Vu cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Vu te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Vu.

Bekijk het origineel

De mens als religieus wezen en de hedendaagse psychologie - pagina 30

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De mens als religieus wezen en de hedendaagse psychologie - pagina 30

Rede uitgesproken op de vierenzeventigste gedenkdag van de stichting der Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

werkte) uitgave 1940; Zur Psychologie der Trinitatsidee, in: Eranos-Jahrb. ' 4 0 / ' 4 l ; Psychologie und Alchemie, 1944; Symbole der Wandlung, 1952; het woord vooraf in White, God and the unconscious, 1953. 41) Zie o.a. Jung, Das Unbewuste im normalen und kranken Seelenleben, 1926, pag. 103. Vgl. Hostie, a.w. 137 v.v., 159 v.v. *2) Hostie, a.w. pag. 168. 43) cf. Hostie, a.w. pag. 207; Daim, a.w. pag. 58. 44) cf. J. G. Mc. Kenzie, a.w. pag. 145. 45) G. W . Allport, The individual and the religion; a psychological interpretation, 1949, pag. 11 v.v. 46) F. J. J. Buytendijk in Situation, 1954, Avant-propos, pag. 13/14. 47) cf. V. d. Berg, a.w. pag. 34, 36. 48) cf. H. A. C. Roem, Structuutphenomenologische systematisering van het menszijn door centraalstelling van de vrijheidsbeleving, 1952, pag. 15. 49) In elk geval zal hij dan een andere visie ontvangen op de betekenis van de liefde in de christelijke opvatting (vgl. zijn „Grundformen" pag. 134) en op de betekenis van de liefde als deugd Gods (vgl. pag. 151 en 199). Wie alleen maar blijft verkeren binnen de kring van zijn eigen existentie moet wel tot een uitspraak komen, dat het begrip omtrent de mens „der vagste und undurchsichtigste ist" (pag. 139). 50) Zie W. Windelband, Geschichte und Naturwissenschaft, 1894; cf. ook H. Bavinck, a.w. pag. 7. 51) Paul Tournier, De sterken en de zwakken (Ned. vert.), 1953, pag. 215. 52) Voor een meer uitvoerige uiteenzetting van de rooms-katholieke en van de gereformeerde dogmata inzake het beeld Gods in de mens en de betekenis van zondeval en genade verwijs ik naar: Michael Schmaus, Katholische Dogmatik, 1941; Brocardus Meijer, Katholieke geloofsverdediging, 1946; A. van Hove, De erfzonde, 1936 (alle rooms-katholiek) en naar H. Bavinck, Gereformeerde dogmatiek, 1908, Dl. II en G. C. Berkouwer, Conflict met Rome, 1948. 53) cf. H. Faber in: Anthropologische verkenningen. Wat leert ons de psychologie?, 1954, pag. %. 54) Wij behoeven hier niet in te gaan op allerlei verschillen, die er in rooms-katholieke kring tussen theologen onderling geweest zijn. Zie H. Bavinck, Gereformeerde dogmatiek II, 1908, pag. 578. 55) Dit wordt duidelijk vooral bij Bellarminus, cf. Bavinck, a.w. pag. 586. 56) Uitspraken van het Concilie van Trente, geciteerd bij Berkouwer, a.w. pag. 124, 126. 57) J. G. G. Borst, Hartziekten (verzamelde colleges '48/'49), pag, 39. 58) Om een enkel voorbeeld te geven: vele van de opmerkingen, die Martin Buber maakt, kan ik zonder meer onderschrijven. Wanneer bijvoorbeeld Buber zegt (a.w. pag. 105): „De zieleleer, die de geheimen behandelt zonder de geloofshouding jegens het geheim te kennen, is de moderne verschijningsvorm van de gnosis", dan kan ik het daarmee volkomen eens zijn. Wanneer hij betoogt (pag. 86): „Wat Jung wel te verwijten valt is veeleer, dat hij in zijn bespreking van het religieuze de grenzen der psychologie op de meest essentiële punten met souvereine vrijheid, maar veelal zonder aan te geven laat staan te argumenteren dat en waarom hij dit doet, overschrijdt", ook dan zeg ik: accoord. Maar wel zeer oneens ben ik het met Buber wanneer hij zegt (pag. 107): „Daarentegen verstaan v/ij onder het religieuze in strikte zin: de betrekking van de menselijke persoon tot het absolute, wanneer en voor zover de persoon als totaliteit in deze betrekking treedt en daarin blijft", gelijk uit voorgaande bladzijden blijkt. Evenzeer heb ik ernstige bezwaren tegen de uitspraak op blzz. 108 en 109: „In deze werkelijkheid der religieuze betrekking personaliseert het absolute meestal, al geschiedt dat soms (zoals in het uit een persoonlijke betrekking tot het „ongewordene" ontstane Boeddhisme) pas in de ontwikkeling van een religie, dus langzamerhand en als het ware weerstrevend. Binnen de religieuze betrekking en in haar taal is het legitiem, te spreken van de „persoon"

28

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1954

Rectorale redes | 34 Pagina's

De mens als religieus wezen en de hedendaagse psychologie - pagina 30

Bekijk de hele uitgave van woensdag 20 oktober 1954

Rectorale redes | 34 Pagina's

PDF Bekijken