GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Uw harte worde niet ontroerd”.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

„Uw harte worde niet ontroerd”.

7 minuten leestijd

Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft In God, gelooft ook in mij. Joh, XIV : 1.

Dat ontroerd worden van ons hart is zulk een schoon beeld aan het leven der natuur ontleend. Want ook in de taal der Heilige Schrift wordt dat ontroerd worden in eigenlijken zin gebruikt van bet ontroeren van het watervlak van meer of plas. Er is niets zoo gevoelig, voor inwerking zoo vatbaar als dit watervlak. Het kan soms zoo rustig, zoo kalm, zoo onbewogen voor ODS liggen, als ware het een spiegel uit ktistal gegoten, maar het zwakste zuchtje van den wind doet het rimpelen. Daarin ligt dan ook het voor ons meest sprekende onderscheid tusschen het land en het water. Het land is voor ons het vaste, het onbewogene, het water het vloeibare en het bewegelijke element. De zwaarste stormen gieren over het land heen zonder ook maar de minste inbuiging te veroorzaken, maar als diezelfde storm het meer genaakt, dan brengt hij heel het watervlak in beroering, dan buigt, dan deint, dan wijkt'het water voor dien druk, dan stapelen de golven zich op en ijlen in drifüge vaart voort, waarhenen de stormwind ze stuwt.

En zoo is het ook met ons menschelijk hart, omdat God het aldus schiep. Want God schiep dat menschelijk hart niet onbeweeglijk en niet ongevoelig voor de indrukken en aaudoeningen van buiten, maar zoo, dat het aangedaan, dat het in beweging gebracht, dat het ontroerd worden kan. Niet de barre rots, waarvan Da Costa zong, die het niet merkt of het zacht Zuiderwindje om 2ija kruin speelt of de winter-< stormen zijn flanken geeselen, maar het beweeglijke watervlak van het meer is het beeld van ons menschelijk hart.

In dat ontroerd worden van het hart schuilt daarom op zich zelf niets zondigs of verkeerds. Zelfs is het niet een natuurlijke zwakheid, waartegen we te strijden en die we te overwinnen hebben, zooals de Sicïcijn leerde, die als hoogste ideaal voor den wijze stelde het niet-beroerd worden door de dingen van buiten noch door de hartstochten van binnen. Met dat ongevoelig en onaandoeclijk worden van het hart, dat verstijven van het hart tot een killen ijsklomp, heeft het woord van Christus niets te maken. Er moge in de al te groote gevoeligheid van ons hart een gevaar schuilen, maar die gevoeligheid zelf is veeleer een gave, waarvoor we onzen God hebben te danken.

Zie het maar bij den Heiland zelf, van wien ge meermalen leest, dat hij ontroerd is geworden. Zoo werd zijn hart van medelijden en droefheid ontroerd, toen hij in Bethanië Maria weenen zag om den dood van haar broeder en met haar uitging naar Lazarus' graf. Zoo weeende hij van innerlijke ontroering, toen hij de laatste maal naar Jeruzalem opging en voorzag welke schrikkelijk lot hem wachtte. Zoo ontroerde hij geheel, toen hij bij het Avondmaal he) openlijk uitsprak, dat één zijner dicipelen hem verraden zou. En 't hoogste klom die zielsontroering, toen hij in Gethsemané den drink-

beker dei lijdens hem gereikt zag, de vreeze des doods hem omving enzija ziel > geheel bedroefd werd tot dea dood toet.

Niet elk ontroerd worden van het hart wordt daarom door Christus afgekeurd. £r is een heilige ontroering van de ziel, wanneer we als Mozes geroepen worden op den berg om den Almachtige te ontmoeten. £r kan een ontroeriDg van vreugde wezen, wanneer God met Zijn vriendelijk licht schijnt op ons pad. Het hart kan ontroerd worden van medelijden bij het zien van andeier leed en rouw. Zelfs het ontroerd worden door vrees voor bang gevaar, dat ons dreigt, of voor een smartelijk verlies, dat ons te wachten staat, is op zichzelf niet verkeerd. En wat was dan natuurlijker, dat dau ook het hart van Jezus discipelen ontroerd werd, toen zij van de lippen van den Meester, dien zij zoo innig liefhadden, het vernamen, , dat dit de laatste maal was, dat ze met Hem aan den maaltijd hadden aangezeten, dat Hi} nu hen verlaten ging en zij, zooals Thomas zoo diep weemoedig het klaagde, niet . wisten waarheen.

En toch is het dè.t ontroerd worden, dat Christus bij Zijne discipelen tegen wil gaan en waartegen ook wij, wauneer het ons overvalt, in Zijne kracht hebben te kampen. Het is niet het ontroerd worden zelf, omdat we scheiden moeten van wat.ons lief is of omdat de Dood ons nadert en oproept voor Gods troon, maar het zóó ontroerd worden van het hart, dat we, gelijk Christus zelf in vs. 27 het nader uitlegt, ^ vertsaagd worden, d, w. z. dat de vrees en angst ons overmant en daardoor het geloofsvertrouwen op God wijkt. En het beste medicijn, dat Christus tegen die Israokbeid van het hart ons geeft, is daarom, dat Hij Zijn jongeren toeroepi: Gelooft in God, gelooft ook in Mij. Want het zóó ontroerd worden van ons hart vindt altoos zijn oorzaak in de kleinheid van ons geloof. Ware er meer geloofsvertrouwen geweest in onzen God, dan zou ons hart ook niet zoo ontroerd zijn geworden.

Alleen maar, en daarin juist schuilt de moeilijkheid, er is ook hier wisselwerking tusschen oorzaak en gevolg. Al is dat klemgeloof de oorzaak van de ontroering, die ontroering zelf maakt het zoo moeilijk om weer tot het geloof te komen.

Want het is met het hart, om nog eenmaal op dat beeld terug te komen, ais met het zoo licht bewegelijke watervlak van het meer. Wanneer dat waiervlak rustig en kalm is, dan wordt het vanzelf een spiegel, waarin klaar en helder de hemel weerkaatst, dan wordt het water als met gouden licbtglans doortogen, dan is het meer het open oog der Schepping Gods. Maar als de stormen opsteken en zij de golven voortzweepen, dan breekt het spiegelbeeld, dan kan de hemel zich niet meer in het meer weerkaatsen, dan dringen de lichtglanzen niet meer in de diepte door, dan ziet ge alleen de wilde onstuimige baren en welt uit de diepte modder en slijk op.

En gaat het zoo niet ook met ons eigen hart ?

Zal daarbinnen in onze ziel de hemel weerkaatsen, zal het liefelijk aangezicht van onzen God door ons aanschouwd worden, zal het wondere licht Zijner geoade de ziel doordringen, dan moet dit hart eerst tot rust komen, stil worden, gelijk de Psalmdichter zegt, als het gespeende kind. Maar zoolang dat niet zoo is, zoolang de stormwinden de wateren der ziel doen opbruisen, het hart geroerd, geschokt, bewogen, voortgejaagd worden door die al te heftige aandoeningen, blijft het aangelicht Gods voor ons schuiL En hoe zal dan het geloof weer opwaken, dat alleen den vrede en rust ons herschenken kan i

Er is maar één uitweg.

Dat we tot Hem zelf gaan, die ons toeroept: uw hart worde niet ontroerd, maar die ook alleen de macht heeft; het bleek op Gennesareth's meer; om den storm tot zwijgen en de ontroerde wateren tot rust te brengen Zoo heeft hij immers gedaan voor Zijn jongeren, toen die feite ontroering bij de gedachte aan Christus' heengaan zich van hun hart had meester gemaakt. Want was het niet als een uitgieten van olie op de onstuimige wateren hunner ziel, toen Hij zeide, dat Hij heenging, niet om ben te verlaten, maar om plaats voor hen te bereiden en dat Hij den Heiligen Geest als trooster hun zenden zou. En zooals Hij dit toen deed, wil hij het ook nu doen uit Goddelijk erbarmen, wanneer het gebed uit het fel ontroerde hart maar opstijgt tot Hem, die alleen onze Helper en Verlosser-zijn kan. En dan luikt vanzelf het geloof weer op in de ziel, omdat bet aangezicht Gods in Christus weer door ons wordt gezien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 oktober 1920

De Heraut | 4 Pagina's

„Uw harte worde niet ontroerd”.

Bekijk de hele uitgave van zondag 31 oktober 1920

De Heraut | 4 Pagina's

PDF Bekijken