Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

HET DOGMATISCH INDIFFERENTISME ONDER DE JONGEREN.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HET DOGMATISCH INDIFFERENTISME ONDER DE JONGEREN.

10 minuten leestijd

In het eerste artikel is op den voorgrond gesteld, dat het onderwerp niet uitgaat van een tweeheid in onze kringen tusschen oud en jong. Het verschijnsel, dat liier besproken wordt, komt ook onder de ouderen voor, en hier wordt over de jongeren gehandeld om bijzondere belangstelling aan hen te wijden. Het tweede • artikel heeft uiteengezet in hoeverre het euvel van anti-dogmatisme onder hen voorkomt. Tegen overdrijving is gewaarschuwd, doch tegelijk tegen de geringschatting van ' , deze verschijnselen. In het derde artikel zijn besproken de oorzaken buiten onzen kring, n.l. de deining van ebbe en vloed op geestelijk gebied, de geestelijke stroomingen, welke op de religio subjectiva den nadruk leggen, en de schok tengevolge van de wereldcatastrophe. Het vierde artikel handelde over de oorzaken in eigen kring; de reactie tegen objecti-, visme en intellectualisme; tegen „principiënreiterei", en de neiging naar het relatiefruimere.

V. (Slot.)

Is het wonder, dat van alle verschijnselen en beroeringen, die iiv noemde, . onze jongeren den nadeeligen invloed ondergaan? Met nadrnk zeg ik jongeren, want het jonge hart staat voor < le heerschende geQstesstroomingen veel wijder open dan de gemoederen der ouderen. Die ouderen iDlijven niet immuun, zoioals het meergemelde artikel in de „N. R. C." meent. Zij • zijn niet verstard, maar zij beschikken toch over sterker weerstandsvermogen tegen den „geest der-eeuw" en de woelingen in.eigen kring dan onze jeugd. Daarbij komt nog, dat vooral religieus gezien het jonge, leven eeniSturm-und-Drangperiodeis, „een tijd van hevige gisting, van twijfel en zielsbekommernissen, van vragen en nog eens vragen zonder het antwoord te vinden, van hevige fluctuaties in het religieuze aandoeningsleven. Sommigen kunnen moeilijk dogmata aanvaarden als de autoriteit der H. Schrift, de praedestjnatie, de Godheid van Christus; enkelen twijfelen zelfs aan het bestaan Gods en de onsterfelijkheid der ziel. Velen wankelen en zijn onbeslist wanneer ze zich afvragen of het levend geloof in het hart wordt gevonden. Door het lezen van onchristelijke lectuur en het in aanraking komen met moderne denkbeelden en de theorieën van de sociaal-democratie geraakt menig zoon van christelijken huize ee^i tijdlang op^ een dwaalspoor" i).

Dezen factor mogen wij niet vergeten.

Onze jonge menschen zijn niet anders, maar de tijd is anders.

Hun hart is precies zoo beïnstrumenteerd als vroeger, doch het geestelijk milieu heeft zich gewijzigd, en de aanraking met dat milieu oefent dan ook' een anderen invloed, dan in andere tijden. Die invloed is het sterkst bij onze s t u d e e r e n d e jongelui. Zij komen irmners geregeld in contact met de onderscheidene theorieën en richtingen, die den subjeotivistischen k'ant uitgaan. Zij zien meer dan andere jongeren de moeihjkheid der problemen, en ervaren dagelijks, ^ dat de raadselen niet met een bchlagwort kunnen opgelost worden. Zij ontmoeten meer andersdenkenden, wier voorliefde niet schuilt in het dogma, maar in het sentiment, en zij leven meer in da branding dan opi de rustige ree. Nu .kwam diè aanralcing met andersdenkenden ook vroeger voor, maar toch in mindere mate dan nu, en toen waren we in den spaimingsvollen tijd van worsteling om nieuwe erkenning en beleving van de gereformeerde waarheid een sterken tegenweer rijk. En.... zijn er ook toen niet velen verloren gegaan, die aan de felle bestrijding van het ongeloof geen weerstand konden . bieden ?

Hoe het zij, het indifferentisme opi dogm.atisch terrein is 'sterker dan vroeger.

Het hart van menig jongere heeft zich laten mee-'slecpen, en.., hieraan dragen de ouderen ook' schuld. Ook wij gaan nieV vrijuit. Hebben wij voldoenda liefde gewekt voor het gereformeerd belijden? Worstelen wij voor ons beginsel met genoegzame bezieling ? Wiaken wij er voor, dat het dogma in, onzen mond niet wordt tot kille theorie, en betoonen wij in alles, dat wij de harmonie k'ennen tusschen leer en leven? Ik vraag sledits, en twijfel er niet aan, of wij zullen den eisch tot zelfcritie'k, wel zoo verstaan, dat wij die vragen niet met een breed gebaar van ons afschuiven.

Echter zijn onze jongeTon ook' niet vrij te pleiten.

Het doet leed dikwerf te moeten ervarep, dat een geest van oppervlakkigheid zich van velen meester heeft gemaakt, en er meer onverschilligheid dan waarachtige geestelijke belangstelling in hun harten woont. Men piraat, zoo-als ik reeds opmerkte, meer over mystiek' en beleving, dan dat men in tier waarheid ze kent, en - de waarachtige godsvrucht, die toch eerst uitkomt in de absolute onderwerping aan 'het .Woord des Hoeren, mist ge meer dan u lief is. En... dan J-rom.t er zooveel mode en aanstellerij bij. Ik stem u toe, dat termen als: ijveren voor de eere Gods, beginselen uitdragen op alle terreinen des levens. Pro Rege etc, etc. meer dan eens geworden zijn tot leege, klinkende leuzen, en tot holle phrasen, maar nu zijn woorden als: .aanvoelen van de problemen, innerlij'ke beleving, zielewaarden, Christus-ervaring evenzeer cliché's geworden, en verlaagd tot vrome termen zonder inhoud. Het staat immers gekleed om mee te doen met de richting, die tegen den draad ingaat, en als ge tegenwoordig niet voelt en veel voelt voor mystiek en liturgiei, kunt ge eigenlijk niet meetellen.

Dr Kuyper heeft dit meedoen van de jongerenfijn ge teekend.

In zijn weinig bekend geschrift: Nog in den band van voorheen, zegt hij: „men komt dan in aanraking met andere jongelui, die erin roemen, dat ze ethisch, en ten deele zelfs half-modern zijn. Daar komt dan de prikkel van soms zeer sterke verleiding uit op. Een Calvinist heet dan. een naprater, en de ethische jonge man is dan een zelfstandig denker. Zoo'n Calvinist is een verouderd systematicus, de halfmoderne een man van zijn tijd. Wie irog aan het Calvinisme zich vastklemt, produceert zelf geen eigen gedachtenwereld meer; zijn denk'schat schuilt niet in eigen hersenen, maar in het bestoven archief. Bij den Calvinist denkt ge dan aan een verzwakt oog en een grijzen kop', terwijl wie' bij Schleiermacher zweert, u frisch en frank en vrij uit de nog glinsterende oogen tegengluurt" ^).

Met dit alles staan wij voor de k'waal van het antidogma tisme.

Voor de k w a a 1, want deze onverschilligheid ten opzichte van de leer is niet normaal. Zij is een ziekte, die zeer gevaarlijk is voor het geestelijk leven. Zij doet tekort aan de groote waardij van het dogma, d.i. de geloovige formuleering van de waaxheid Gods. Zij pleegt onrecht jegens het beteekenisvolle element der kennis, dat in 's Heeren openbaring gegeven is en in ons geloof schuilt. Zij' werkt verwaterend en verzwaMcend, verdonkerend en verlammend opi het persoonlijk geestelijk leven, dat zonder een vaste basis der waarheid niet bloeien kan, en zij is de dood voor da kerk van Christus, die de roeping heeft om pilaar en vastigheid der waarheid te zijn in deze donkere wereld.

Hierover verder te spreken zal onnoodig zijn.

Het zij mij vergund te verwijzen naar hetgeen Prof. H e p p in den breede heeft betoogd in D e waarde van het dogma s); , naai.de artikelen •v^aiL Dr Thijs in „De Reformatie" over Gebre-k aan kennis*), en naar het referaat van Ds Meyster, waarin deze zegt: „de religieuse bezinning is noodig met het oog de toekomstige taak der Kerk, wijl deze immers nooit bij; de verkregen belijdenis opi hare lauweren mag rusten; zij heeft nog zoovele gebieden te ontgirmen.

Voorts worde de gemeente door zulk een prediking bewaard bij de gemeenschap; der heiligen met de Kerk des Heeren in haar hoogsten geloofsarbeid van zoovele eeuwen, maar ook, ten opzichte van het kerkelijk gemeenschapsleven in den. tegenwoordigen tijd, waarin zoovele subjectievei en individualistisclie factoren als splijtzwammen werken.

Beledear waarheid bindt saam" 6).

Daarom moet het anti-dogmatisme Destreden.

Dat kan alleen, wanneer we ons veel met onze jonge menschen bemoeien, en - spieciale aandacht wijden aan de studeerenden onder hen. Naax hun vragen en klachten zullen wij luisteren en zij moeten merken, dat wij met hen meeleven en hen niet met een zékere minachting voor him haeresie in een hoek duwen. Voorts is noodig, dat èn in de prediking èn in het ondexwijs in het licht worde gesteld, hoe onmisbaar het kennis-element is voor het religieuse leven. Hoe dit iii de prediking geschieden moet, heeft Dis Meijster ten vorigen jarè betoogd, en voor de catechese gelde deze algemeene ei^ch, dat het onderwijs den leerling doe gevoelen, 'dat het dogma en de k'emiis der waarheid niet is een kille abstractie en dorre verstandskennis, maar dat in de leer is de levende waarheid Gods, die is de formuleering van de werkelijkheid. Hier komt het aan op de bezieling, die van den catecheet uitgaat. Hier is voorwaarde innig persoonlijk contact met de leerlingen. Hier moet gekweekt a, anbidding voor Gods waarheid, en liefde voor het gereformeerd belijden.

Daarbij moet op één ding gewezen.

Tegenwoordig stelt men het zóó voor, alsof wij de jongeren kunnen winnen door een "bijzondere mate van syn.these-soepelheid en toegeeflijkheid ten opzichte van andersdenkenden. Niets is minder waar dan dit. Wij moeten met beslistheid optreden. Wij zullen den moed hebhen om te zeggen: z ó o is het. Wij hebben hieraan vast te houden, dat do gereformeerde waarheid is de meest zuivere vertolking der kennisse Gods, en dat wij, natuurlijk-menschelijk en ten deele, de waarheid hebben. Het is niet zoo, dat wij een stukje van de waarheid bezitten, en de roomschen een deel, en de luther-•schen weer een airder stuk', en de ethischen nog een vierde deel. Wanneer dat zoo was, en er dus aan oijze belijdenis zooveel ontbrak', moesten wij ons haasten .het ontbrekende aan te vullen, want met een halve waarheid kunnen wij niet tevredeai zijn. Daaiom hebben we de waarheid, of wij be^ zitten ze nietj en in dien positieven zin moet tegenover onze jongeren gesproken worden.

Dit kan alleen, wamreer door ons de eenheid tusschen religio objectiva en subjectiva bewaard wordt. Indien in' de prediking en Tiet onderwijs duidelijk uitkomt, dat wij, hoe sterk' wij de waarheid en het belijden voorop, stellen, geen belijden willen zonder beleven, eij. geen dogma zonder mystiek. Indien naar het kostelijk voorbeeld van den Heidelberger Catechismus, altoos gevraagd wordt: wat nut u, wat baat het u; welken troost put gij er uit? In dezen weg zullen de bezwaren tegen het dogma als vanzelf inktimpen, want alleen in de harmonie tusschen dogma en mystiek' is het mogelijk waardeering voor de leer te wekken. Dat wij daarbij geen ooganblik er aan denken ons front te verleggen; spreekt wel vanzelf. Wij belijden niet, wat wij beleven, - maar wij beleven wat wij belijden. Nooit mag aan welken geest van onbelijndheid ook worden toegegeven, en tegenover alle verslapping hebben wij te bewaren het pand, dat God ons toevertrouwde.

Wel is naidere dffgrifatisöÈe' bê2; innmg' nöottigf

Niet alsof wij zouden lijden aan de ziekte van zwakke, onduidelijke formuleering, maar ik behoef u slechts te herinneren aan den uitbouw van de Belijdenis, en ge begrijpt wat ik .bedoel. Onze jongeren hebben behoefte aan Idare belijning. Zij liebben er recht op te weten, hoe wij b.v. tegenover het Schriftprobleem staan, en daarom is wetenschappelijk onderzoek, en vermeerdering van waarachtige kennis, nief in schoolschen, maar in echt theclogischen zin eisch. Daarbij moeten wij voor êén ding waken, n.l. hiervoor, da.tde theologie niet beheerscht worde door de philosofiè en psychologie. Die beide zijn kostelijk en noodzakelijk, maar in de eersie plaats zij op de terreinen, waarop^ ze ei'kaax ontmoeten, de wijsbegeerte aan de godgeleerdheid onderworpen, en niet omgekeerd, en ten tweede is alleen een goede christelijke psychologie mogelijk, als zij uit de theologie leeft. Deze orde mag niet omgekeerd. Men zie ook af van 'de poging om de theologische begrippen erktenntnis-theoretisch te verklaren. Want het object van de theologie gaat boven liet bereikbare van de kennistheorie uit.

De terreinen moeten zuiver onderscheiden worden.

Wij moeten weer zuiver-theologisch aan liet werk'.

Wij moeten meer gewone theologen worden, en dan, alleen komt d& dogmatiek weer op de plaats, waar' zij thuishoort.

Hiermede ben ik aan. het eind van mijn inleiding.

Veel, wat ongetwijfeld in uw gedachten leefde, kon ik niet noemen'')..

Ik heb mij b.v. onthouden-, van allerlei psychologische onderscheidingen onder de jeugd naar volksaard en levensmilieu. Het was mij. enk'el en alleen te doen om het verschijnsel van het anti-dogmatisme even te belichten, en door deze belichting' een bespreking voor te bereiden. God geve ons biddende en wakende te zijn ook tegen dit kwaad; Hij scherpe ons in het diepe besef, dat wij niet, alleen geroepen zijn tot priesters en koningen, maar ook tot profeten, om Zijn daugd'sn te verkondigen. Hij bekwame ons, opdat ook door onzen arbeid onze Kerken meer en meer in deze donkere wereld mogen zijn vastigheden en pilaren van de waarheid.


1) Dr. T.. Hoekstra, Psychologie en Catechese, blz. 50.

2) blz. 34

3) blz. 58.e.v.

4) Ie Jaargang No. 46, 47.

5) A. W. blz. 119.

6) In de bespreking is ook nog genoemd de .beteekénis, die de lagere school en vooral de C. H. B. S. voor onze jongeren heeft. Hierbij moet men zich voor generaliseeren. wachten, doch ik kan niet ontkennen, dat qok deze invloeden (.ngunstig hebben gewerkt op de belangstelling van olize. jongeren voor 'de zuivere belijdenis. Menig leeraar is de ethische beginselen toegedaan, en dit blijft niet zonder uit, werking.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

HET DOGMATISCH INDIFFERENTISME ONDER DE JONGEREN.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 mei 1924

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken