GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PERS-SCHOUW.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

PERS-SCHOUW.

14 minuten leestijd

Uit Kuypers jeugd.

Ds. Winckel gaf in de „Overtopmsche JCerkbode" dit interessante stukje:

Wij hebbea het leven en den arbeid vaw dr. Kuypier IjeschTeveii. E: en van de aanmerkingen' op dit werk geiriiaialct, is, dat dr. K. daiaxiin.' tei veel vain! den Imiteukant getoond wordt en er te weinig van hei innerlijke leven naat voren kwam.

Dit kan moedlijfc, omdat hij toein - aag leefde; m^aar nu Ihij: naai wij gelooven, opgenomen is in heerlijkhedd, staat niets meer in den weg om ook itetS van het meer intieme leven van den grooten oiverledene te zeggen.

Meviouw Mond, de oudere nO'g levende zuster van dr. Kuyper, deelde aan ds. Rolloos, piredikant bij de Gerei Kerk van Delfshaven, eenigo bgzondcrheüeu mede uit de jeugd van haar broeder, die wij iiier laten volgen.

„De Idcine „Bram" was de lieveling van feet geheele gezin. Toen hij ongeveer 4 jaar oud was, stierf zijii zusje, Louise genaamd, aan fyphus. In een plechtig oogenblik riep' de vader, ds. J. F. ' Kuyper, allen bij het lijkje en deelde toen mede, i dat. I.ouiso nu naar den lieven Heere Jezus was gegaan, zooals zij zelf vóór haar sterven gezegd had. Op allen maakte dit diepen indruk, vooral op den kleinen Bnim. Voortdurend sprak hij er over. Echt kinderlijk wilde hij dat zelfs de tortelduif daarover zou rouw klagen. Hij g'ng voor de kooi op een stoel staan en riep voortdurend: „koekeroe, koekeroe, zusje is dood, " totdat het kirren , van üe duif hem tevreden stelde, Daarna riep hij zijn zusjes en broertjes bij elkaar. Toen zij allen verzameld waren en luisterden, begon hij op zijn manier een plechtige toespraak, waarv; in de inhoud was: „Nu is Louise dood en nu moeten wij allen beloven, noodt meer onvriendelijk teg-jn elkander te wezen''. Eerst nadat zij dit allen beloofd hadden, liet hij ze gaan.

Terwijl zijn vader in Middelbu; rg .woonde, gevoelde hij sterke lufet om de zee te bevaren. Hig ging in i, ijn vrijen tijd bij voorkeur naar zeeschepen. Altijd trachtte hij verscheidene matrozen rond zich te vergaderen. Eén ding echter hinderde hem zeer: het vloeken en de ruwe taal der zeelieden. Telkens vroeg ihij of zij niet meer vloeken wilden en om bun hart te winnen bracht hij meernial< > , n sigaren mede om onder hen uit te deelen. Hij liet het echter niet daarbij, maar vroeg of zij luisteren wilden dun zou hij ze wat voorlezen. Dan jas hij hen een stuk van een preek zijns vaders voor.

Eens echler, het was tegen den tijJ, dat zijn vader een beroep naar Leiden had, kwam hij weemoedig naar zijn zusje, later mevrouw Moml, die hij al zijn harlsgeheimen mededeelde, om te zeggen, dat hij weer naar een schip geweest was, en do matrozen vreeselijk had hooren vloeken. Hij verlangde nu ook niet meer naar zee, maaï Wülde gaa.ii studeeren.

Op het gymnasium te Leiden muntte hij uit. Meermalen las hij in de klas op welsprekendij wijze opstellen, die hij over verschillende onderwerpen gemaakt had, voor. Dit wekte de afgoiist zijner medeleerlingen op. Een hunner bestond het hem een briefje te sturen met een Fransch versje, waai'in op dat talent op schampiere wijz3 gezinspeeld werd. Daarover heftig ontstoken schroef de jonge Kuyper iri goed Hollandsch terug:

Wie overal zijn mond in steekt, En telkens schiet met spek, Lco.pt kans dat hij zijn hersens breekt En wordt verklaard vooii' gek".

Van dien tijd af had hij geen last meer van zijn belagers.

Dit ueze mededeelingon ziet men, dat in dr. Kuypcr's jeugd reeds aanstonds twee karaktertrekken openbaar werden: groote teederheid voor die hij liefhad en slagvaardigheid in het afweren van aanvaJlen,

De winst alleen voor Rome.

Prof. H. H. Kuyper opent m „De Heraut" ©en aïtikeleiireeks over Be G rond wet she r^i e-Ining, welke belangrijk belooft te worden. Natunr-Iqk bespreekt bij bet rapport van de 'Commissie tot Grondwetsherziening alleen in zooverre het verhouding van kerk en staat betreft. Hij verbergt zjjn teleui^te-lling over het voorgestelde niet.

„Gaat mem deze wijzigingen nia, dan wordt men' echter bitter teleurgesteld. De Commissie stelt in Hoofdistuk VI, dat over den godsdienst handelt, slechts twee wijzigingen voor. Ze wil Art. 172 laten vervallen, waarin bepaaltHvordt, dat de Koning waakt, dat ailei Kerkgenootschappen zich houden binnen de paden van gehoorzaamheid aan de wettan van den Staat; en ze stelt een wijziging voor van Artikel 170, waarin gehandeld werd over het houden van openbare godsdienstoefeningen binnen en buiten gebouwen en besloten plaatsen, waardoo-r de Kerken meer vrijheid zullen hebben om ook builen de kerkgebouwen openbare godsdienstoefeningen te houden. Ze wil daarom de eerste aliiie-a van dat artikel, dat aldus luidt: Alle openbare godsdienstoefening binnen gebouwen en besloten plaatsen worden toegelaten, behoudens de noodige maatregelen ter verzekeiing der openbare orde en rust, vervangen door een nieuwe bepaling, die aldus lïidt: Openbare godsdienstoefeningen buiten gebouwen en besloten plaatsen is geoorloofd, tenzij naar aanleiding daarvaoi gevaar bestaat voor ver-.' Storing dei' openbare oirde en rust. En ze stelt voor de tweede alinea van dit artikel, dat bepaalt, dat onder dezelfde voorwaarde openbare godsdienstoefeningen buiten de g]ebouwen en besloten plaatsen geoorloofd blijft, waar deze thans naar de weiten en reglementen toegelaten zijn, over te brengen naar de additioneele artikelen."

En hij concludeert:

„Maar voor onze eigen Kerken heeft deze wijziging practisch geen de minste waarde. Er moge •wel eens gekibbeld zijn over de vraag, of volgenis ' dit Artikel het houden van Zendingsfeesten en van straatpredikatiën wel geoorloofd was, maajr belemmerd zijn beide toch niet. Zelfs de optochteJi van het Leger des HeUs werden toegelaten, omdat zij geen openbare godsdienstoefeningen waren. De ; eenige Kerk, die van de voorg|estelde wijziging! profijt zal trekken, is de Roomsche Kerk. Zij zal Voortaan oolk in protestantscihe plaatsen openbare processies en godsdienstoefeningen op^ straat kun-, nen houden. Prof. Fabius had volkomen gelgk. toen hij in een recensie van Mr. Borret's disseratle schreef; dat de wijziging van dit artikel feitelijk alleen een Roomsch belang gold.

Heel du winst, die deze Grondwetsherziening brengen zal, komt ze naai" de voorstellen der CommLssie 1o'. stand, zal ditó" aan de Roomsche Kerk ten deel vallen. Of de Grondwetsharzieningscommissie dit aldus bedoeld heelt, laten we in 't midden. Maar het feitelijk resultaat zal wezen, dat deze voorgestelde Grondwet^wiijziging aan de Protestantsche kerken geen enkele bate zal brengen, maar wel aan de Roomsche Kerk een rttht zal sclienken, dat reeds lang duor haap begeerd werd.

Te meer mogen we daarotn dankbaar zijn, dat althans enkele leden der Staatscommissie getoond hebben een breederen blik te bezitten. Prof. Anema diende een alzonderlgke nota in, die in haar geheel handelt over de positie van de Kerk en verschillende vüorsteUen behelst om de rechtspositie der Kerkf-n en hel verband tusschen Kerk en Staat beteir te regelen. En de heer Schaper bracht ; in zijn afzünderlijke nota aan het slot ook artikel 171 ter sprake. Op deze beide nota's Ivoroen we in een volgend artikel terug."

Liturgische Diensten.

Nu door de Leeuwaïder Synode de overziening onzer Liturgische Geschriften aan de orde is gesteld, zal dit onderwerp den eesrsten tijd vanzelf in de pers meermalen ter sprake komen. Prof. Grosheide wijdt in ^jNoord-HoUandsch Kerkblad" een artikel aaü „Liturgische piensten".

Eenige jaren geleden was een groot deel vam het Christelijk Nederland geraakt onder de bekoring van lilTirgische diensten. Men kon bijna geen kerkelijk blad in handen krijgen, of men las, dat hier of daar, veelal op een tweeden feestdag; , een proeve wais genomen met het houden van een liturgischenl dienst en dat die proeve uitnemend was geslaagd,

Gewoonlijk bestand , z!ulk een liturgische dienst , d, an in hoofdz, aak uit afwisselend gezang van voorganger, koor en gemeente. De preek werd sterk ' ingekort of in 't geheel niet gehouden. En dat [ leidde er weer toe, dat mUziek-liefhebbers zich i voelden geïnspireerd om paodellen te geven, modellen' \ooT gewone diensten, voor bijizondere diensten, modellen tot zelfs voor de Zondagsschool.

Ook in onze kerken kreeg; dit streven invloed. , ' Want vergissen we ons niet al te zeer, dau' is het in verband met de zioo juist gpteekende begeerte ' geschied, dat verschillende kerkeraden besloten de ; gemeente uit te noodigen i^ de voorlezing der . wet té izingen: ch of wij Uw gehoon volbrach!-[ ten, terwijl dan na het lazen der artikelen óf ! niets geschiedde óf de gemeente inviel met Ps. f 116:10, of het laatste, vers van den avondzanig.

Sinds eeaiigen tijd evenwel hoort men weinig meer spreken van die. liturgische diensten. Wij meei nen niet aoo ver vjjn de waarheid te zijm, als we gelooven, dat er weinig van standgehoudelni ' heeft, een enkele Zondagsschool, die een geregelde • liturgie volgt, het zoo even genoemde zingen in eenige Gereformeerde Kerken is al het meest belanigrijke.

En het moet wel opvallen, dat op onze laatst© '• Generale Synodei, waar door onderscheiden pro'vincies de kwestie der formulieren, d.w.iz.. der littirgie aan de orde werd gesteld, over liturgische diensten heel niet is gesproken niet aJleenj, miarax ook izelfs op verrij(kin)g] der liturgie niet is aangedrongen.

Hoe dit verschijnsel te verklaren?

Ik geloof, dat ieder, die zelf liturgische diensten lof diensten met rijke liturgie kent, d.w.iz; . ze gedurende eenigen tijd heeft meegemaakt, het antwoord gemaikkelijk genoeg kan geven.

Voor eenige jaren waren we gedmende enkele weken in Engeland ein woonden toen onderscheiden malen den dienst bij in de Aniglikaansche Kerk, die, (zooals men weet, nu wel niet Roomsch is in liaar liturgiei, miaar toch in haar godsdienstoefeningen veel van de Roomsche gebriulcen heeft bewaard. De eerste maal, dat we met deze Angjiibaansche liturgie in aanraking kwam'cn', was in de prachtige Westminster abdij te Londen, er werd schoon geizongen en het trof ons bijzonder. Maar toen wij herhaaldelijk deizelfde liturgie hadden gehoord, ging veel van de bekoring verloren, we vparen er aan gewend geraakt, het trof ons niet Imeer.

Amsterdammers, die izich nog Ds. Adler herinneren, weten wel, dait velen hem gingen hooreo in de Barndesteeg, niaax dan doorgaans kwamen, ais het liturgische deel van den dienst was afgeloopen. En wanneer de Gereformeerden, die uit de Boomslootkerk kwiamen, door de Barndesteeig loopend^ tal vian Gereformeerden uit de Sions^ kapel zagen komen, zeiden ze wel eens spottend: dat zijn de Jangslapers!

Of anders gazegd, de ervaring leert telkens weer, dat uitgebreide liturgie wel even boeit, maar niet langv ize legt geen beslag op de menschen, op deni diuur raakt men er aan gewend. Het is bekend, dat de liturgie in de Gereformeerde Kerken aanvankelijk veel rijker was dan thans, er was in Biommige Gereformeerde Kerken een schuldbelijdenis en een absolutie om maar eens iets te noemen. De reden, wajarom diat op den duur geen stand beeft gehouden, .zal ook wel deze zijn geweest, dat toen' men er al meer aan giewoon raakte, , er geen invloed meer van uitging.

Hetzelfde vindt men in onzen tijd. Even veel rumoer — en dan zinkt het weer in 't niet.

Op zichzelf zijn diensten met uitgebreide liturgie niet te veroordeelen, als die liturgie zich beweegt in de banen van het Woord Gods. Maar laat meni er niet te veel van verwiachten. Het is roeping ook onze eeredienst zoo schoon te doen zijn, als die wezen kon: Onze God is een heerlijk God, Die op schoone wijze is te dienen. Uit dien hoofde , zal lOok onze liturgie zijn, zoo schoon ze wezc® , ' kan.

Maar men zal er de menschen niet door wiin'nen, men zal er de buitenstaanders misscliien ereia mee in de kerk lokken, maar niet mee in de kerk •liouden.

Er is maal' één ding, dat kracht oefent, dat is het Woord van God gezegend door den Heiligen Geest, lil den waren Gereformeerden eeredionat zal altijd de prediking van het Woord de iioofdzaak moeten blijven, daar mag naar de belofte des Heeren heil van worden verwacht

Met prof. G. geloof ik, dat men zijn verwachtingen in zake de geestelijke vrucht, welke vei^ meerdering van liturgie zal brengen, niet te hoog mag stellen.

Toch hoop ik, dat de Deputaten, door de Gene^ rale Synode benoemd, wel degelijk op verrijking onzer liturgie zullen aEuasturen.

Be bediening vmi het "Woord moet heel onzen eeredienst blijven beheerschen. De liturgie mag niet een even breede plaats" innemien. Maar indien de oude liturgie onzer Gereformeerde Kerken naar de eischen van onzen tijd werd gerestaureerd, zou dit een belangrijke verbetering beteekenen.

Zou haar verval voor een deel ook' niet aan geloofsinzinking moeten worden toegeschreven? In elk geval dient ook in deze opvoedend op de gemeente te worden gewerkt.

Dag of tijd perk.

Naar aanleiding van een vraag, door een lezer gesteld, roert Dr. J. van der Valk in „De Ster"een onderwerp ^an, dat nog altijd belaiagstelltug trekt, n.l. of de scheppingsdagen als tijdperken moeten worden opgevat.

Maar, merkt , de Arnhemsche lezer op, in één dag kan toch uit een eikel geen eik groeien? Ik an twoord: de heele Scheppttng is een wonder, en tot dat wonder behoort ook dat dootr Hem, voor wien één dag is als duiz.3nd jaren, in één dag kan geschapen worden wat wij zien worden in vele jaren.

Ik voor mij 'heb dan ook niet noodig de scheppingsdagen te verklaren met perioden. Ik heb' niet noodig de wonderen te verminderen. Integendeel, er gebeuren veel meer wonderen dan de kortzichtige intellectueel opmerkt.

Een leerstoel voor de Paedagogiek.

In de „Paeda, gogische Studiën verscheen hel^ tweede artikel van prof. Kohstamm over: de plaats der p.4, edagogiek aan de üniveï!siteit. Hij verwacht in de toekomst drie categorieën van studenten in de paeda, gogiek, vooreersï hen, die van de paedagogiek-hun hoofdvak willen maken (toekomstige leeraxen in de paedagogiek aan de kweekscholen); vervolgens hen, die biji de paedagogiek met het oog op hun aanstaand leeraarsambt direct belang hebben, onderi wie ook theologen en juristen; eindelijk hen, die zich in die wetenschap! gaarne orienteeren.

Wat nu de tweede en derde categorie aanbelangt, maakt hij' als zijn gevoelen kenbaar:

„De tweede en derde categorie van studeerendon dienen aan elke Nederlandsche Universiteit te vLn^ den wat zij noodig hebben. Aan dezen eisch ië voor meer dan de helft reeds voldaan. Alleen Utrecht en de Vrije Universiteit 'Wachten nog (is het ondanks of omdat de eene Gunning, de anddra Bavinck onder haar docenten telt? ) op de benoeming van een officiëelen vertegenwooriliger van dit vak.''

Maar voor de eerste categorie acht hij dit nveit voldoende. Diaarvoor wenscht hij' aan één Universiteit een meer gesp'ecialiseerdel inrichting 'voor de paedagogiek met minstens twee hoogleeraren en een aantal hulpkrachten.

„Aan één Universiteit dus zal zulk een voUeJige bezetting voor de paedagpgiek noodig zijn. Aan één, maar ook niet meer dan éénr Terecht heefb Minister de Visser er bij verschillende gelegenheden op gewezen, dat de finantiëele maar vooral ook de personeele krachten van Nederland niet toereikend zijn onze vijf Universiteiten voor elk vak voUedig toe te rusten. Door den nood gedwongen zullen wij de concurrentie der Universiteiten moeten tempersni op 'straffe van anders geen enkel vak g: & heel tot zijn recht te laten komen. Met één Universiteit geheel toegerust voor de paedago^sohe studie van hen, die dit vak als hoofdvak kiezen, kunnen wij vcor vele tientallen van jaren zeker volstaan. Welke dat moet zijn kan natuurlijk alleen be'^jüst worden bij een behandeling van het geheele vraagstuk: van de differentiatie en specialisatie onzer Universiteiten

Ten slotte dan nog een laatste desideratum. Een uitbreiding van het jiaedagoglsch onderwijs aan één van onze Universiteiten in den zooeven ge-Bdlj etsten omvang zal zeker niet mogelijk zijn zondet dat de officiëele verzorgers der Universiteiten meer dan totnogtoe het belang van'dit ondervvigis inzien. Daarnaast blijft het echter in hooge mate gewens3.hit, dat het particulier initiatief, dat juist op dit gebied getoond heeft wat het vermag, niet in belangstelling verflauwe. Ik heb er in mijn eerste artikel op gewezen hoe sterk het ondeiwgs in de paedagogiek met vragen van levensbeschouwing samenhangt. Daarom is het op bijna geen gebied zoo zeer ala hier noodig, dat de-verschillende richtingen zich kiinnen uiten. De benoeming van een officieel vertegenwoordiger der paedagogiek aan de Vrije Universiteit zou zeker een belangrijke stap vooruit,

maa.r nog niet voldoende zijn. Het is te hopen, dat het voorbeeld van zelf-help' op dit gebied door de vaienden van het „neutxale"-onderwijis gegeven, door de voorstanders van oonfessioneel onderwijs ispoedig - worde gevolgd. Ojpl die wijze zal ook de nitbrtading van paedagogische studiën en het verplic'hteJid stellen van een piaedagog'.sche opleiding del' aiinstaande leeraren de schoolpacdticaitie niet in den weg staan, maar haar veeleer bevorderen."

Bij flit laatste kan ik iinij' van harte aansluiten. Enkele jaren geledan bepleitte ik reeds de oprichting van ©en leerstoel voor; de paedagogiek aan onze Vrije Universiteit.

Ik mag zeker binnenkort in dit blad mijii pleit •wel hernieuwen?

HEPP.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 december 1920

De Reformatie | 8 Pagina's

PERS-SCHOUW.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 17 december 1920

De Reformatie | 8 Pagina's

PDF Bekijken