GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

„Zijne goedertierenheid is in der  eeuwigheid".

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

„Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid".

7 minuten leestijd

[NIEUWJAAR].

Looft den HEERE, want Hij is goed; want zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid. Psalm 136 : 1.

Bezielend schoon blijft nog steeds in Ufule Tom de teekening van de in den slavenoorlog, eindelijk vrijgekomene slavin, die, als ze over de - hachlijke grens op het vrije erf zich mag nederzetten, in eindelooze Hallels, haar Jubel uitgalmt: Fm redeemd^ I'm redeemd^ Pm redeemd wat zeggen wil: »Ik ben nu vrij gekocht. Ik ben vrijgekomen, Ik ben verlost."En nog schooner klonk het, toen straks dat »I'm redeem'd, " geestelijk op de verlossing in Christus werd overgebracht. Al mijn zonden in de diepte der zee geworpen, en mijner de vrijhmd der kinderen Gods!

Op even roerende wijze nu vinden, we, zij 't in anderen toon, zulk een schier eindeili*ös zich herhalen van gelijken verlossingsjubel in de Psalmen. Zie 't maar in Psalm 136, waar piet minder dan zes-en-twintig maal de uitroep herhaald wordt: » Want Zijne goedertierenheid is in der eeuwigheid!" In een-lange reeks van verzen betuigt hier de Psalmist de wonderdaden, die Israels God tot bevrijding van zijn volk verricht heeft. En in elk vers volgt dan op het vermelden van die daden Gods, telkens, tot aan het einde toe, altoos weer datzelfde refrein: > Want Zijn goedertierenheid is tot in der eeuwigheid."

Gelukkig is die vertaling niet, want in 't Hebreeuwsch staat 't andersom: Tot in eeuwigheid voorop, en dan: is Zijne goedertierenheid! en daar juist op dit Eeuwige van Gods genade hier de nadruk valt, spreekt 't ons kernachtiger toe, zoo de lof van dit Eeuwige voorop staat. Wat u ook overkome, vrees nimmer, want niet slechts voor een tijd, maar tot in eeuwigheid duurt en draagt u de goedheid van uw God. „Le olim chazdêcha!" zooals 't in 't oorspronkelijke heet.

In dit »tot in eeuwigheid», nu ligt drieërlei golfslag van den tijd, juist zooals die drieërlei golfslag bij elk nieuw komend jaar door uw eigen ziel ruischt. Achter u de golfslag van lut verleden. Voor u uit de golfslag van de voor u nitsnellende toekomst. En van allen kant om u heen het bruisen van het heden., dat u omstuwt.

In wat achter u ligt, hoe reiner en klaarder ge het indenkt, altoos weer de goedertierenheid des Heeren. In wat u bij het ingaan van dit nieuwe jaar omstuwt, weer niet anders dan de goedertierenheid des Heeren. En hierop bouwt zich dan de hope des vertrouwens, dat ook in het jaar dat nu komt, en in wat na dit jaar u wachten zal, de goedertierenheid des Heeren niet van u zal wijken.

Natuurlijk ligt hier niet in, dat 't alles steeds naar uw begeerte, naar uw wensch en naar uw verlangen ging in het verleden, of ook nu is. Veelal zelfs zal 't doen uws Gods geheel anders in het verleden op u zijn neergekomen dan ge het hadt ingewacht, of zelfs afgebeden. Evenzeer kan het zeer wel zijn, dat bij den keer van 't jaar tegenspoed u drukt, rouw u bedroeft of teleurstelling u krenkt. En daarom belet niets, dat het ook in de toekomst niet in elk opzicht aan uw verwachting zal beantwoorden.

Maar immers, uit hooger standpunt uw leven bezien, kan dit voor U, als geloovige, de zaak niet uitwijzen. Het is niet de vraag, of 't in uw uitwendig leven, in uw uiterlijke omstandigheden, en in uw levensloop ging naar uw plan, naar gij 't u hadt ingedacht, ja misschien gedroomd, maar eeniglijk of 't plan en de raad Gods, om u eens in 't eeuwige te zaligen door wat ge genoot of leedt, doot wat ge deedt, of u belet werd, zijn vervulUng vond, of tegemoet gaat.

Telkens weer komt 't in ons innerlijk levtn, ook wat ons hart, ons karakter en onzen zielstoestand aangaat, op een strijd aan., op een worsteling tusschen wat onze God beschikt ep wij zouden willen. Wij doen zoo vaak niet anders dan bederven, en krank maken, en wie anders kan dan onze Medicijnineester zijn, die onze ziel redt door haar te genezen, dan onze God die ons innerlijk leven schiep. En moet 't dan ook bij ons zoo keer op keer tot een smartelijke operatie komen, dan komt wel alles wat in ons is, daartegen op, maar als ons leven er aanhangt, is het toch niet anders dan de goedertierenheid des Heeren, dat Hij ons niet ontziet, en voor ons tegenspartelen niet uit den weg gaat, maar de pijnlijke genezing doorzet, waarvoor straks, als de wond geheeld is. Hem niemand vuriger danken zal dan gij zelf.

Dat voelt ge aan uw verleden.

Hoe dikwijls toch, van kindeke af, verloort ge u op den doolweg, zóó zelfs dat, had uw God u ongehinderd laten doorgaan, geen redding meer mogehjk ware geweest. En daarom was het niets dan goedertierenheid van uw God, dat Hij u op dien weg gestuit heeft, en u dwong om op uw weg terug te keeren, en u ten slotte op zijn weg thuisbracht. Al ging dit dan ook met tranen, toch danktet ge uw God van achteren er voor, dat Hij u aangreep en om deed keeren. Toen hebt ge er misschien om geweend, dat 't u zooveel kostte van uw lusten afstand te doen. Maar nu van achteren dankt ge de goedertierenheden des Heeren, die u op den rand van den afgrond tegenhield, 'en terugleidde in veiliger landouwen.

En zoo is 't immers ook nu.

Vooral de overgang van het ééne jaar in het andere doet ons z»o licht neigen, om schier eeniglijk op ons ordinair levensgeluk bedacht te zijn*. De heugenis kan ons dan zoo aandoen van slagen die ons troffen, en van verliezen die we leden. Allerlei zorgen in de huishouding, in ons beroep, bij onze levenstaak, die ons hart beklemden. Geknakte gezondheid kan ons beangstigen. Vreeze voor wat dreigen kon, in ons zelf of in onze lieven, kan ook ons hart doen smetten. De wisseling van 't jaar is en blijft e§n burgerlijk iets, dat daarom van 't geestehjke zoo Ucht ons zielsbesef aftrekt.

Maar voor uw God bestaat die afleiding in het burgerUjke niet. Zijn oog ziet altoos uit het eeuwige van daarboven op u neder, en Zijn bestel kan daarom nooit een ander zijn, da.n om ook u straks in het zalige der eeuwigheid te doen ingaan. Al viel • dan ook in het burgerlijke niets in u te wraken, zoo uw zielsrapport met dat' Eeuwige verstoord is of niet naar zuivere lijn werkt, komt Hij u tegen om u wakker te schudden en aan uzelf te hergeven. En zoo leidt uw trouwe Vader u ook dit jaar binnen, of ge straks uit dit jaar een winste voor eeuwig mocht wegdragen.

En dit nu sluit vanzelf de. heugenis van het verleden, en het besef van wat op het oogenblik in u worstelt, aan den golfslag van de toekomst voor u aan.

Elke terugkeer van de jaarswisseling spreekt altoos van wat eens ook voor u het laatste levensjaar zal zijn. De ouden van dagen voelen dit vanzelf, doch ook den jongeren, soms zelfs nog den zeer jongen, kan het treffen. Denk maar aan • het slagveld met zijn tienduizenden dooden. Denk aan de krankenhuizen, waar zelfs kinderzalen moesten geopend worden. En ook al mocht 't voor u nog toeven, ook voor u strekt toch 't vergezicht zich tot over uw graf en over uw wederopstanding uit.

Bij dit soms angstig vergezicht nu is er ook voor u maar ééne ruste, zoo ge, ook voor u zelf daaraan denkend, met een vreugdelach op 't gelaat, ^ die eeuwige toekomst moogt tegengluren. Altoos met het Hallelujah op de lippen: Voor nu en voor alle eeuwigheid zij ook voor mij uw goedertierenheid., o mijn God!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 december 1915

De Heraut | 4 Pagina's

„Zijne goedertierenheid is in der  eeuwigheid

Bekijk de hele uitgave van zondag 26 december 1915

De Heraut | 4 Pagina's