkhardt's Die Brudergemeine, een keurige studie, die in 1893—97 het licht zag; voor ons daarom een meer in het bijzonder belangrijke studie, omdat ze zich in hoofdzaak met de Missie der Broedergemeente bezighoudt. Ook de zeer aanzienlijke inrichting die men te Zeist vindt, doelt er in het minst niet op, om propaganda hier te lande te maken, maar eeniglijk om de Koloniën van Nederland, waar ze zendingspbsten vestigden, van geschikt en goed voorbereid personeel te voorzien. De aanzienlijke stichting te Zeist geniet dan ook hier te lande algemeene achting, en de missie die zich in Suriname ^stigde, was in de bekeering der negers derwijs gelukkig, dat ze bij de Regeering steeds in hooge eere bleef, ook al was de Gouverneur zelf, gelijk voorkwam, geen belijdend Christen. Zelden viel het zoo. Het Bewind in Den Haag toch was er steeds op uit, om een Gouverneur van confessioneele be; ginselen te Paramaribo te doen zetelen. Men weet hoe de sinds overleden heer de Savornin Lohman, die eertijds in Drenthe als Commissaris der Koningin optrad, en na hem de heer Idenburg in Paramaribo het bewind hebben gevoerd, terwijl vóór Idenburg, Jhr. van Asch van Wijck zat, die er in slaagde het Christelijk stempel op zeldzame wijze op geheel onze Kolonie te drukken. Vooral in de latere periode is daarom de missie van Zeist in hooge achting bij ons Christelijk publiek geraakt, en won door haar uitnemende resultaten steeds meer in beteekenis. De jongste constateering wees op 131 Stations, die bediend werden door 240 Zendelingen, waarbij dan nog 1100 helpers uit de negerwereld kwamen. Men beschikt er over 250 scholen, en heeft in zijn Doopboeken een kleine 92.000 gedoopte Heidenen opgeteekend. Hier komen dan nog enkele niet gedoopte negers bij, zoodat het totale cijfer voor de Missie begroot mag worden op 95.500 personen. Voor deze zeer uitgebreide Missie moet jaarlijks een bedrag van een millioen gulden of naar de preciese opgave een millioen zes maal honderduizend Mark beschikbaar zijn. Hiervan wordt een millioen Mark gedekt door wat het Gouvernement voor de scholen bijbetaalt en in verband met kleine gasthuizen uitreikt. Aan vrijwillige bijdragen moet derhalve nog een 360.000 gulden inkomen en zonder moeite kon over dit bedrag nu reeds sinds jaren beschikt worden. Bij de Regeering staat deze Zendingsinrichting, met al wat er voor ten beste wordt gegeven, als officieel erkende instelling aangegeven. Sinds 1894erlangden deze stichtingen als geheel genomen zelfs juridische rechten, onder den titel van: Zendingsinrichting derEvangelischeBroedergemeente. De toenmalige Koninklijke Saksische regeering voldeed, in verband hiermede, aan alle conditiën die voor het duurzaam blijvend verband als eisch golden. De geheele stichting bezit sinds 1869 te Niesky een aanzienlijke Zendingschool. Men kan schatten, dat er telken jare een vijftien a twintig nieuwe zendelingen door de Herrnhutters worden uitgezonden. Zelfs is men nu zoover, dat er niet alleen een geregeld maandschrift over de uitgebreide actie der Vereeniging het licht ziet, maar er bovendien een atlas met zestien landkaarten voor deze Missie uitkwam, die duidelijk aangeeft op welke terreinen en tot welken omvang deze Broeder-Zendingsactie zich allengs uitbreidde. In het algemeen mag gezegd, dat de actie die van deze Zinzendorf's inrichting uitgaat, ruimschoots waardeering geniet, en dat ze schier nergens op moeilijkheden stuit, zoo ze een poging waagt om zich opnieuw uit te breiden. Dit geldt zelfs in tweeërlei opzicht. Ten eerste voor zooveel ze zich inspant, om in Europa, in Amerika en zelfs in Australië nieuw terrein ter beschikking te erlangen, maar evenzoo voor wat de missionaire actie aangaat, terwijl zonder overdrijving mag gezegd, dat ze overal door haar missionair optreden veler sympathie zich verzekerde. Toch zou zich bedriegen, wie zich inbeeldde, dat 't zoo goed als uitsluitend de Zendingsactie was, die de sympathie in de onderscheiden landen won. Zelfs in Zeist kan men zich van het tegendeel overtuigen. Niet dat de Zendingsactie hier bijzaak zou zijn. Integendeel, voor de Zendingsactie vooral in Suriname is men er warm bezield, maar toch doet zich keer op keer het verschijnsel voor, dat vrome Christenen er naar dingen om te Zeist in de Herrnhuttersche inrichting gastvrije woning te erlangen. Ze huren dan, zoodra 't kan, zulk een vrijgekomen huis, sluiten zich nauwer aan de Broederen van het instituut aan, en zoeken er hun einde in ernstige stilte tegen te gaan. Niet, dat ze zich aldus aan de Zendingsactie onttrekken zouden. Eer het tegendeel is waar, en zij die op Zeist een broederwoning erlangden, plegen veelal met warme liefde en met milde gaven voor de missie op te komen, maar toch daarvoor behoefden ze niet op Zeist, en niet in een Broederwoning te gaan wonen. Zelfs komt het voor, dat onder de milde gevers die elders woneu, geldelijk meer voor de Herrnhutters geofferd wordt, dan onder de huurders van een der gequalificeerde woningen. Bij de huurders van zulke woningen spreekt in de eerste plaats het verlangen mee, om zich met een kleinen en beperkten religieuzen kring af te zonderen van het drukke en weinig bezielde leven, der wereld. Het is een zucht en verlangen, dat met Labadie in richting één is, en tegen Comrie's bedoelen lijnrecht overstaat. Wat men vroeger het Separatisme noemde, trok met name ia de Residentie jaren achtereen niet weinige gegoede en hoog geplaatste ingezetenen uit de groote Hervormde Kerk naar dezfe Separaat-Kerken. Zelfs van latere ministers is dit geen geheim. Ware nu in Den Haag een afdeeling van Herrnhut gevestigd geweest, zoo zouden deze afgedoolden allicht zich bij de Broeders van deze orde hebben aangesloten. Er bestond althans verwantschap tusschen beider bedoeling. Toch droeg wat de Herrnhutters te aanschouwen gaven, een edeler karakter. Vooreerst toch vroeg het meer offerande, in de tweede plaats drong het tot geestelijke actie en in de derde plaats hield men te Zeist aan de bediening van het H. Avondmaal vast.

Van Graaf von Zinzendorf is de meer speciale inkleeding van de Broedergemeente uitgegaan, voorzoover haar missionair karakter betreft. Voluit heette hij Nicolaus Lodewijk Graaf von Zinzendorf en Potsendorf. Hij was den 26en Mei 1700 te Dresden geboren, en ontving zijn eerste opleiding in het Paedagogicum te Halle, en ging in 1716 naar de Juridische faculteit te Wittenberg over, waar hij tegelijk zich van de Theologische stujdiën op de hoogte stelde. Na zijn promotie in 1719 ondernam hij een groote Europeesche studiereis naar Holland, Engeland, Frankrijk en Zwitserland, tot hij in 1721, in zijn vaderstad Dresden teruggekeerd, in dat eigen jaar een aanstelling tot Hofraad ontving en een jaar daarop huwde met Gravin Reuss van Ebersdorf; kort daarop vatte hij het plan op, om zijn uitgestrekte landgoederen voor een aanmerkelijk deel ten dienste van de Zending te stellen. Het daarvoor afgezonderde terrein verkreeg toen den naam van Herrnhut, en erlangde tot op zekere hoogte een zelfstandige ontwikkeling. Zinzendorf neigde er toen steeds meer toe, om dit Instituut, dat in hoofdzaak op de Zending doelde, een zelfstandig karakter te doen erlangen. Wel lag afscheiding van de Staatskerk niet in zijn oorspronkel^ plan, maar hij stond er toch op, zich vrij te kunnen bewegen, en toen aldra de officieele Landskerk hem het houden van particuliere Godsdienstoefeningen verbood, daar alleen de officieele Godsdiensfe)efeningen een publiek karakter konden dragen, achtte hij het oogenblik gekomen, om op theologisch gebied zijn eigen weg te gaan, en niet enkel Jurist te blijven, maar onder aangenomen naam in StraU sund opzettelijk theologie te gaan studeeren, en niet lang daarna liet hij zich te Tubingen tot doctor in de Theologie promoveeren. In Dresden sneed men hem toen af, zoodat hij naar Berlijn toog, en zich als Bisschop van de Moravische Kerk liet wijden. Hierdoor aan geen plaatselijken dienst verbonden, rijpte toen bij Zinzendorf het grootsche plan, om niet alleen het grooter deel van Europa, maar ook een uitgebreide streek in Amerika te bereizen, en in al deze streken te ijveren voor zijn grootsche gedachte, om zijn geestverwanten steeds meer op zichzelf te ordenen, en zoo een eigen Kerk tegen de officieele Kerk over te plaatsen. Zonder overdrijving kan dan ook gezegd, dat 't Zinzendorf geweest is, die niet alleen schier overal den eersten stoot gaf tot het opkomen san de invloedrijke Broederkringen, maar ook tot zijn sterven toe, in 1760, door de macht van zijn woord, in schrift en meeting, de door hem in 't leven geroepen beweging gaande hield. Niet alleen zijn gesproken, maar ook zijn geschreven woord nam hierbij steeds grooter omvang aan. Alles saamgevoegd bleek na zijn sterven, dat bijna honderd geschriften uit zijn pen vloeiden, en indien men ook de kleine brochures alle saamtelt, zelfs nog meer. Al had de Broedergemeente dan ook een zelfstandigen oorsprong en een eigen bestaan, toch is het aan geen twijfel onderhevig, of ten slotte dankt de geheele Broedergemeente in al haar vertakkingen aan Zinzendorf haar oorsprong. Niet alleen toch, dat hij zijn rijke middelen geheel ter harer beschikking stelde, maar zijn machtige persoonlijkheid heeft schier over heel Europa en Amerika de nieuwe Zendingsactie niet alleen in het leven geroepen, maar eveuzoo in het leven weten te houden. Te Herrnhut begroef men hem, maar Herrnhut lag dan ook op een landgoed dat oorspronkelijk aan de familie Zinzendorf toebehoorde. Ongetwijfeld mag dab ook erkend, dat Zinzendorfs rijke middelen en machtig landbezit 'het gropte middel zijn geweest, ' om de missionaire actie der Broeders zoo omvangrijke en zoo streng georganiseerde uitwerking te doen vinden. Maar evenmin mag uit het oog worden verloren, dat Zinzendorfs bezielde geloofsovertuiging aan het optreden der Broeders van meetaf dat geheel vrije en zelfstandige, en daardoor zoo strikt geordende, in de saamstelling gaf, dat-nu nog, wie zich aan de Broeders aansluit, zonder aarzelen gezegd mag worden, in haar dienst te zijn getreden en< in haar organisatie te zijn opgenomen. Zelfs van het vrije huwelijk was lange jaren geen sprake meer. Ongetrouwde zendelingen vertrouwde men niet, doch evenmin kon geduld, dat de geheel subjectieve aantrekkelijkheid van een jongen voor een meisje over het lot der Zending zou beslissen. De hoofden der Zending werden veel beter in staat geacht, om over de juistheid der keuze te beslissen. Op het groote terrein der wereldzending kan het huwelijk der missionarissen niet van liefdeswilkeur afhangen. De personen die hier werkten, hadden zich voor wat het huwelijk betreft, geheel willoos aan de beslissing der hoofden van de Broedergemeente over te geven. Zelfs wie in 't huwelijk geen aantrekking gevoelde, werd gehouden verplicht te zijn, aanstonds in 't huwelijk te treden, bijaldien de hoofden der geheele inrichting zulks verlangden. En niet anders stond het met het levensonderhoud. Wilde men alle uitgezonden broeders geheel uit de Zendingskas onderhouden, zoo zou het aantal der Zendingsmannen veel te gering zijn gebleven. Er werd daarom aanstonds als regel een stelsel ingevoerd, dat beide toeliet, zoodat eenerzijds een aanmerkelijk getal van Zendelingen geheel op betaling van de levensbehoeften uit de voorhanden gaven dreef, maar dat anderzijds steeds gebruik werd gemaakt van de aangeboden gelegenheid, om de uitgezondenen zelf in hun nooddruft te laten voorzien. Zelfs het logement-en herbergbedrijf werd hierbij niet uitgesloten. Het lag hier voor de hand, dat men hierdoor op twee voordeelen tegelijk de hand legde. Misbruik van de herberg toch werd op deze manier tegengegaan, en de Zendeling kostte schier niets. En zij 't nu al, dat men van lieverlede in deze eerst zoo schokkende bepalingen wijziging poogde aan te brengen, het stelsel als stelsel blijft toch nog steeds stand houden, en de ongelooflijke uitgebreidheid van wat de Broeders op missionair terrein voor hun rekening kunnen nemen, blijft toch in hoofdzaak daaraan te danken, dat er van persoonlijke vrijheid onder de Broeders geen sprake is. Ze vormen saam een streng aaneengesloten corps, dat zijn kracht ontleent aan tweeërlei usantie; ten eerste daaraan, dat men de gewone Kerkelijke saamleving varen laat, en zich eeniglijk, doch dan ook afzonderlijk, saamtrekt op geestelijk terrein, en zich geheel onderwerpt aan wati de gezamenlijke Broeders dienstig en noodzakelijk achten. En voorts in de tweede plaats, dat men den persoonswil steeds meer onderdrukt en aan' banden legt, om alle beschikbare veerkracht en saamwerking ^niglijk te richten op het door allen saam gestelde doel.

De poging, die vaak is aangewend, om Zinzendorfs pogen met den arbeid der Christian Science, der Salvation Army (heilsleger) enz. op één lijn te stellen, is, gelijk wel moest, mislukt. Over de Christian Science gaven we ons'oordeel reeds, herhaling zou daarom doelloos zijn. In elk geval staat de Christian Science niet in eenige bijzondere betrekking tot ons land, ook al gelukt het haar zich in onderscheidene steden zekeren aanhang te verwerven. Anders staat het met de actie van het heilsleger, dat hoezeer van beslist Engelschen oorsprong, er niettemin in geslaagd is, zich tot een wijd verspreide wereldactie uit te breiden. Ook ten onzent, en zelfs in Insulinde, maakte het een ver van onbeduidende propaganda. De stichter van deze thans zoo wijdverspreide organisatie is William Booth. De eigenaardigheid van dit heilsleger schuilt in den militairen vorm, waarin het optrad, William Booth zelf eigende zich den eeretitel van »Generaal" toe. Onder dezen Generaal staat dan een wijdvertakt corps van kapiteins en luitenants, die allen een militaire uniform dragen, onverschillig of zij vrouwen of mannen zijn. Omstreeks 186S greep Booth den moed, om zijn corps, geheel afgescheiden van alle Kerkverband, in een geheel eigen organisatie te laten optreden. In 1878 gaf hij aan zijn aanhang die steeds wies, een militaire corps-organisatie. En wel verre van zijn heilspogiogen tot Engeland te bepalen, was hij met zijn officierscorps er steeds meer op bedacht, om propaganda voor zijn streven in alle land, onder alle volken, te drijven. Hij bond zich niet aan Engeland, noch aan eenig ander land van Europa, maar was er met zijn getrouwen steeds meer op uit, in geheel zijn organisatie een machtige wereldinrichting te vormen, die, om slechts hierop te wijzen, ook in onze koloniën doordrong. Hun orgaan The War Cry is een wereldblad, dat in millioenen exemplaren verspreid wordt, en hoezeer alle propaganda aan het Hoofd-Comité welkom is, mag toch gezegd, dat de Heilsarmée zich in hoofdzaak er op toelegt, om afgedoolde zondaren en booswichten tot bekeering, ep zoo tot Christus te brengen. Het is met name op de misdadige deugnieten onder de behoeftige bevolking dat zij zich - werpen, om dezen van hun misdadig drijven af te trekken, en zoo mogelijk tot Christus te bekeeren. Aan het Kerkelijk samenstel hechten ze daarentegen niet. Zelfs het Heilig Avondmaal neemt bij hen geen plaats der eere in, en 't is juist uit dezen hoofde, dat ze nimmer de sympathie der getrouwe belijders hebben kunnen verwerven. Niet alleen toch dat ze de Kerk geheel verwaarloozen, en buiten de Kerk om leunen en steunen op een geheel onkerkelijke organisatie, maar ze nemen, wat nog veel bedenkelijker is, tegenover de Kerk en tegenover al wat van de Kerk uitgaat, een strijdlustige positie in en dringen de Kerk terug. Hier doet zich derhalve het pijnlijk verschijnsel voor van een combinatie van twee tegenover elkander staande elementen. Eenerzijdstochwendt men zich met een niets ontziende macht tot de jammerlijk verdoolden en verloren zondaren, en anderzijds keert men zich met beslistheid tegen al wat van de Kerk uitgaat en op de Kerk leunen wil. Hierop moest in verband met Zinzendorfs pogen met nadruk gewezen worden, omdat ook Zinzendorf zich van de Kerk afscheidde, en er steeds meer op bedacht was, om-de belangen des geloofs door het onderling aannemen van streng de persoonlijke vrijheid aantastende vormen aan banden te leggen. Verwantschap met de Heilsarmée valt alzoo niet geheel te ontkennen; alleen blijven beiden eer tegenover elkander staan, dan dat ze over en weder elkaar steunen zouden, doordien de Heilsarmée zich afzondert en buiten de samenwerking der Christelijke Kerk stelt, terwijl omgekeerd Zinzendorf met zijn aanhang, ook al ging hij apart staan, toch in alles de bedoeling der Kerken steunde. Hieruit verklaart het zich dan ook, dat Zinzendorfs aanhangers vaak in de Luthersche Kerk bleven, of er zelfs in terug gingen. Den vijandigen toon, die bij de Heilsarmée tegenover de Kerk wordt aangeslagen, kent Zinzendorf , zelfs van verre niet.

Voor ons echter komt het principieel verschil hierin uit, ten eerste dat de volgelingen van Zinzendorf hun zweren bij de rechtzinnige belijdenis nimmer varen lieten, en ten andere, dat hun zich afzonderen van de algemeene Kerkelijke gemeenschap, door het ontbreken in de Kerk van alle behoorlijke tucht noodzakelijk scheen geworden. En vraagt men nu ten slotte, waarom in ons Nederlandsch Kerkelijk leven de Herrnhutters zulk een invloed gewonnen en de bereidwilligheid tot het brengen van zoo aanzienlijke offers uitlokten, dan rekene men met tweeërlei. Ten eerste hiermede, dat Zinzendorf en zijn trouwe geestverwanten van meetaf met Holland in contact traden en in onze Amerikaansche Koloniën zelfs een leidende positie innamen. Iets waarvan het natuurlijk gevolg was, dat èn hier èn zelfs in Zeist en Haarlem, en meer nog in Suriname, de geest van Zinzendorf steeds dieper doordrong en zich op een wijze als schier nergens elders een hoogst invloedrijke en eerbiedwaardige positie wist te verzekeren. We blijven daarom Labadie en Comrie, en evenzoo - de leden van de Broederschap, als met Nederland in bijzonder contact getreden beschouwen. Zeist en Suriname hebben dien band gelegd, een band die niet licht kan ontbonden worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 oktober 1920

De Heraut | 4 Pagina's

Van de Kerk.

Bekijk de hele uitgave van zondag 17 oktober 1920

De Heraut | 4 Pagina's