GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

HOOFDARTIKEL

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

HOOFDARTIKEL

6 minuten leestijd

Het evangelie en de eerste brief van Johannes. —• Johannes de Dooper. — Jezus en de Vader als getuigen. — De discipel als getuige, met name door evangelist te zijn en een brief te schrijven.

Getuigen in den Bijiiel.

IV.

En eigenlijk staaf het met de Johanneïsche geischriffcen niet zoo veel anders. Het is dezelMe zaak, dio daar van eeiii andere zijde benadetó wordt. Men zou "Johannes' spreekwijze tei-zake kunnen karakberiseeren door te zeggen, dat hij in veel wijder zin spreekt; de apostelen-getuigen van Lukas komen juist scherp naar voreai te; gen den achtergrond van wat Johannes splirijft over h'et getuigen van God en meaischen, wonderen en Schriften, apostelen en martelaren, Jezus, en Zijn kerkleden, de Geest en de historie.

Al wat Johannes de Dooper ten aanzien van Jezus heeft gedaan, kan worden getypeerd als, getuigen. De discipelen van Johannes zeggen niet: Rabbi, dije met u was aan de overzijda van dien Jordaan, en dien gij gedoopit hebt, maar: van wien gij getuigd hebt. Joh. 3:26. De Dooper was ooggetuige van het nederkomen van den Geest op Jieziis en treedt nu op met de boodschap: wat ik aanschouwde, deed mij zien, dat Jezus de Zoon van God is, 1:32 vlg. Deze boodschap is het getuigenis, waartoe hij kwam, 1:6 vlg. De forensiSiClua situatie, waarin hij zijn getuigenis geeft, komt dxiidelijk uit, als een deputalie van de Joden uit Jeruzalem hem komt ondervragen, 1:19 vlg. De Joden vormen het forum. Op de vraag himner afgevaardigden „beleed" de Dooper, en „ontkende niet". „Belijden" en „ontkennen" zijn gewone termen uit da procesvoering. Het evangelie laat dus, Johannes als voor een rechtbank staan.

Maar nu is er oen eigenaal-digheid, waarmee we bij Johannes' evangeliie nog vaker in aanraking zullen komen. Ze is die van het versch|il tusschen waan en waarheid ten aanzien van de vraag, wie nu eigenlijk dit forum vormen. Het geheele evangelie staat in het teeken van de tegenstelling tussch: en hemel en wereld, geloovigen en ongeloovigen. En deze tegenstelling wordt geduri, g voorgesteld onder het beeld van een proces, waarbij de Joden steeds wanen, dat zij de rechters zijti, terwijl ze in waarheid als aangeldaagdeai voor Gods forum sitaan. Dus de Dooper, die optreedt als getuige van Jezus met de boodschap, dat Hij de Zoon van God is, en het licht, dat da mensdien hebben veracht omdat zij da duisternis liever hadden dan het licht, fungeert in den goddelijken rechtsstrijd als getuiga-aanklager van de ongeloovige Joden.

Ook Jezus getuigt, en wel van wat Hij hoorde en zag, 3:11, 32 vlg. Doch Jezus niet alleen, ook dei Vader, door de werken, die Hij Jezus te volbrengen geeft, en in de Schrift, 5:31 vlg. Toen Jezus van zichzelf getuigde, poogden de Parizeen zich van dit getuigenis af te maken. Zij hebben het gevat in zijn forensische beteekenis en bedoeling. En nu pogen zij, die behalve Schriftgeleerden ook de rechtsgeleerden en rechters van Israël zijn, op formeel juridische gronden Zijn woord krachteloos te maken.

Een zelfgetuigenis geldt niet, 8:13. Maar Jezus betoogt, dat de Zoon van God krachtens Zijn Godlieid niet valt onder de criteria, waaraan men bij m'enschelijke processen het spreekrecht van getuigen toetsen moet, vs 14. Doch willen de juristien van Israël een getuigenis, dat ook volgens de letter der wet voldoende ondersteimd is? Ook ide Vader getuigt van Jezus, vs 18'. Het forum Vraagt spottend naar den tweeden getuige: waar is uw Vader? Jezus verklaart dan kortweg zijn t^enstanders, wegens hun houding jegens Hem, onbekwaam om den Vader te kennen, vs 19.

Bij, het ongeloof is de waan, dat het Jezus dagen kan. Zoo is in het evangelie spoedig op een eigen- .aardige manier duidelijk geworden, dat de zaak van Jezus op een proces moet uitloopen. In d'ait proces, voor Pilatus, spreekt Jezus nog eenmaal lals getuige. De Joden geven voor, dat het proces loopt over het koningschap. Maar Jezus verlflaart, dat Zijn koninkrijk niet van deze wereld is. Hij is gekomen, om van de waarheid te getuigen. Hij was , gekomen om als getuige te staan voor de waarheid, om het ongeloof van de Joden te veroiordeelen. Hij staat niet voor den rechterstoel van Pilatus omdat Hij pretendent naar ©en aardschen troon is. Maar omdat de Joden Zijn getuigenis niet kunnen verdragen. Want slechts ieder, die uit de waarheid is, hoort zijn stem, 18:37.

Ook na het heengaan van Jezus zal' de wereld haar afwijzende houding ten aanzien van Jezus len zijn werk volhouden. Tegenover deze houding moet een getuigenis worden gesteld, opdat allen [daardoor gelooven mogen, maar evengoicd, Qpdat de positie van het ongeloof scherp afgebakend zou zijn. Daartoe, zoo belooft Jezus zijn jongeren, zal •de Geest getuigen op dezelfde wijze als de Dooper^ Jezus zelf en de Vader door Zijn werken en de Schrift het hebben .gedaan. En ook de discipelen zullen het in den .goddelijken rechtsstrijd vóór Jezus moeten opnemen tegen het ongeloof. Zij, moeten van Hem getuigen. Ze hebben al de vericischte juridische kwaliteiten daarvoor, zij, waren van het begin aan met Jezus, 15:26, 27.

Op welke wijze de discipelen dit optreden als lOoggetuigen, maar in den rechtsstrijd, hebben verstaan, blijkt 19:35, 21:24. Een van de soldaten stak met een speer in de zijde van den gestorven Jezus en terstond kwam er bloied en water uit. En die het gezien heeft — de evangelist — heeft er van getuigd, en zijn getuigenis is waarachtig. De discipel, dien Jezus liefhad, is het, die van deze dingen getuigd heeft, en die deze beschreven heeft. Het geheele werk van den evangelist wordt hier ^als een getuigenis geteekendl

Opmerkelijk is het, dat de idiscipel zijh getuigenis aflegt in den rechtsstrij, d, eenvoudig door zijn verhaal te geven.

De historie, het ooggetuïgenverslag van Jezus deed len sprak, is beshssend. wat

Het „en wij zijn getuigen", waarmee Johannes, in zijn eersten brief direct ziclizelf a, an zijn lezers voorstelt, sluit zich aan bij, de opdracht van Christus, aan de discipelen gegeven, om met den Heili'gen Geest, midden in den haat en de afvalligheid ider wereld, getuigen te zijn.

In den tijd van den Dooper en van Jezus' omwandeling op aarde is het ongeloof historisch geconcentreerd in „de Joiden", zooials het evangelie telkens Jezus' vijanden aanduidt. Toen Jor hannes zijn brief schreef, was het orageioof openbaar in de ketterij. Dus richt zich in den brief het getuigenis tegen de dwaalleer. Zij. loo, ch[ent, dat Jezus en de Christus of de Zoon van God eenzelfde Persoen zouden zijn. Maar Jezus Christus, zoo, schrijft Johannes, is de gekomenei door water en bloed. En de historischa getoeurtenissien van den doop van Jezus — het water — en van zijn lijden en sterven — het bloed — zijn een gegëtuigenis tegen de dwaalleer. Maar de Geest is de Getuige bij uitnemendheid; H5j is de Alwetende, 4'e Waarheid zelf. Dus zijn er — naar den Moh zaïschen regel, het forum kan tevreden zijn c— drie getuigen, de Geest, het water en het bloed, en hun getuigenis vormt een eenheid. I Joh. 5:6 vlg,

Ook met de dwaalleer heeft God een rechtsgeding over Zijn Zoon. Voor Zijn rechterstoiel worden de dwaalleeraars beschuldigd door drie getuigen. Tegelijk worden zij aangies-poord om' tegenover dit eenparig, getuigenis, dat bovendien Goddelijke autoriteit heeft, hmi ongeloof te laten varen. Indien de Icetterij, die, er zoo voorstaat, geen ongelijk bekennen wil, doch voor Gods aangezicht Zijn eigen getuigenissen als onbeteekenend voor den gang van het recht beschouwt, gaat zij' in Gods rechterstoel zitten, beoordeelt de getuigen, roept aldus God zelf voor haar forum' en maakt bovendien Hem voor een leugenaar uit.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

HOOFDARTIKEL

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 november 1939

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken