GeheugenvandeVU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van GeheugenvandeVU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van GeheugenvandeVU.

Bekijk het origineel

PERSSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

PERSSCHOUW

10 minuten leestijd

Proi. van Schelven.

Ons Wad 'heeft zich tot nu toe gehouden buiten de besprekingen, die gewijd zijiiL aan het „geval" van Prof. V. Schelven, die in de classis Haarlem consent gekregen heeft om als „oefenaar" in de openbare samenkomsten der gemeente voor te gaan. Er is veel over geschreven, waarop ik persoonlijk wel een kantteekening zou willen maken. Ik had er op willen wijzen, dat wiji niet altijd den geest — in de kerkelijke vergaderingen! — kunnen beheerschen, die opgeroepen woidt door het jaren lang ijken van onzin. Zóó, en niet anders, kan ik het zien, als professoren in de theologie emieritaat 'krijgen, als onbekwaam en ongeschikt tot den dienst. Als hiermee een kunstmatige weg geopend wordt, en jaren lang zoo gelaten wordt; — als elders iemands heele preekconsent 'hangt aan één uur theologisch onderwijs, dat de Vrije Universiteit hem geeft, dan kweeken de k è r ik e n 'z è 1 f een geest, die gewoon is, te zoeken naar uitwegen; en dan is het niet 'goed, gevallen, die aan de letter der wet beantwoorden, te critiseeren, zoolang wij den „geest", de „sfeer", waarin dit mogelijk en soms onvermijdelijk is, niet 'hebben gezond gemaakt door bepalingen te scheppen, die den geest, zooals wij hem willen, in een eerlijk er bij passende letter tot uitdrukking brengen.

Daarom gaan we thans het debat geheel voorbij, en geven plaats aan een ingezonden, dat Prof. v. Schelven aan „De Heraut" aanbood en daar geplaatst zag:

Prof. Van Schelven schrijft dan:

„Blijkens uw rubriek is er geschrijf gaande over 'het besluit der classis Haarlem te mijnen opzichte. Of liever: niet over dat besluit, maar over mij, dien 'het geldt. Men 'legt mij in verband daarmee verschillende minderwaardige daden en motieven ten laste.

Mij hierin mengen zaj ik niet. Enkel wil ik als u het mij vergunt, hier een paar feiten vastleggen, om te voóricotaen, dat de publieke opinie „wie zwijgt stemt toe" op mij toepast. Krijgt een van mijn critici lust daarmee alsnog te gaan rekenen, of in het vervolg in een dergelijk geval geen oordeel uit te spreken •zonder zich eerst voldoende op de hoogte te hebben gesteld, omdat men anders, eer men 't weet, onbillijk, is en insinueert, des te beter. Maar dat moet hij geheel zelf weten.

Ziehier dan:

Ie. Nog een haJf uur vóór de 'betrokken classisvergadering wist ik van een voorstel van den gewraakten aard niets, ook in 't geheel niets, af.

2e. Na bedenktijd te hebben gevraagd, telefoneerde ik, dat ik ermee accoord ging, mits duidelijk gezegd werd, dat 'het denkbeeld voor de bedoelde regeling in geen opzicht van mij was uitgegaan.

3e. Om twee redenen weigerde ik niet: a. het verlof zou krachtens de geldende regeUngen alleen de classis Haarlem betreffen, zoodat ik nooit het voorbeeld van sommige mijner theologische collega's behoefde te gaan volgen, op wier diensten week op week en in allerlei streken van het land beroep wordt gedaan. En b. bij weigering zou ik telkens voor moeilijkheden komen te staan: dat een ker'k plotseling dringend huilp noodig had en dat ik die, strikt genomen, niet kon verleenen. Want men make zich geen illusies; wat 'hier voortdurend bezwaren oplevert is: dat de besluiten, die de Synoden ten deze voor en na hebben genomen, niet passen op de behoeften van het kerkelijke leven, en bovendien, wijl men ze als inconsequent en willekeurig voelt —• om het in synodalen stijl uit te drukken — „geen weerklank vinden in de kerken."

Ook dit stuk geeft te denken en te leeren. Met den bestaanden toestand is Prof. v. Schelven zelf allerminst i-n de wolken. Maar indien wij allen de letter geweld aandoen (art. 13) en zoo samen een soort van gewoonterecht scheppen, dat ons allen tot nu toe onheroerd liet, dan mag men deze dingen niet uit hun verband rukken. Temeer, waar ze de letter dezen 'keer wèl eerbiedigen.

Samenwerking met ethischen.

Prof. Dr A. G. Honig, wiens studiën over de ethischen bekend zijn, en van wien tevens bekend is, dat 'hij in waardeering voor anderen ons allen een ndbel voorbeeld geeft, spreekt zich in „De Bazuin" uit over een bepaald, recent, geval van samenwerking tusschen gereformeerden en ethischen. Het betreft het nieuwe tweemaandelijksohe tijdschrift „Predikant en Dokter". Prof. Honig meAt op:

Gereformeerde Medici en Theologen meenen op dit gebied met Theologen en Medici van ethische richting te 'kunnen samenwerken.

Een hunner schrijft aan 'het slot van 'het inleidende hoofdartikel dienaangaande het volgende:

„Het tijdschrift, dat nog met onzekere prognose de „wereld" ingaat, en waaxin we hopen, dat arts en predikant zich zullen uitsproken, staat op positief Ohristelijfcen grondslag, dooh met niet te nauwe grenzen. We verwachten, dat, 'door een breeden kring tot discussie en het zenden van bij'dragen uit te noodigen, de bespreldngen er bij winnen zullen. Voor practische geneeskunde en pastorale verzorging in inriöhtingen nioge de nauwkeuriger homogeniteit voordeelen hebben, de vragen, waar het hier om gaat, bestrijken ruimer kring. De velerlei nuanceering, die er in positief G'hristelij'k geloofsleven 'bestaat, is niet alleen een te betreuren feit, er is ook een element van rijk­ dom in, waar we in de belichting van de vragen aangaande „arts en predikant" van kunnen gebruik maJken. Zoo is er in dit opzicht eenige 'gelijkenis met een blad als „Stemmen des Tijds" en een beweging als de N.G.S.V. De nuancen kunnen elkaar vrij ver ontloopen. Zoowel voor hem, die den Bijbel vol geneeskunde ziet en uitspraien als „Ik ben de Heere uw Heelmeester" en „door Zijn striemen is ons genezing geworden" in engeren zin ook medisch wil uitleggen, als voor hem die dit betwijfelt, is er plaats. Het is bekend, dat in 'Christelijke 'kringen de weriking vaii het gebed op de genezing verschillend 'beoordeeld wordt. De Ohristian Science hgt sommigen niet zoo heel ver, anderen verder. Zullen ervaren predi-'kanten en geneesheeren van hun ervaringen mededeeling doen, weUicht ook in den meer nieuwen vorm van „geb^ en psychotherapie"? Wij 'hopen ook dit.

Prof. Honig wijst er op, dat 'het onderwerp: „samenwerking tusschen predikant en dokter" de belangstelling onder ons reeds had:

Ook deelde ik onlangs met blijdschap mee, dat D.V. op initiatief van den Gereformeerden Bond van Vereenigingen en Stichtingen van Barmhartigheid in het volgende jaar een congres zal worden gehouden, dat speciaal aan dit gewichtige onderwerp is gewijd.

In verband hiermee zegt de hoogleeraar:

Een zaak, die dan ook allereerst op de vergaderingen van den Gereformeerden Bond had moeten worden ter spra; ke gebracht. Waartoe 'bestaat nu onze Bond en waartoe werken nu zooveJe Vereenigingen van Barmhartigheid saam, als door Gereformeerden zulk een gewichtige aangelegenheid buiten den Bond om ter 'hand genomen wordt?

Had „Refajah", dat immers bestond, niet kunnen itgebreid en versterkt worden? zoo vraagt Prof. Honig. Ontwikkeling van het gereformeerde leven onderstelt toch gereformeerd leven, zou men zoo zeggen. Prof. Honig voegt aan het genoemde bezwaar nog dit toe:

Maar afgedacht van het voorbijgaan van den Gereformeerden Bond is reeds op zich zelf de verschijning van dit tijdschrift met gemengde redactie zeer te betreuren. Het kan niet uitblijven of in de artikelen van Ethisöhe schrijvers zal in meerder of minder mate het standpunt van de Ethische richting ten opzichte van de Heihge Schrift en van de Gereformeerde Belijdenis uitkomen. En nu aoht ik in het algemeen onze jeugdige verplegers en verpleegsters en onze jeugdige artsen niet in staat terstond de Ethische dwalingen te onderkennen. Wat op politiek en literair gebied wellicht mogelijk is, gaat hier in geen geval. Daarom duöht ik verzwaikking van het confessioneel besef van de lezing van dit tijdschrift. En daartegen kunnen we niet genoeg op onze hoede zijn.

Hartelijk hoop ik, dat de uitgave van deze periodiek zal worden gestaakt. Of dat de Gereformeerden zoo spoedig m.ogelijk als leden der redactie zullen aftreden. We hebben bekwame predikanten en artsen in de onderscheidene kerkengroepen genoeg, om alleen dit belang te behartigen. In elk geval is dit de veiügiste weg.

De fundamenteelste vragen komen aan de orde, juist op het door het nieuwe tijdschrift betreden terrein. En juist in de beantwoording van die fundamenteele vragen gaan de richtingen uiteen; en bestaat de eenheid niet anders dan in de.... verbeelding.

Het Tabaics-of Sobrietasfonds.

De Kerkbode van de Geref. Kerk van Amsterdam-Zuid geeft een artikel van den heer v. Kerkhof, onder den titel: En nu de daadl Hij herinnert aan het door Prof. Hoekstra op den jongsten Theol. Schooldag aangesneden onderwerp: waar „moeten we" met onzen overvloed van theologische candidaten „heen"? Prof. Hoekstra had opgemerkt:

Ik stel voor door een Ideine versobering dit moge-'lijk te maken. Indien er in elk gezin van onze Gereformeerden per week één sigaar van zes cent minder gerookt wordt, zuilen we van dit bedrag zestig predikanten voor den Evangehsatie-aTibeid kunnen onderhouden.

'En als we — in plaats van één — twee sigaren minder rookten, zullen onze Kerken 'het aantal dienaren des Woords in Indië 'kunnen verdubbelen. Als onze kerken ma; ar willen, is er voor 175 predikanten nog plaats, afgedacht van de gewone vacatxu*es, die door emeritaat, enz. openkomen.

De heer Van Kerkhof rekent dan den hoogleeraar eens na, en komt tot de conclusie, dat de cijfers niet fantastisch zijn. „Het uitgangspunt:1 sigaar van 6 cent per week.... is op zichzelf onbetwistbaar volkomen juist." Maar nu verder:

Het mooie dentteeld van Prof. Hoekstra heeft iets meer noodig dan vertolkdnig in de pers en gereede instemming bij den lezer, terwijl hij een versche pijp of een nieuwe sigaar aansteekt. Om de proponenten bij de tonnen gouds en de tonnen gouds bij de proponenten te brengen, zullen we weer moeten grijpen naar het middel, dat ons Gereformeerde volk reeds zoo menigmaal met succes wist te hanteeren: organisatie. Er zou een aparte duurzame organisatie in het leven moeten worden geroepen om van vele kleintjes één groote te maken. Wat de diamantbewerkers op het gebied van socialen steun bereikten met 'hun Koperen Stelenf onds, kan zeker niet boven onze macht als 'Gereformeerden liggen, wanneer ons een luttele onthouding ten behoeve van de verkondiging van het EvEingelie gevraagd wordt. Als wij willen, 'kunnen wij zonder bijzondere inspanning een Tabaks-of een Sobrietasfonds (of hoe men 'het zou willen noemen) stichten, dat uit tallooze kanalen een kapitaal vormt ter distributie naar de plaatsen, waar Zending en

Evangelisatie aan voor hun taak uitgeruste krachten behoefte hebben. Kundig 'beheer, goede controle, nauw verband met de 'kerken, zijn natuurlijk onontbeerlijk, maar de belangrijkste vraag is uiteraard hoe de pompinstallatie zal worden ingericht, en geregeld in gang kan worden gehouden. Men zou bijvoorbeeld kunnen denken aan verkoop van zegels in serieën van diverse prijzen, welke behartigd wordt tot in het verst gelegen gehucht door onze kinderen en opgroeiende knapen sn meisjes, wier toegewijde arbeid speciaal voor de Zending reeds jarenlang duizenden bij duizenden in onze Zendingskassen heeft doen vloeien. Zulk een zegelverkoop kan op verschillende manieren, zoowel voor de afnemers als voor de jeugdige verkoopers, extra aantrekkelijk worden gemaakt. Van de bizondere medewerking onzer vrouwen en meisjes kan men zich verzekerd houden, aangezien ze nu eens een uitstekende gelegenheid ontvangen om haar mannen, broers en verloofden onder de pantoffel te krijgen. Ieder kan bijdragen „naar rookvermogen", en zelfs de matigste rooker 'kan zijn penningske tot de vorming van het 'kapitaal bijdragen. En naarmate 'het fonds groeit en de arbeid zich ontwikkelt, moeten ook de 'belangstelling en de medewer'king toenemen. Wanneer men ziet, 'hoe door een geringe persoonlijke onthouding een massaal resultaat kan worden verkregen, zal ieder met vreugde het zijne willen bijdragen.

Moge 'het denkbeeld van Prof. Hoekstra nu niet voor een oogenblik genoten worden als een aardigheid, zooals ze wel op vergaderingen worden gelanceerd en dan aanstonds weer vergeten zijn. Zou Prof. Hoekstra zelf nu niet de aangewezen man zijn om de daad bij het woord te voegen?

Inderdaad, op de organisatie komt het aan. Want er zijn natuurlijk naast Prof. Hoekstra ettelijke anderen, •die een beroep doen op die ééne sigaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1931

De Reformatie | 4 Pagina's

PERSSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 augustus 1931

De Reformatie | 4 Pagina's